Beloken Pasen

28 april 2019

Jaar C, 2e zondag van Pasen, 28 april 2019
Johannes 20, 19-31

De tweede zondag van de Paastijd kennen we als Beloken Pasen. Met Beloken Pasen wordt de paasweek, het zgn. paasoctaaf (acht dagen vanaf Pasen) afgesloten. ‘Beloken’ komt dan ook van het werkwoord ‘beluiken’ of (af)sluiten.

In het evangelie van vandaag horen we nog een andere betekenis van afsluiten. Niet die van beëindigen maar die van afzonderen: De apostelen hebben zich afgesloten hebben van de buitenwereld die het op hen gemunt heeft. Ze zijn bang en in afwachting van de belofte die Jezus gemaakt heeft. Wanneer Jezus dan plotseling toch in hun midden staat horen we hoe Jezus een oproep doen tot barmhartigheid, vergiffenis en verzoening. In het Jubeljaar 2000 riep paus Johannes Paulus II deze dag uit tot Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid.

De Stille Week begon dit jaar met een grote brand in de Parijse Notre-Dame. Huilende en biddende mensen rond het inferno in de Franse hoofdstad. Dit icoon moest herbouwd worden. Binnen enkele dagen waren de fondsen toegezegd die dat ook werkelijk mogelijk maken. De kathedraal van onze lieve Vrouwe zal uit de as herrijzen.

Op Paaszondag hoorden we over de bomaanslagen in Sri Lanka en de doden die vielen in kerken en hotellobby’s. Juist in dit Paasweekend trok er een spoor van vernieling en geweld over dit Aziatische eiland. De Mensen waren bang om de straat op te gaan. Ze sloten zich op in de relatief veilige omgeving van hun huizen en hotelkamers.

We maken deze gebeurtenissen niet direct mee. Via de moderne media maar ook in de gesprekken op straat komen de berichten tot ons. Zo worden we deelgenoot van wat er in de wereld gebeurd. Vaak wordt die informatie die we horen sterk gekleurd: was het vuur in Parijs aangestoken? Wie zaten er achter de aanslagen in Sri Lanka. Wie of wat moeten we geloven?

Deze week horen we in het evangelie hoe de leerlingen van Jezus zich verschanst hebben uit angst voor de buitenwereld. Ze hebben zich afgesloten: beloken Pasen. In plaats van er op uit te trekken en de blijde boodschap van Jezus te verkondigen blijven ze bij elkaar letterlijk achter de gesloten luiken en deuren. Het feest van Pesach is uitgelopen op een moord- en lynchpartij. Mensen hebben elkaar verraden en het graf waar ze Jezus hebben begraven blijkt leeg te zijn. Niets lijkt te zijn verlopen zoals ze hadden verwacht. Of toch: de belofte van Jezus en zijn wederopstanding houdt ze bij elkaar.

De scene waarover we horen lijkt zich af te spelen rond Thomas. Hij kan de verhalen die vertelt worden niet geloven. Zo onwerkelijk. Thomas is meer van: eerst zien dan geloven! In die zin lijkt hij op de hedendaagse mens die omringt door nep-nieuws en opinieberichten zijn weg moet zien te vinden in de overmaat aan informatie die zich dagelijks aan ons opdringt.

Er is in de evangelietekst veel meer aan de hand: Jezus dringt binnen in de afzondering van de leerlingen. Hij doorbreekt de afgesloten deuren en staat zomaar in het midden van de leerlingen. ‘Vrede zij met u’ zegt Jezus en in een adem voegt hij er de zending van de apostelen aan toe: ‘Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.’ Dan blaast hij over hen heen en zegt: ‘Ontvang de heilige Geest’. Tenslotte voegt hij er aan toe: ‘wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven’. De leerlingen zijn na hun aanvankelijke angst voor wat ze is overkomen vervult van vreugde.

Het lijken zomaar een paar korte aanwijzingen die ons tot een nieuw perspectief op de situatie brengen. Jezus wenst ons vrede: juist in deze verwarrende tijd van verwacht nieuw koningschap, verraad, lijden en dood is vrede en gemoedsrust een belangrijke basis waarop we weer hoop kunnen vestigen. Dan herinnert Hij ons aan de opdracht die Hij zijn apostelen heeft gegeven: gaat heen en verkondigd het Rijk der Hemelen. Dan blaast Jezus de Heilige Geest letterlijk over de leerlingen uit. Zoals Jezus op het kruis de geest terug gaf aan de Vader, zo geeft de Verrezen Christus de geest aan ons, kinderen van God. Het is een voorafbeelding van Pinksteren. Dan doet Jezus een beroep op onze barmhartigheid: ‘wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven’. De apostelen worden tot priesters die in naam van God barmhartigheid en verzoening brengen.

Thomas is er niet bij. Hij hoort de gebeurtenissen weliswaar uit eerste hand maar kan ze maar moeilijk geloven. Hij blijft steken in zijn eigen ideeën over wat er is gebeurd. Pas een week later wanneer het bezoek van Jezus zich herhaalt komt hij tot geloof. Jezus nodigt hem niet alleen uit om te zijn wonden te zien maar er daadwerkelijk zijn vingers in te leggen. Door de tekenen van lijden en dood letterlijk na te laten voelen hoopt Jezus dat Thomas zijn eigen idee en verzet op zal geven. Jezus gaat voorbij zien en dan geloven.

Het gedrag van Thomas deed me denken aan een passage uit het boek De kleine Prins van de Franse auteur en oorlogsvlieger Antoine de Saint-Exupéry. Hij schreef het boek in de tweede wereldoorlog, een jaar voor dat hij met zijn vliegtuig werd neergehaald. Het boek zit vol van christelijke verwijzingen zoals we die ook kennen van tijdgenoten als Tolkien met zijn trilogie In de Ban van de Ring en C.S. Lewis met zijn Narnia-reeks.

Het citaat uit de Kleine Prins luidt: ‘Alleen met het hart kunnen we werkelijk zien, de essentie blijft onzichtbaar voor het oog!’. Het is een veel geciteerde uitspraak van de vos die de kleine prins in de woestijn heeft ontmoet. De prins heeft de vos gevraagd om vrienden te worden en met hem te spelen maar deze antwoordt dat dat niet kan omdat hij niet getemd is. De prins weet niet wat de vos met temmen of getemd zijn bedoeld. Voor ons klinkt temmen al gauw als iemand naar onze hand zetten, onderdrukken, manipuleren.

Uit de soms absurd aandoende dialoog die zich ontspint tussen de prins en de vos blijkt dat de basis bestaat uit verbondenheid. Hieruit zal zich wederzijds verlangen ontwikkelen. Een verlangen naar die unieke ander. Temmen is als elkaar te erkennen als bijzonder en uniek in deze wereld. Dan pas is een ware ontmoeting tussen individuen mogelijk. Met Thomas gebeurt hetzelfde: hij weet zich verbonden met Jezus met wie hij heeft rondgetrokken. Naar wie hij heeft geluisterd, die Zijn boodschap in zijn hart heeft gelegd. Kent hij Jezus werkelijk? Heeft hij hem werkelijk ontmoet?

Jezus nodigt ons uit elkaar in vrede te ontmoeten: als unieke mensen. Hij herinnert ons aan onze roeping om zusters en broeders te zijn. Te leven in de hoopvolle verwachting van een nieuwe wereld waarin barmhartigheid de boventoon voert. Hij vraagt aan ons boven onze eigen voorstellingsvermogen uit te stijgen. Dan zullen de luiken die gesloten waren open gaan en wederzijds respect, liefde en barmhartigheid groeien. Niet door te kijken met onze ogen maar met het hart. ‘Alleen met het hart kunnen we werkelijk zien, de essentie blijft onzichtbaar voor het oog!’

 

BJ