Liefde

8 juni 2020

Jaar A, Hoogfeest van de H. Drie-eenheid, zondag 7 juni 2020
Exodus 34, 4b-6.8-9 en Johannes 3, 16-18

Afgelopen donderdag stonden we stil bij de sterfdag van mijn broer. Twan overleed op jonge leeftijd na een kort ziekbed, zijn echtgenote en vier jonge dochtertjes aan zijn zijde. Alle dromen, alle idealen, alle toekomstverwachtingen vervlogen. Naar wens van mijn broer kwam er een afscheid in de kerk, maar het jonge gezin kon eigenlijk niet geloven.

Om dit afscheid voor te bereiden hadden we samen met de pastoor een open gesprek over gevoelens en gedachten die er leefden. Mijn broer had me eens verteld dat hij hoopte dat we elkaar later weer zullen ontmoeten in de Hemel. Al kon hij niet goed verwoorden hoe dit dan wel zou zijn. Niemand die ons dit kan vertellen. Wel gaf het hem troost dat hij dan ons nichtje weer mocht zien die nog niet zo lang daarvoor ook op jonge leeftijd was overleden. En opa en oma vertelden aan de kinderen: de ster die je ’s avonds het meest helder ziet schijnen; dat is pap. Toen de pastoor weer wegging vroeg de vrouw van mijn broer: Wilt u hem toch nog zegenen?

In de afscheidsdienst was er veel verdriet, maar ook veel warmte, met een mooi verhaal uit een prentenboek over een winterwant, zo’n dikke handschoen met een zachte voering. Die want werd een warm nestje voor veel dieren. Dit werd gekoppeld aan het evangelieverhaal: God die net als een winterwant mensen opvangt, geborgenheid biedt, steun en houvast. Wat begon als een open gesprek monde uit in een warme dienst waar verbondenheid, steun en troost werd ervaren.

Een hele andere, maar toch ook vergelijkbare ervaring: tijdens een doopvoorbereiding zei een jonge vader haast verontschuldigend: “Ik geloof niet zoveel als u natuurlijk…” Maar geloof kun je volgens mij niet meten of wegen. Toen we hier verder op ingingen vertelde hij: Ik geloof wel iets, maar ik heb geen woorden om dit duidelijk te maken. Het is een gevoel en ook een vertrouwen dat er iets meer is wat ons kracht geeft en dankbaarheid over ons wondertje; een gezond kindje, maar wat dat is…

Mozes gaat in de eerste lezing de berg op. Hij baalt als een stekker van zijn volk dat mort en moppert op hem en op God. Er was ze een land van melk en honing beloofd, maar nu hebben ze honger. Toch vraagt Mozes aan God: “Heer wees zo goed en trek met ons mee.” Trek met de mensen mee door hun leven.
Doorheen hun verdriet, hun pijn en ook als er geluk en vreugde op hun pad komt.

Als we vandaag het feest van de heilige Drie-eenheid vieren, dan gaat het niet over een wiskundige formule, maar over die innige band tussen God en de mensen, de liefde van God voor ons mensen. “Zozeer heeft God de wereld liefgehad…” zegt Jezus in het evangelie vandaag.

Het evangelie, de hele bijbel, ademt die liefde uit, van God die met mensen meegaat, als een Vader, die wil dat niets en niemand verloren gaat; en die in zijn Zoon Jezus heel dicht bij mensen is; en die zijn heilige Geest heeft gezonden om ons nabij te blijven en kracht en moed te geven. Vader, Zoon en Geest, een innige eenheid vol liefde voor ons.

Soms is die liefde even voelbaar:
In een jonge vrouw die het zo moeilijk heeft en eigenlijk niet kan geloven,
maar zomaar zegt: Wilt u hem toch de zegen geven;
In een vader van een baby die het wonder van het leven heeft ontdekt en zegt:
Ergens geloof ik wel iets.

 

HvO