Band of brothers

30 september 2018

Jaar B, 26e zondag door het jaar, 30 september 2018
Herdenking Deurnese oud-strijders Nederlands Indië en Nieuw Guniea
Numeri 11, 25-29, Jakobus 5, 1-6, Marcus 9, 38-43.45.47-48

Komende donderdag, 4 oktober 2018, vertelt verhalenvertelster Desiree Hornikx in het Parochiecentrum over het zwijgen van haar vader. Hij is drie jaar als militair in Nederlands Indië geweest. Maar hij vertelde nooit over die tijd. Bladerend in zijn fotoalbums en dagboeken pasten voor Desiree heel wat puzzelstukjes in elkaar.

Dat zwijgen, daarover hoor je vaker. Het is herkenbaar voor wie een vader of opa heeft die naar de Oost werd uitgezonden, als vrijwilliger of als dienstplichtige. Zwijgen, omdat er na terugkomst op weinig begrip gerekend kon worden. Zwijgen omdat wat zij meegemaakt hebben nauwelijks in woorden te beschrijven is. Zwijgen om het achterlaten van gesneuvelde kameraden. Zwijgen omdat de publieke opinie van alles vindt nog voordat helder is wat er precies is gebeurd. Eeuwig zwijgen omdat zij inmiddels zelf overleden zijn. Alleen als dienstkameraden samenkomen, dan werd en wordt soms het zwijgen doorbroken. Dat zwijgen kan beklemmend zijn voor echtgenote, kinderen, kleinkinderen. Het roept vragen op die geen antwoord krijgen, het schept afstand die je eigenlijk niet wilt.

Alleen daarom al heeft herdenken zin. Herdenken is terugkijken, onder ogen zien, uitspreken. Herdenken is verbinden. Terwijl we in gedachten verwijlen bij gesneuvelde kameraden en dierbaren, worden we onvermijdelijk teruggeworpen op ons eigen bestaan, hier en nu. We kunnen ons daarbij gesteund voelen door andere veteranen, naast betrokkenen en belangstellenden. Herdenken is rouwen, hopen, vertrouwen.

Als wij op de laatste zondag van september herdenken, dan kijk ik elk jaar naar hoe begin september herdacht wordt bij de Nationale Indië herdenking in Roermond. Dit jaar werd daar een nieuw monument toegevoegd aan de vele monumenten die er al staan, een verbindend monument dat een brug slaat tussen het Nationaal Indië-monument en het Monument voor Vredesoperaties. Hiermee worden alle veteranen, namens Nederland uitgezonden in het verre Indië, in Nieuw Guinea en in alle andere uitzendgebieden na de Tweede Wereld Oorlog betrokken bij de herdenking. Er wordt uitdrukkelijk niet alleen stilgestaan bij wie niet terugkwamen van een missie maar ook bij hun nabestaanden, dierbaren en familie die achterbleven aan het thuisfront.

Het verbindende monument heeft de vorm van een open en lege kist. De holle binnenruimte verwijst naar de doodskisten van gevallenen, die nooit naar Nederland kwamen, en ook naar de leegte die teruggekeerden voelen door alles wat zij in het inzetgebied hebben achtergelaten. Voor mij verbeeldt die open ruimte ook het oorverdovende zwijgen. Op de rand van de roestvrijstalen kist zijn mensen gegraveerd hand in hand: mannen en vrouwen die namens Nederland samen hun plicht doen en deden en daardoor als veteranen met elkaar een bijzondere band hebben, een ‘band of brothers’. Op de rand staat ook de tekst: “Wij stonden maar rondom die kuil”, een fragment van een gedicht van wachtmeester Kortekaas die in 1949 zijn gevoelens probeerde te verwoorden bij het graf van een overleden collega.

Ik ben elk jaar onder de indruk van de declamatie van schrijver/dichter Hans van Bergen. Ik verwijs u graag naar de indrukwekkende woorden die hij op 1 september jongstleden heeft uitgesproken:

DECLAMATIE HANS VAN BERGEN

 

PJ