Ik ben de deur

3 mei 2020

Jaar A, 4e zondag van Pasen, 3 maart 2020
Johannes 10, 1-10

‘Trek de deur maar weer eens open als ge in de buurt bent”.
Een mooie en uitnodigende zin, die ik al vaker van een Vlierdense dorpsgenoot hoorde. In de huidige coronatijd van deuren die gesloten blijven en drempels die te hoog zijn om ze te mogen nemen, krijgt die uitnodiging een speciale en zeker niet vanzelfsprekende zeggingskracht.

Ik moest hieraan denken toen ik de uitspraak van Jezus overdacht: “Ik ben de deur, ik ben de deur voor de schapen.” Wat wil hij er mee zeggen? Er is iets aan voorafgegaan.

Kort hiervoor heeft Jezus iemand genezen van zijn blindheid. Maar velen hebben zo hun twijfels: de buren, de Farizeeën, religieuze leiders. En het gevolg is dat de man die net genezen is, niet wordt opgenomen in de gemeenschap. Hij wordt buitengesloten. De uitspraak van Jezus lijkt dus een reactie op wat er rondom de blinde man en zijn genezing gebeurt. Jezus gaat naar deze man toe, hij raakt hem zelfs aan. Maar de buren blijven op afstand en zeggen: hij was toch een bedelaar? Alsof we willen zeggen: eens een bedelaar, altijd een bedelaar en bovendien werd hij genezen op de sabbat! en dat is niet volgens de regels!

Dit was hun manier van kijken. Regels, voorschriften, oordelen over een ander, vooroordelen beter gezegd, bepaalden hun blik. Met als gevolg dat een mens wordt buitengesloten. En in dit geval betreft het iemand die juist weer zijn zicht had teruggekregen. Wíj zouden misschien wel zeggen: de blinde man zag het niet meer zitten en de ontmoeting met Jezus verandert zijn leven, het zorgt voor licht in zijn duisternis. Maar de omstanders zien dat niet zo. En aan het einde van dit verhaal klinkt de vraag: wie is er nu eigenlijk blind?

En dan komt Johannes met dat beeld over Jezus: Ik ben de deur! Hij plaatst dat beeld van een brede deur tegenover dat van mensen met een dikke muur, de mensen met hun oordelen en met regels die anderen buitensluiten. Ik ben de deur, zegt Jezus.

Een deur geeft toegang. In het beeld dat Jezus gebruikt gaat het over een schaapskooi. Dat is de ruimte die ’s nachts bescherming biedt tegen roofdieren en tegen mensen met hun kwade bedoelingen. De deur zorgt dus voor veiligheid en geborgenheid. De deur behoedt wat kwetsbaar is.

Jezus zegt: Ik ben de deur. Bij mij is het kwetsbare, dat wat het meest eigene is aan jou, bij mij is dat veilig. Wij hebben in onze tijd zo onze eigen problemen met ongewenste gasten, met ongevraagde e-mails over coranavirusvrije bankpassen die er onschuldig uitzien, maar met kwade bedoelingen, met wolven in schaapskleren zogezegd.

Jezus zegt zoiets als: bij mij is het meest persoonlijke, dat wat jou tot een uniek mens maakt, bij mij is dat veilig. ‘Ik ben de deur’

De herder is de deur die ons naar binnen leidt als we onrustig zijn of bang voor wat dan ook. En daarom waren we gewend hier, in deze kerk in Deurne maar ook in Liessel, Neerkant, Helenaveen, de St. Jozef en in Vlierden samen te komen, om te bidden, te luisteren, te zingen, God te zoeken en onszelf weer terug te vinden. En als de ziel gevoed is, het vertrouwen gesterkt, dan is het goed om weer naar buiten te gaan, om te werken voor het dagelijkse brood, mensen te ontmoeten en te zorgen voor wie aan onze zorg is toevertrouwd. Allemaal zaken die velen nu zo missen.

Ik ben de deur… Een prachtig beeld eigenlijk voor het dagelijkse leven, voor het in- en uitlopen, voor de overgang tussen binnen en buiten. We zitten nu veel binnen. Maar het is ook goed om niet te vergeten dat er een ‘buiten’ is, waar we samenleven met anderen. Opgesloten zijn, buitengesloten worden… mensen die open zijn naar anderen, ruimte bieden, sleutels geven voor dichte deuren: zij geven handen en voeten aan de opdracht van Jezus.

 

KK