Overweging: Achter elkaar

4 januari 2015

Openbaring van de Heer, 5 januari 2015
Jesaja 60, 1-6, Efeze 3, 2-3a.5-6 en Matteüs 2,1-12

Toen ik klein was, vond ik het heerlijk als de kerstgroep van zolder gehaald werd, de boom opgetuigd en stal en beeldjes eronder hun plek kregen. Ik speelde daar altijd mee. De koningen stonden eerst een heel eind weg, schoven elke dag een beetje op. Als de koningen waren gearriveerd, gingen de herders weer weg. Zo beleefde ik het kerstverhaal.

In de St. Willibrorduskerk lijken de beeldjes van de kerstgroep van de voormalige Heilige Geestkerk allemaal achter elkaar aan te lopen. In acht staties zijn ze gegroepeerd aan de pilaren. Aan de ene kant de herders met hun talloze schapen. Aan de andere kant de koningen met hun enorme karavaan van kamelen en paarden. Vorige week liepen de koningen naar achteren en de herders naar voren, nu lopen de herders naar achteren en de koningen naar voren. Daar vooraan, bij het altaar is het doel van hun reis: de kribbe met het kind, Maria en Jozef, de os en de ezel en een enkel schaap.

Ze lopen allemaal achter elkaar aan… “Dat doen mensen toch haast altijd?” merkte iemand op. Ja, eigenlijk is dat wel zo. We zijn gewoontedieren. We gaan mee met de mode van de dag; we doen wat we altijd doen en gewend zijn; we denken lang niet bij alles na waarom we het doen. Een vast ritme, vaste waarden, vaste normen geven structuur aan het leven, een veilig kader, een rustig bestaan.

Maar wat als dat kader doorbroken wordt, als gewoontes niet meer gewoon zijn? Ik las ondanks het tweeluik “de stad der blinden” en “de stad der zienden” van José Saramago. In beide boeken wordt de vanzelfsprekendheid van het leven doorbroken door een bijzondere gebeurtenis. In “de stad der blinden” worden alle inwoners van een stad in enkele dagen blind. De schrijver vormt zich dan een beeld van hoe dit de samenleving totaal ontwricht. Waar mensen eerst samen leefden is het nu tastend ieder voor zich. In “de stad der zienden” blijkt bij een verkiezingsuitslag dat in de hoofdstad 83% van de kiezers blanco stemt. De schrijver vraagt zich af welke conclusies daaruit getrokken kunnen worden. Dat kunnen hele verschillende conclusies zijn, maar de verkiezingsuitslag wordt door de machthebbers als een stille opstand gezien en een bedreiging voor de stabiliteit van het land met alle gevolgen van dien.

De komst van de Wijzen uit het Oosten zet in Jeruzalem de wereld op zijn kop. Herodes is op zijn zachtst gezegd niet blij met de aankondiging van een pas geboren koning, een onverwachte concurrent van zijn tot dan toe onaantastbare macht. Dat zij langs een andere weg terugkeren naar hun land, doet daar geen goed aan.

Toch komt het daar soms op aan: dat ergens en door iemand een verandering wordt ingezet – en anders hoeft niet perse slechter te zijn –; een verandering die het achter elkaar aanlopen doorbreekt, die aan het denken zet, de vanzelfsprekendheid voorbij. Het Pakistaanse meisje Malala is zo iemand, hulpverleners die naar gebieden gaan waar mensen besmet zijn door het ebolavirus, of dichterbij bijvoorbeeld: onze driekoningenzangers, die de afgelopen dagen rondtrokken door Deurne, om geld op te halen voor goede doelen (en natuurlijk ook een goed gevulde snoepzak), vrijwilligers die zich belangeloos en van harte inzetten voor de medemens, de parochie, een vereniging, mantelzorgers, die – noodgedwongen vaak – zorg op zich nemen en indruk maken door de manier waarop zij dat doen.

De Wijzen uit het Oosten hebben in Jezus zo’n voorbeeld gezien van iemand die niet in de pas loopt, een andere weg kiest. Voor hen was dat een openbaring. Als christenen mogen wij ons door die openbaring laten uitdagen om niet altijd mee te gaan in de vanzelfsprekendheid van wat ‘men’ doet, maar zelf keuzes te maken en daar vol overtuiging achter te staan.

 

PJ