Vrijmoedig spreken

28 oktober 2018

Jaar B, 30e zondag door het jaar, 28 oktober 2018
Marcus 10, 46-52

Afgelopen woensdag hadden we vanuit de parochie bij de Franciscanessen in Veghel een prachtige bezinningsdag. Bijzonder was dat de zusters met ons mee deden en wij met de zusters. Samen vierden we eucharistie en sloten af met de vespers. Samen dronken we koffie, aten we. Samen deden we ons tegoed aan een ‘psalmenproeverij’, verzorgd door Frans Croonen van Zin en Zijn in Nijmegen, die ons de ogen opende voor de veelzijdige emoties die in de psalmgezangen, -gedichten te herkennen zijn. Bernard Visser vertelde over de geschiedenis van de congregatie, waarbij ook de vestigingen in Deurne, Helenaveen, Zeilberg en Neerkant een belangrijke rol hebben gespeeld. Hij eindigde met een ontroerende groet van oud-deken Hein Tops, die hij de dag ervoor nog had gesproken.

En zuster Ludwina Foolen vertelde vol vuur over de 150 vaandels die zij samen met de andere zusters 25 jaar geleden maakte en de 15 nieuwe die zij bij gelegenheid van het 175 jarig bestaan dit jaar toevoegde. Ze verbeelden de zeven lichamelijke en zeven geestelijke werken van barmhartigheid met als vijftiende de ‘zorg voor de schepping’ die op voorspraak van paus Franciscus enkele jaren geleden is toegevoegd als belangrijke waarde om met elkaar en de wereld om te gaan. Samen met tien vaandels met de grondwoorden van de congregatie vormen zij een grootse vlaggenparade door de uitgestrekte tuinen.

Die vaandels van de werken van barmhartigheid wapperen op de binnenplaats tussen het oude klooster en een vleugel die de zusters onlangs hebben verhuurd. Ze wilden er geen zakelijke projectontwikkeling, maar functies die bij hun huis en hun leefwijze passen: beschermd en begeleid wonen, zoals huurappartementen voor jongvolwassen met autisme; een kinderdagverblijf voor kinderen met een extra zorgbehoefte, maar ook een overdekte jeu-de-boulesbaan waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.

In dit rijke programma hadden we iets te weinig tijd om lang stil te staan bij de tien grondwoorden, grondzinnen, waarin de zusters hun geestelijk testament hebben samengevat. Ik heb ze naderhand nog eens nagelezen. Enkele vielen me op, zoals “de mindere zijn”. Daarover ging het in het evangelie van vorige week. Ik heb het in de overweging toen gehad over het woord ‘nederigheid’, niet op de beladen manier van kleinerend, neerbuigend, waardeloos, maar positief als ‘een gepast respect voor jezelf hebben’.

De zusters erkennen dit ook. Naast hun dienstbaarheid is ook een grondwoord: “vrijmoedig spreken”. Ik herken hierin de blinde Bartimeüs uit het evangelie. Hij komt voor zichzelf op, hij laat zich horen en wordt gered. De zusters schreven als toelichting bij “vrijmoedig spreken” dit:

Zeg maar wat je op je hart hebt.
je mag de mindere zijn,
maar wees daarmee
zeker niet weerloos en willoos.
Als iets niet klopt,
volgens je hoofd of volgens je hart;
als de wereld niet in de haak is,
moet je opstaan, je stem laten horen,
waar je ook bent.
Opkomen voor onrecht,
opkomen voor misstanden.
Wie is zo VRIJ?
Wie heeft die MOED?

Daarvoor moet je eerst
met twee voeten op de grond staan,
om dat stapje omhoog te durven maken,
je nek uitsteken.
Zonder vrijmoedig te zijn,
hadden de zusters Franciscanessen
niet de plek verworven
die ze verdienden.
Met de hand omhoog,
net geen opgeheven vinger,
maar wel een hand
die aandacht vraagt.

De andere hand is uitnodigend.
“Ik wil helpen,
ik wil meehelpen aan een oplossing.”

Vrijmoedig spreken
en klaar staan met uitgestoken handen.