Brood des levens

5 augustus 2018

Jaar B, 18e zondag door het jaar, 5 augustus 2018
Exodus 16, 2-4.12-15 en Johannes 6, 24-35

Sinds kort hangt in mijn kantoor in het Parochiecentrum een mooi ingelijste litho met daarop het Laatste Avondmaal, getekend door Aart van Dobbenburgh. Ik heb er lang op internet naar gezocht als naar een speld in een hooiberg. Maar een tijdje terug was er iemand in België die hem te koop aanbood. Dat is bijzonder, want er zijn maar 35 afdrukken gemaakt. Nog meer bijzonder is dat wij in de parochie ook de lithosteen bezitten waarmee deze afdrukken zijn gemaakt. Deze steen heeft lang in de Deurnese H. Geestkerk in een nis een plek gehad en siert nu de Jacobskamer van de St. Willibrorduskerk in Deurne.

Ik raak er niet op uitgekeken. De kunstenaar heeft het Laatste Avondmaal gecomprimeerd in twee handen die een brood breken en een leeg glas dat ervoor staat. Ik moest even wennen aan de afdruk. Want tot die tijd kende ik alleen de steen en die is in spiegelbeeld getekend – het eindresultaat is immers pas de afdruk ervan.

De rechterhand is wat omhoog geheven. Jezus houdt daarin een klein stukje brood vast en maakt een gebaar van geven, van uitdelen. Tegelijk maakt die hand ook een zegenend gebaar. Ernaar kijkend lijkt het alsof je zelf mee aan tafel zit en het brood aangereikt krijgt. Jezus deelt het brood met iedereen die naar de afbeelding kijkt.

Iemand liet me op Facebook weten dat hij al heel wat hosties in zijn leven had ontvangen, maar toch het ritueel nog steeds niet snapt en dat dit soort rituelen er volgens hem er ook voor zorgen dat er steeds minder mensen naar de kerk gaan. Dat is een rake opmerking en ook confronterend. Al reageerde er ook iemand dat zij juist door steeds de communie te ontvangen veel kracht opdoet. Wat voor mij als priester of voor ons als regelmatige kerkgangers vanzelfsprekend lijkt, blijkt dit toch niet altijd te zijn. Het is goed om dit te beseffen en erover na te denken.

Daartoe prikkelt Jezus de mensen die hem volgen – en daarmee ook ons – in zijn gesprek over het “brood des levens”. Zoals wel vaker in het evangelie dat Johannes schreef, lijken Jezus en de omstanders helemaal langs elkaar heen te praten. De mensen vragen naar wat ze concreet moeten doen – handen uit de mouwen –. Ze vragen om een helder teken – bewijzen –. Ze vragen om brood in hun handen – tastbaar eten –. Maar Jezus spreekt in een andere dimensie, op een ander level: in Hem geloven, dat is het werk waarvoor zij worden uitgenodigd; Hij zelf is het teken uit de hemel; Hij zelf is het brood des levens: “Wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen.” Maar hoe doe je dat: tot Jezus gaan…? Daarvoor is geen kant en klare gebruiksaanwijzing.

Het komt op geloven aan – en dat is nooit helemaal zeker weten –: geloof in Jezus’ werkelijke aanwezigheid in het brood dat we in de kerk delen; geloof dat Jezus zelf het levensbrood is. Misschien heb je dit van huis uit meegekregen, zag je de overtuiging waarmee opa of oma vertrouwden op ‘Onze Lieve Heer’. Misschien heb je ooit – op wat voor manier dan ook – de rijkdom en diepte van je geloof mogen ervaren. Misschien is je geloof een voortdurende worsteling, een verlangen naar iets, naar iemand die ons weten overstijgt, die je leven met je deelt.

Tegelijk er zit ook een menselijke en concrete dimensie aan het ontvangen van de communie. Jezus deelt zijn leven met ons, zoals wij het brood delen met elkaar. Hij gaat daarin zover dat hij letterlijk zijn leven geeft: sterft. Dat is de ultieme consequentie van je leven delen. Maar er zijn gelukkig ook minder radicale manieren om te delen. Dat begint bij iets voor een ander over hebben. Toch kun je merken dat delen pijn doet. Als je brood deelt, breek je het in stukken. Het is nog steeds hetzelfde brood, maar het zal toch nooit meer hetzelfde zijn. Je leven delen vraagt veel van je en laat je ook veel ontvangen.

De hosties die we in de kerk gebruiken vertroebelen dit beeld van het delen enigszins. Ik vertel kandidaat-eerste-communicanten altijd dat we eigenlijk één hele grote hostie zouden moeten hebben, die we dan tijdens de viering in zoveel stukken delen als er mensen zijn.

“Blijf dit doen om mij te gedenken”, zegt Jezus nadat hij het brood heeft gebroken en rondgedeeld heeft en ook de beker met wijn gedeeld wordt. Blijf dit doen… Ik zie dit terug in die prachtige litho van het Laatste Avondmaal: de uitnodiging om met elkaar te delen, de uitnodiging om Jezus’ voorbeeld te volgen, om in Hem te geloven: om je honger te stillen aan het brood des levens.

 

PJ