Deurwachter

3 december 2017

Jaar B, 1e zondag van de advent, 3 december 2017
Marcus 13, 33-37

Mijn aandacht wordt vandaag getrokken door het woord ‘deurwachter’ in het evangelie. Dat heeft te maken met de voorbereiding – nu al – op Kerstmis. Elk jaar probeer ik een thema aan het kerstverhaal te geven, en de kerstgroep in de St. Willibrorduskerk Deurne daarmee vorm te geven. Het beeld dat ik daar dit jaar bij heb is een poort, een deur. Bij de expositie ‘Reflectie’ in 2016 liet Annie van de Corput-Vanlier een oud deurkozijn zien daarin een doorzichtige doek en draden die een doorkijk bieden, maar ook het zicht versluieren. Het deurkozijn komt uit boerderij de Hees in Vlierden en dateert van 1715. Het valt bijna uit elkaar, maar het biedt nog steeds een prachtige doorkijk. Annie zag er een poort in, die een nieuw begin symboliseert, een doorgang naar het nieuwe. Ik zag daar meteen een kerstgedachte in: nieuw leven, nieuw perspectief. Inmiddels staat het al in de Deurnese kerk en groeit het komende weken tot omlijsting van de kerstbeelden.

Ik stel me voor hoe die poortwachter uit het evangelie bij de deur staat. Hij moet beschermen wat binnen is. Dat is zijn zorg. En daarvoor moet hij naar buiten kijken, om open te doen als er “aan de deur geklopt” wordt – om eens een Sinterklaasliedje aan te halen. “Hoort wie klopt daar kinderen…” zingen we en “Vol verwachting klopt ons hart…”

Vol verwachting staat de poortwachter daar. Misschien zijn wij zelf wel die poortwachter en is het huis ons hart. Op facebook las ik dit ‘kattebelletje’ van Marcel Koolen (28 november 2107):

“Hij struint
en tuint in het leven
stapt door perken
gaat over grenzen heen
struint door
de modder aan zijn laarzen
geen ander doel voor ogen
dan te komen
waar hij wil geraken
zo dicht mogelijk
bij zichzelf”

Zo dicht mogelijk bij jezelf geraken… De poortwachter is de pelgrim, die onderweg is  (dat is wat anders dan ergens naar toe gaan!).

Afgelopen woensdag waren we vanuit de parochie te gast bij de paters van het Heilig Hart in Asten. Zij vertelden over de geschiedenis van hun congregatie en hoe het binnen afzienbare tijd in Nederland gaat eindigen. Zij zijn bezig om die ‘voltooiing’, zoals ze het zelf noemen, op een goede manier vorm te geven. Het valt niet mee om in een proces van vergaande ontkerkelijking toch nog jonge loten aan een ogenschijnlijk dode stronk te blijven zien.

Zo’n jonge loot kwamen we ’s middags bij onze wandeling door de kloostertuin tegen. Oud-pastoraal werker Harry Keijsers vertelde daar hoe hij na zijn eerste fietstocht naar Santiago de Compostella zijn pensioen een zinvolle invulling probeert te geven, door jongeren iets te laten ervaren van het pelgrim zijn. Het eerste jaar deden twee scholen mee, het tweede jaar vier en komend jaar al acht. De leerlingen van groep acht gaan een dag met Harry en andere Santiago-gangers op pad. Ze wandelen zo’n 12 kilometer en raken met elkaar in gesprek. Tevoren wordt hun gevraagd om een steentje mee te nemen en daar één woord op te zetten van iets wat hen dwars zit, of waar ze graag vanaf willen. Bijna op de eindbestemming leggen ze die stenen dan bij een kruis in de tuin van de paters, zoals pelgrims naar Santiago dat bij het ‘Cruz de Ferro’ doen. Staande bij het kruis vertelde Harry over hoe de wandeling, de gesprekken, de gebaren, jongeren raken. Hoe ze los komen, gaan praten over de lasten die ze – zo jong als ze zijn – al meedragen, hoe de deur van hun hart zich opent.

Deurwachter, pelgrim zijn, je hart openen, vol verwachting…
Zo gaan we in de advent op weg naar Kerstmis.

 

PJ