Barcelona

20 augustus 2017

Jaar A, 20e zondag door het jaar, 20 augustus 2017
Jesaja 56, 1.6-7 en Matteüs 15, 21-28

“Barcelona…” De volle, ronde operastem van Tania Kross en de geoefende, ietwat rauwe musicalstem van Tommie Christiaan raken de kijkers en deelnemers van “De beste zangers”. In een wonderlijk mooi duet bezingen zij jubelend de stad, die deze week in haar hart werd getroffen. De droom van vredig samen in het lied werd een nachtmerrie door alweer een zinloze terroristische aanslag met zoveel doden en gewonden.

Het leidt de aandacht even af van wat vorig weekend in Amerika, in Charlottesville gebeurde: een griezelige demonstratie waarin leuzen klonken als “Witte levens doen ertoe”, “Joden zullen ons niet vervangen”, waar de nazigroet werd gebracht door Amerikaanse nazi’s en blanke nationalisten, en swastika’s gedragen werden. Ik weet niet wat erger was: de demonstraties of de halfslachtige reactie van de president die aanvankelijk geen, toen weer wel, daarna toch maar half stelling nam tegen fascisme, neonazisme en racisme. Met in gedachten de tweede wereldoorlog – waarvan we met de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 het einde afgelopen dinsdag herdachten – kan wat toen gebeurd is toch nu niet verheerlijkt worden als de oplossing voor alle problemen die er zeker ook zijn.

Waar gaat het naartoe met onze wereld? Worden haat en verderf de nieuwe norm? Bestaat samen leven straks niet meer en is het ieder voor zich?

Zelfs Jezus lijkt er in het evangelie van vandaag in mee te gaan. De Kananeese vrouw hoort er in zijn ogen niet bij. Ze krijgt niet eens antwoord. Hij negeert haar, scheldt haar indirect uit voor hond. Bijna zou ik dit verhaal aan de kant leggen, maar gelukkig is de vrouw standvastig en bedenkt Jezus zich, verbreedt hij zijn blik, helpt hij de vrouw. Waar hij normaal de leraar is, is hij hier een leerling.

De wereld is niet gebaat bij de ik-tegenover-jij-mentaliteit die overal de kop op steekt, die de basis is van felle confrontaties tot aan terroristische aanslagen toe. Oud-president Barack Obama reageerde met een citaat van Nelson Mandela: “Niemand wordt geboren met haat voor een ander persoon vanwege zijn huidskleur, zijn achtergrond of geloof. Mensen léren te haten, en als ze kunnen leren haten, dan kunnen ze ook leren lief te hebben. Want liefde is natuurlijker voor het menselijk hart dan het tegenovergestelde.”

Bij de bestuursvergadering afgelopen donderdag las de secretaris als moment van bezinning een fragment voor uit een column van Willem Vissers in de Volkskrant (16 augustus 2017). Hij schrijft daarin over zijn gezin: zijn oudste zoon Samuel met een geestelijke handicap en hoe zijn jongste zoon Joshua daarmee omgaat. Ik citeer: “Joshua is zo zorgzaam, zo attent. (…) Hij is voortdurend op zijn hoede. Oma’s met vloerkleden, met een andere route in de woonkamer, met tafels en obstakels waartegen Samuel hard kan vallen tijdens zijn onverwachte loopjes. (…) Dat is een prachtig beeld, een cadeautje op een mooie zondag. Zo zien wij het graag in de maatschappij van grote mensen: sterkeren zorgen voor zwakkeren. Hier aanschouwen we de miniatuurversie van ons ideaalbeeld: dat kleine, gespierde kereltje dat zijn grote, behoeftige broer helpt.”

In mijn achterhoofd zingt nog dat lied: “Barcelona…” Vandaag klinkt het met een brok in de keel als een protest van liefde en respect, van geloof in samen leven. Om met het visioen van Jesaja te spreken: vreugde in een huis van gebed voor alle volken, een kind dat grote mensen vrede leert.

 

PJ