26 november 2018

Jaar B, hoogfeest van Christus Koning, 25 november 2018
Daniël 7, 13-14, Openbaring 1, 5-8 en Johannes 18, 33b-37

Met het hoogfeest van Christus Koning van het Heelal vieren we het einde van het kerkelijk jaar. Oud op nieuw maar dan zonder vuurpijlen. Volgende week is het immers de eerste advent: de voorbereidingsperiode van vier weken op de geboorte van de Jezus, mensenzoon.

In de evangelielezing van vandaag horen we hoe Pilatus Jezus aan het ondervragen is over zijn koningschap. Het is een scene uit het passieverhaal. Bij zijn kruisiging zal Pilatus een opschrift laten maken ‘Jezus van Nazareth, koning der Joden’. Waar Pilatus verwijst naar het werelds koningschap vieren wij vandaag vieren het ware koningschap van Jezus: hij is uit de dood opgestaan om ons vrij te maken.

De viering van het koningschap van Jezus heeft een oorsprong die nog net geen eeuw oud is. In 1925 besloot Paus Pius XI dat voortaan de laatste zondag van het kerkelijk jaar als Christus Koning gevierd zou gaan worden. Het was een reactie op ontwikkelingen in de toenmalige samenleving waarin vanwege het opkomende communisme en fascisme de goddeloosheid in opmars was. Bovendien leefden ze met de verschrikkingen van wat toen nog heette de Grote Oorlog nog vers in het geheugen. Wij weten inmiddels hoe het verder ging.

De encycliek die Paus Pius XI destijds schreef dit hoogfeest is nog steeds hoogst actueel. De tekst legt bovendien een bijzonder pijnpunt bloot dat naar aanleiding van de misbruikschandalen in de kerk ter discussie staat. Ook al is Jezus’ koningschap van geestelijke aard het omvat een drievoudige macht: de wetgevende, rechterlijke en uitvoerende macht. Hier wordt nog uitgegaan van het wereldse model van het koningschap zoals ook Pilatus dat voor ogen had. De kerk houdt deze drie machten in navolging van Christus in één hand. In onze moderne en democratische samenleving streven we echter naar een scheiding der machten. Er is een toenemende roep om dat ook in de kerk doen en daarmee openheid en rechtvaardigheid te bevorderen. Deze discussie legt pijnlijk open waar Jezus’ koningschap werkelijk omgaat: de waarheid die in God gelegen is.

Het was in die tijd gangbaar een beeltenis van het Heilige Hart van Jezus in huis op te stellen. Pius XI wilde die devotie vernieuwen door het Koningschap van Jezus nadrukkelijker naar voren te laten komen. Vanaf die tijd werd Jezus ook wel met een kroon afgebeeld of zelfs zittend op een troon. Menige huiskamer was met zo’n gipsen beeld uitgerust. In de jaren zestig en zeventig werden ze niet zelden in stukken geslagen en als stoepkrijt tot stof gewreven.

In onze parochie zijn ook enkele van deze beelden in het straatbeeld verschenen. Ze hebben allen als gezamenlijk kenmerk dat ze in de loop van hun bestaan beschadigd, verplaatst of zelfs vervangen werden. In Deurne, St. Josefparochie, Zeilberg en Neerkant staan ze niet meer op hun oorspronkelijke plaats. Het Christus Koningbeeld in Deurne op de hoek van de Kruisstraat/ Kerkstraat roept blijkbaar gemengde gevoelens op bij mensen. Het opschrift op de sokkel luidt: ‘Rex Clementissime’ dat is ‘Eerbiedwaardige koning. Het beeld werd herhaaldelijk beschadigd en weer gerestaureerd.

We vieren het koningschap van Jezus. Het koningschap is een van de drie Messiaanse titels van Jezus: Koning, Priester en Profeet. De vier evangelisten spreken allen over het koningschap Jezus. De engel Gabriël die Maria de boodschap brengt van haar moederschap verwijst naar het geslacht van Koning David. Al bij de geboorte van Jezus vragen de drie wijzen uit het oosten naar de koning der Joden.

In het evangelie van Johannes zegt Jezus tegen Pontius Pilatus: ‘ik ben koning. Met geen andere bestemming ben ik geboren en in de wereld gekomen dan om te getuigen van de waarheid.’ Tegelijkertijd horen we Jezus zeggen: ‘mijn koningschap is niet van deze wereld’. Johannes mag in zijn evangelie graag spelen met de verhouding tussen de stoffelijke en geestelijke wereld. Johannes brengt ons – meer nog dan Mattheus, Markus en Lucas tot de mystiek van ons geloof. Bij Johannes mag de Geest wat dat betreft meer spreken.

Het koningschap zoals Jezus het invult, is van een andere orde. Jezus maakt er een anti-koning van. Hij komt met Palmpasen niet op een statig paard Jeruzalem binnenrijden. Hij kiest voor een ezelsveulen. Een jong dier dat eigenlijk maar amper geschikt is om de last van Jezus te dragen. Ik stel me dat voor: Jezus op zo’n klein dier met zijn voeten amper van de grond omringt door mensen die hun mantels op de grond hebben gelegd, met palmtakken zwaaien en hem toejuichen: ‘Leve de nieuwe koning!’ Jezus torent niet hoog boven de mensen uit zoals een ruiter dat doet. Hij zit op ooghoogte en kijkt de mensen langs de kant van de weg in hun ogen. Hij vraagt ze zijn weg van liefde, mededogen en barmhartigheid te volgen.
Na zijn aankomst in Jeruzalem zal hij eten met zijn vrienden. Hen de voeten wassen: deze koning is geen koning om gediend te worden maar een die zelf dient. Hij is vol van zelfgave: Hij geeft zijn lichaam en bloed voor onze vrijheid. Jezus’ verlossing heeft betrekking op onze wil om te leven zoals hij: uit liefde voor God, de ander en onszelf.

Op het kruis boven het hoofd van Jezus laat Pilatus het opschrift zetten: INRI Iesus Nazarenus, Rex Iudaeorum, ‘Jezus van Nazareth, koning der Joden’. Het lukt Pilatus niet om zich te bevrijden van het idee van een wereldse koning. In zijn ogen is er maar één koning mogelijk. De overwinnaar die anderen verslagen heeft. Die beschikt over leven en dood. Die macht uitoefent en mensen dwingt: onvrij maakt, tot slaaf maakt. Jezus heeft zich uiteindelijk niet verzet. Hij volgde het heilsplan van de Vader. Christus wordt als Koning erkend om Zijn liefde voor de mensen die alle begrip te boven gaat.

Bij het hoogfeest van Christus Koning mogen we ons een paar heel persoonlijke vragen stellen: wie is onze koning? Wie zijn onze helden? Achter wie gaan we aan? Maken ze ons vrij? Gaan ze voor zichzelf of leven ze voor anderen? Erkennen we Christus persoonlijk als onze koning?’ Niet zo’n koning waaraan je je overgeeft omdat hij nou eenmaal als overwinnaar uit de bus is gekomen en de macht naar zich heeft toegetrokken.

Jezus wil de koning zijn zoals die man op dat ezelsveulen, die je recht in je ogen aankijkt en zegt: kom maar bij mij, volg mij maar.

 

BJ