Verhalen

6 mei 2018

Jaar B, 6e zondag van Pasen
Dodenherdenking en Bevrijdingsdag
Handelingen 10, 25-48, 1 Johannes 4, 7-10 en Johannes 15, 9-17

Vrijdag mocht ik een overweging uitspreken bij de Dodenherdenking in Zeilberg. Die wil ik ook dit weekend met u delen.

Het mooie in Zeilberg is dat daar elk jaar een van de verhalen van de Zeilbergse slachtoffers van de oorlog wordt voorgelezen uit het prachtige boekje “In stilte herdenken” (geschreven door Jan van de Mortel en dochter Miranda van de Mortel). We herdenken de oorlogsslachtoffers en we vieren bevrijding om niet te vergeten hoeveel die vrijheid waard is. Daarom is het belangrijk dat de verhalen van toen verteld worden, alsmaar weer.

Zoals een druppel valt in het water
en het water in beroering brengt,
zo raakt een verhaal een mens
en brengt hem in beweging.

Dit kleine gedicht las ik op de website van Peterine Kooijmans, die als verhalenvertelster een voorstelling heeft gemaakt over haar tante Ien. Ze zou die in het kader van onze regionale oecumenische activiteiten afgelopen week in Someren houden. Maar vanwege ziekte kon dit helaas niet doorgaan. Het had anders mooi aangesloten bij de Dodenherdenking en Bevrijdingsdag. Na het overlijden van tante Ien vindt een van haar zoons een bonbondoos met daarin het verslag van de oorlogservaringen van zijn moeder. Peterine wist dat haar tante erge dingen heeft meegemaakt. Ze was erdoor getekend, maar zij sprak er niet over. Nu viel alles eindelijk op zijn plaats: hoe ze tussen de boodschappen in haar fietstassen brieven verstopte en rondbracht; hoe ze werd gearresteerd op verdenking van het afluisteren en verspreiden van militaire berichten; hoe ze in kamp Vught terecht kwam, te werk werd gesteld in de gasmaskerfabriek in Den Bosch en gevangen zat in Utrecht…

Een andere verhalenvertelster, Desiree Hornikx, maakte ook een voorstelling: “Het zwijgen van mijn vader”. Hij ging na de oorlog als militair voor bijna drie jaar naar Nederlands-Indië. In haar jeugd lagen de foto- en dagboeken onder in een kast. Niemand keek er ooit in. Zelf sprak hij er nooit over. Ze zegt erover: “Inmiddels zijn er weer wat puzzelstukjes op hun plaats gevallen. Het zullen zeker niet de laatste zijn, want…. er hoeft niet langer gezwegen te worden.”

Zoals een druppel valt in het water
en het water in beroering brengt,
zo raakt een verhaal een mens
en brengt hem in beweging.

Ik las pas het boek “Salam Europa” van de van oorsprong Iraanse schrijver Kader Abdolah. Hij vertelt daarin over een docent oriëntalistiek, die de dagboeken bestudeert van een rondreis door Europa van de sjah van Perzië rond 1880. In duizend-en-één vertellingen schets hij hoe de sjah zich verwondert over wat er in Europa aan ontwikkelingen plaatsvinden. Hij is met name onder de indruk van de grote wapenfabrieken in Rusland, Duitsland, Engeland. Dat moet wel verkeerd aflopen, meent hij. Zo wordt er in de verhalen steeds een verbinding naar deze tijd gelegd. De oorlogen, de vluchtelingenstromen, bevolkingsgroepen die tegen elkaar opgezet worden, het nepnieuws dat mensen probeert te beïnvloeden… Soms is de schrijver heel expliciet, soms heel subtiel. Zoals dat moment wanneer hij de sjah door een verrekijker naar de lucht laat kijken. Abdolah schrijft: “Er was natuurlijk geen vliegtuig te zien. De geschiedenis was nog niet zo ver dat de mens ertoe was overgegaan vliegtuigen te maken. De vliegtuigen die later door zowel de Russen als de Oekraïners beschoten zouden worden.”

Ondertussen vindt de sjah wat hij zocht: de ander. Soms voelt hij zich onmiddellijk thuis bij de ander, vaker moet hij wantrouwen en vrees voor de ander overwinnen. Dat is misschien vooral de boodschap van het boek: dat wantrouwen en vrees echte ontmoeting in de weg staan.

Zomaar drie verhalen en ik kan er nog meer vertellen, over toen en nu. Ze houden je een spiegel voor, ze zetten je aan het denken, brengen je in beweging. Verhalen houden de hoop levend – soms tegen beter weten in – dat dat wat slecht is ten goede gekeerd kan worden, dat we iets kunnen leren uit het verleden, en anders kunnen gaan leven, anders met elkaar kunnen omgaan, dat we onze vrijheid koesteren, dat we niet vergeten wie hun leven gaven voor ons.

En dat liefde de basis is van alle verhalen. Laat de verhalen verhalen van dat wat was, en wat we nooit meer willen, schreeuw ze van de daken. Om dan stil te worden, twee minuten of langer, en daarna – een klein beetje anders – weer verder te gaan.

Zoals een druppel valt in het water
en het water in beroering brengt,
zo raakt een verhaal een mens
en brengt hem in beweging.

PJ