Elkaar verstaan

2 juni 2020

Het pinksterverhaal heeft me als kind altijd geboeid. Ik was met name geraakt door het feit dat, ondanks de verschillen in herkomst, iedereen elkaar toch zomaar verstond.

Ik las deze week in de krant over een Nederlands echtpaar dat – tijdens hun vakantie – al wekenlang in Albanië strandde. Door Corona mochten ze midden maart het land niet meer uit. Ze kwamen met hun camper terecht bij een boerenfamilie en ze beschreven de geweldige gastvrijheid die hen ten deel viel. Ondanks de grote taalbarrière bleek men elkaar op een fantastische manier te verstaan. De Nederlanders beschouwen het Albanese boerengezin vanaf deze tijd als hun familie. Zonder dezelfde taal te spreken verstaan ze elkaar. Mooi toch!

In het dagelijkse leven werk ik als docent Godsdienst levensbeschouwing op Pabo de Kempel in Helmond. Onze studenten zijn bijna allemaal jong volwassenen. Afgelopen tijd heb ik tweedejaars studenten gevraagd wie voor hen een inspiratiebron was. De antwoorden op die vraag zijn divers en boeiend: ik lees verhalen over opa’s en oma’s, ouders, leerkrachten, trainers af en toe over beroemde sporters of artiesten. Doorzettingsvermogen, aandacht voor mensen die het nodig hebben, luisterende oren en stemmen die niet veroordelen, net zoals onvoorwaardelijke betrokkenheid, zijn de dingen die door deze jonge mensen genoemd worden.

Ik weet niet of het u verbaast, maar niemand noemt de grote inspiratiebron die ons vandaag samenbrengt: Jezus, in wie we de Christus herkennen. Toch stel ik de vraag naar die inspiratiebron wel in dit kader. Deze lessen gaan immers over de christelijke levensvisie.

Eén van de studenten vroeg me hoe het toch gekomen is, dat Jezus bijna onbereikbaar ver van hem af is komen te staan en waarom er over hem vooral in verheven taal gesproken wordt? Ik snap die vraag. En ik realiseer me dat jongeren de taal van de traditie amper nog verstaan, laat staan hem hebben leren spreken. Taal kan dus echt een barrière vormen. Wat moeten we in ’s hemelsnaam doen om ervoor te zorgen dat we elkaar verstaan?

Ik probeer dat te doen door gebruik te maken van de ervaringswereld van die jong-volwassenen. Ik liet onze studenten kijken naar een fragment uit het televisieprogramma ‘Floortje Dessing terug naar Syrië”. Floortje gaat terug naar de, eens zo prachtige, stad Homs. Ze komt aan in een totaal verwoeste stad, waar amper een steen op de andere staat. Homs was de woonplaats van de Brabantse pater Frans van der Lugt: opgeleid bij de Jezuïeten in Nijmegen vertrok begin jaren zestig naar Syrië. In de vijftig jaar dat hij daar woonde en werkte, voelde hij zich thuis in Syrië en verbonden met de inwoners.

In de documentaire raakt Floortje in gesprek met een jonge vrouwelijke leerkracht: een docente Engels. Zij vertelt dat Pater Frans bepalend in haar leven is geweest en hoe hij ervoor zorgde dat ze geworden is wie ze is, en hoe ze door hem een visie op mens en wereld ontwikkelde. Frans van der Lugt weigerde, na het uitbreken van de oorlog, de mensen waarmee hij altijd geleefd had in de steek te laten. Hij geloofde dat alle mensen ondanks verschillen in etniciteit en godsdienst met elkaar konden samenleven en hij doet dan ook een indringende oproep op televisie om de mensen in Syrië niet in de steek te laten maar te helpen. Hij blijft en lijdt honger samen met de inwoners van de stad.

Wat gebeurt er? Door onbekenden wordt hij vermoord, dood geschoten. De jonge leerkracht beschrijft deze gebeurtenis als de verschrikkelijkste dag uit haar leven. Ze heeft tranen in haar ogen als ze erover vertelt. En dan wijst ze naar een foto van hem en zegt: “He is our saint”, hij is ons voorbeeld, hij is onze heilige, onze inspiratiebron. Zonder hem zouden we niet zijn wie we nu zijn.

Frans van der Lugt ligt begraven net buiten het klooster waar hij leefde, mensen gaan geregeld op de rand van zijn graf zitten om met elkaar te praten over het leven, over het leven in oorlogstijd en ze delen vooral de hoopgevende boodschap die ze van hun geliefde pater hebben meegekregen.

Het zijn vaak moeilijke keuzes waar we in het leven voor staan, in ons werk, in onze relaties, bij ziekt.
Wat wij doen in diverse omstandigheden van ons leven is niet altijd te beredeneren, maar ons gevoel, ons geloof wijst ons de weg.

Zou het ook zo gegaan zijn met Frans van der Lugt?
Zou het ook zo gegaan zijn met Jezus?

Zouden zij hun keuzes hebben kunnen maken vanuit het vertrouwen dat God zegt dat het goed is wat ze doen en geeft hen daarmee het vertrouwen dat Hij zijn grootheid zal laten zien en dat hij er zal zijn voor hen.

Misschien hebben we wel mensen als Frans van der Lugt nodig. Mensen die ons helpen ons gezicht naar de zon te richten. Mensen die wijzen op de geestkracht van Jezus. Mensen die ons inspireren en die in hun doen en hun laten de kracht van het geloof laten zien.

Het is die geest, die in alle tijden weer de weg naar de toekomst open en begaanbaar zal maken.

KK