Maria is er gewoon

9 juni 2018

Zaterdag 9 juni 2018
Viering van Ontmoeting, pastoor Paul Janssen 25 jaar priester
Lucas 1, 39-56

Als ik zo terugkijk op de 25 jaren van mijn priesterschap, de 55 jaren van mijn leven, dan komt daar telkens een beeld van Maria bij me op.

“Maria, jij bent er…”, bad plebaan van de Camp ooit. Vanaf mijn geboorte op 3 juli 1963 mocht ik dat ervaren. Toen kreeg ik de namen Paulus Maria. Daarmee weken mijn ouders af van de traditie van het vernoemen van familieleden in de doopnamen. De naam Paul is, zo vermoed ik, geïnspireerd op de keuze van de nieuwe paus Paulus VI twaalf dagen eerder, die ook het Tweede Vaticaanse Concilie een doorstart gaf. Dat Maria in mijn doopnamen terecht kwam moet wel te maken hebben met het geloof van mijn ouders. Wij baden thuis geen rozenhoedje – wel voor en na het eten –. Mijn ouders waren vooral hele praktische gelovigen, zoals Maria in het evangelie vandaag: klaarstaan voor anderen waar dat nodig is. Mijn vader deed dat vooral als bestuurder o.a. in het schoolbestuur en in de wijkraad. Mijn moeder was thuis zorgzaam aanwezig. Ze was er altijd als wij uit school kwamen. En later zorgde zij ook voor de pastoor.

Van misdienaar opgroeiend naar acoliet leerde ik de Roermondse H. Hartkerk kennen. Ik verwonderde mij over de schoonheid van het Mariabeeld, als je binnenkomt rechts. In het archief vond ik toen informatie over de herkomst. Mogelijk is het een ‘buitenbeeld’ geweest bij de Kapel in ’t Zand, die ook vanuit Deurne vroeger met een bedevaart werd bezocht. Maar vooral fascinerend vond ik de vele kaarsen die bij het beeld werden ontstoken. Daar heb ik voor het eerst bewust gebeden.

In die kerk lag ook de kiemcel van mijn priesterroeping, al besefte ik dat toen nog niet. Na het gymnasium ging ik bouwkunde studeren in Eindhoven. Maar ik bleef actief in de parochie in Roermond. Fietsend door de stad raakte ik vertrouwd met de talloze wegkapelletjes, putbeelden, gevelbeelden, vaak met een afbeelding van Maria.

Ook in Rolduc, de priesteropleiding, kwam ik haar tegen, in de vele afbeeldingen in de romaanse kloosterkerk, in de intieme beslotenheid van de crypte, in de hymnen en liederen die we zongen, in het Magnificat bij elke vesperviering, in het schemerdonker bij het zelfgebouwde Maria-altaartje, waar in de zomer tijdens de misdienaarskampen de kinderen lichtjes ontstaken en we zongen: “Als ik voor u neerkniel…”

Na mijn overstap naar het Sint Janscentrum in Den Bosch glimlachte Maria mij toe in de Bossche Sint Jan. De feestelijke vieringen van de diakenwijding op 7 november 1992 en de priesterwijding op 5 juni 1993 sloten we af met een gebed bij haar beeld. Ik was dankbaar dat ik in de Bossche Binnenstad en de Lucasparochie in Den Bosch Zuid als medepastor mocht beginnen. In de Lucasparochie zochten we naar een nieuw beeld om de patroon van de kerk te eren. We kwamen uit bij Omer Gielliet, de priester beeldhouwer in Breskens. Hij wilde wel een beeld maken als wij hem zouden vertellen wat Lucas en zijn evangelie voor ons betekende. Hij maakte toen van een grote eik een esculaap, met een slang die om de stam kronkelde. Daartussenin kapte hij verschillende taferelen uit het Lucasevangelie uit. Onder andere de ontmoeting tussen Maria en Elisabet. Hij beeldde hen af als twee zwangere vrouwen met de buiken tegen elkaar. Een innige ontmoeting van vrouw tot vrouw, van kind tot kind. Ontroerend. Zo is Maria er, heel gewoon, heel bijzonder! En zo kunnen wij er voor elkaar zijn.

Als pastoor in Goirle raakte ik in gesprek met kunstenares Riet van de Louw-van Boxtel. Er was al langer de wens om aan de zijkant van de kerk een Mariabeeld te plaatsen achter een raam in het zijportaal, dat een mooie nis kon zijn. Ik mocht meedenken en meekijken, hoe zij Maria prachtig boetseerde, als een jonge, sterke vrouw, met het kind – een kleuter – op haar arm. Het jochie wijst naar de overkant en lacht naar de mensen die daar achter de ramen zitten van de huiskamers van het Verpleeghuis. Bij het afscheid van de parochie kreeg ik een afgietsel van het beeld cadeau. Het is me nog steeds enorm dierbaar.

Inmiddels hangt er een icoon van de Russische kunstenaar Wasili Wasin boven. Hij geeft zijn iconen een verrassende derde dimensie die de afbeeldingen enorm levendig maken. Ik was geraakt door zijn verbeelding van de Vlucht naar Egypte. Terwijl een engel Jozef wakker maakt, stuurt hij Maria met haar kind alvast op weg. Maria is de vrouw die weet hoe mooi het leven kan zijn, maar vooral ook hoe zwaar. Ik denk dat juist daarom zoveel mensen zich herkennen in Maria en bij haar komen met hun lief en leed.

Hier in Deurne maakte ik kennis met Maria ter Schoot, het prachtige beeldje dat Lucy Smit boetseerde van Maria met een bolle buik van waaruit zij haar kind liefdevol optilt. Zo tilt zij jou en mij op, draagt zij ons met alles wat ons bezighoudt.

Alweer zo’n 10 jaar geleden, toen het beeld van de Zoete Moeder in Den Bosch een nieuwe mantel kreeg, keken we met enkele mensen naar het Mariabeeld hier in onze kerk en zeiden: eigenlijk zou ons Mariabeeld ook wel eens een nieuwe mantel mogen krijgen. Omdat het een mooi beeld is – al wil het kindje Jezus maar niet lachen –, maar vooral als gebaar van respect naar al die mensen die kaarsjes aansteken bij Maria, die in lief en leed bij haar komen, even tot rust komen, zich geborgen weten onder de beschutting van Maria.

De paramentengroep is er enthousiast mee aan de slag gegaan. Van alle kanten werden materialen geschonken. Hoe het kwam weet ik niet meer, maar op zeker moment ging de mantel ‘lentemantel’ heten. Die naam hield een opdracht in. Nadat de lentemantel – lichtblauw als de lucht met witte lelies – in 2009 gereed was, volgde in 2010 de herfstmantel – herfstbladeren op mosgroen met de rozenkrans in rozenbottels en bessen, en een jurk in de diep-oranje kleur van de avondzon –. In 2015 bewonderden we Maria in haar nieuwe wintermantel, sereen wit, met ijskristallen als diamanten, cadeautjes tussen koud en warm. En het jaar daarop maakten zij nog ‘even’ een bijpassende bekleding van de troon voor Onze Lieve Vrouw van Heimwee en Verlangen in het torenportaal.

Vandaag zet de paramentengroep de kroon op haar werk. Het zomergewaad – in de zomer draag je immers geen mantel – is gereed. Ik bewonder het ongelooflijke enthousiasme van de dames. Zo’n 1500 uur hebben zij eraan gewerkt: geoefend, gestempeld, geborduurd. Ik vind het ook geweldig hoe alle stoffen, borduurgaren en Swarovski-kristallen door parochianen, en zelfs van heinde en ver na een oproep via de sociale media en de krant, geschonken werden. Dit gewaad is niet zomaar iets. (De andere trouwens ook niet). Iemand zei: “Ik vind het zo mooi, dat er iets van mij in die mantel zit, al is het maar een draadje.” Het geeft een diepe verbondenheid aan tussen mensen en Maria, een verbondenheid die niet echt goed onder woorden is te brengen.

Maria is er gewoon.
En daarmee laat zij zien dat Jezus en God er gewoon zijn.
Voor ons, voor jou, voor mij.
Ik ben dankbaar dat ik dat al 25 jaar, al 55 jaar mag ervaren.

PJ