Vooruit

8 juli 2018

Jaar B, 14e zondag door het jaar, 8 juli 2018
Ezechiël 2, 2-5 en Marcus 6, 1-6

Jezus lijkt lamgeslagen als Hij in zijn thuisstad de Blijde Boodschap verkondigt. Het gebrek aan vertrouwen in hem en de twijfels van de omstanders maken het hem onmogelijk wonderen te doen, het rijk Gods te doen openbreken als de zon die door de wolken schijnt. Stel je niet aan, lijken ze te zeggen. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Wat denkt hij wel die zoon van een timmerman.

Mensen kunnen zich lamgeslagen voelen. Door wat hen overkomt, door wat anderen hen aandoen, een gebrek aan erkenning en waardering, roddels, door wat ‘men’ vindt, door wat onbekend en dus onbemind is. Het grootste enthousiasme kan de grond in geboord worden als het niet ontvangen wordt of erger genegeerd. Dan ben je tot niets meer in staat. Je voelt je machteloos, gaat aan jezelf twijfelen. Zonder wederzijds vertrouwen kun je niets opbouwen, niet eens in stand houden.

Mensen hebben vertrouwen nodig om goed te kunnen functioneren, goed te kunnen leven. Zelfs Jezus heeft vertrouwen nodig voor zijn missie. En in het verlengde daarvan zou je kunnen zeggen: God heeft het vertrouwen van mensen nodig. Het Rijk van God, een wereld waar alle mensen gewaardeerd worden gewoon om wie ze zijn, zichzelf niet hoeven te bewijzen, een wereld zonder jaloezie en afgunst, kan niet tot stand komen zonder de inzet van ons allemaal, hoe bescheiden ook.

Als ik kijk naar het grote en kleine nieuws van onze wereld en onze omgeving, dan maak ik me best zorgen: wat moet er van de wereld terecht komen. Waar gaat het naar toe? Hoe ‘samen’ is onze samenleving? Soms krijg ik de indruk dat we alleen bezig zijn om ons eigen territorium veilig te stellen. Zolang daarin niemand binnendringt, gaat het goed. Maar is dat leven?

Als ergens het goede voorbeeld gegeven zou moeten worden, zou het in onze parochie moeten zijn. Dat is de plaats waar die Blijde Boodschap van Jezus in onze tijd wordt verkondigd. Ook daar ben ik bezorgd over. Hoe blij worden we nog van die Blijde Boodschap? Hoe getuigen wij van het Rijk Gods? Wat straalt deze geloofsgemeenschap uit? Hoe gemeenschappelijk is onze geloofsgemeenschap? Hoe gelovig is onze gemeenschap? Hoe verantwoordelijk voelen wij ons ervoor? Hoe laten we ons voeden in de gemeenschap? Hoe wordt de gemeenschap gevoed door elk van ons?

Soms krijg ik het gevoel dat veel draait op routine, op hoe het altijd geweest is. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Het gaat z’n gangetje. Niet moeilijk doen, niet te veel vragen en als je vraagt, dan liefst aan een ander. Onze geloofsgemeenschap lijkt soms wel lamgeslagen. Waar is de spirit die ons bezielt? Waar zijn de profeten die zoals Ezechiël zich aangesproken voelen door de Geest en recht overeind gaan staan?
De kerk is algemeen in een crisis, zeker in Nederland. Misschien ben ik naïef, maar ik blijf ondanks alles vertrouwen hebben in de toekomst. Een parochie, een kerk kan een krachtig teken zijn in de samenleving. Wij hebben iets te bieden wat je misschien wel nergens anders vindt: mensen die samen werken aan de realisering van de droom van het Rijk van God. Al gaan er maar een paar mensen aanstaan, dan kunnen wij en dan kan God vooruit.

 

PJ