De vrouw en de draak

15 augustus 2016

Maria Tenhemelopneming, 15 augustus 2016
Openbaring 11,19a; 12, 1-6a.10ab en Lucas 1, 39-56

In 1936 heeft Hendrik Wiegersma in eigen beheer een boek uitgegeven met de tekst van de Openbaring van Johannes, de Apocalyps, geïllustreerd met zestig prenten van zijn hand. Bij het samenstellen van de tentoonstelling ‘Reflectie’ in de Deurnese St. Willibrorduskerk werd ik getroffen door de kwaliteit en schoonheid van met name zijn prenten. De zestig prenten zijn dan ook allemaal te zien in de expositie, als een stripverhaal. Zes ervan verbeelden het verhaal dat we vandaag in de eerste lezing hoorden: het visioen van de vrouw en de draak. Wiegersma zag er een afwisseling in van vrouw-draak, vrouw-draak, vrouw-draak. En daarmee tekent hij treffend de strijd tussen het kleine, kwetsbare goede en het overdonderende kwaad. Het is jammer dat de tweede helft van vers 19 is weggelaten: “Er volgden bliksemschichten, groot geraas, donderslagen, een aardbeving en zware hagel.” Wie de verwoestende hagelbui van 23 juni 2016 jongstleden heeft meegemaakt, kan de angst en machteloosheid aanvoelen die dat oproept.

En te midden van dat dreunend geraas is een vrouw te zien, die een kind baart. Een kind, nog weerlozer dan zijn moeder. Wat voor toekomst is er voor hem, voor haar, altijd op de vlucht in die bange, boze wereld?

Lizzy Geurts-van Kessel liet zich inspireren door dit verhaal. Zij schilderde een vluchtelingenvrouw. De ondergrond is een verbrand paneel dat een rotsachtige en gebroken textuur geeft als van droogte in een woestijn. Het zwart van het geblakerde hout is overschilderd met helderblauw: water, dat alle branden blust, dat herinnert aan de vele vluchtelingen die de laatste tijd de gewaagde overtocht naar vrijheid en vrede waagden en verlangen naar rust – al zullen ze die rust niet zo gauw vinden. De vrouw is gekleed in een Maria-blauw kleed. Op haar armen draagt zij geen baby, maar licht, omvat door een regenboog: het lichtkind dat Hoop heet, toekomst ondanks alles.

Want hoe broos en teer een pasgeboren kind ook is, het straalt vanaf de eerste schreeuw van toekomst.

Het visioen van de vrouw en de draak, de hele Apocalyps, is een spannend verhaal over het einde der tijden dat zich ontvouwt in verschillende ‘levels’ waarin stap voor stap afgerekend wordt met het kwaad. Door alle donkere ellende heen schijnt steeds het licht van het goede.

Het is belangrijk om dat licht te blijven zien, bij alles wat ons overkomt, maar ook om zelf licht te ontsteken, kaarsjes bij Maria, in Ommel, in het torenportaal van onze kerk of de St. Jozefkerk, in het Cornelius- en Mariakapelletje in Zeilberg of gewoon thuis. Het is ook belangrijk om dit licht zelf uit te stralen in alles wat we doen, in onze aandacht voor wie zich klein en kwetsbaar voelen, zodat we met Maria kunnen juichen: ‘Van vreugde juicht mijn geest om God, mijn redder.

Wilma Koolen-Hermkens schreef een gedicht bij het schilderij van Lizzy, geïnspireerd op een woorden van Anne Frank, nog zo’n vluchtelingenvrouw, die in al haar kwetsbaarheid enorm sterk was.

 

En toch (vrij naar Anne Frank) WKH

En ondanks alles
Zie ik – weet ik – geloof ik
dat de mens ten diepste wezen goed is.
Hoe kan ik mijn hoop laten wortelen
in verwarring of treurnis
in ellende en dood.

De wereld transformeert in wildernis
eeuwigdurende donder rolt aan
en sleurt ons mee
in haar vernietigende kracht.
Ik voel de pijn van miljoenen mensen –
hun tranen
over mijn wangen.

En toch:
Als ik mijn gezicht naar de hemel richt
dan voel ik in de vezels van mijn ziel
dat alles ooit weer goed wordt.
Dat ook deze wreedheid stoppen zal
zodat vrede en rust kunnen wederkeren.

PJ