Bewerken en bewaren

30 oktober 2016

Jaar C, 31e zondag door het jaar, 30 oktober 2016
Genesis 1 en Lucas 19, 1-10
Hubertusviering

Op 4 oktober was ik op weg naar de supermarkt. Iemand sprak me aan en vroeg: is komend weekend weer die viering met de honden? Nee, zei ik, ik denk dat je in de war bent. 4 oktober is Werelddierendag, de feestdag van Franciscus. Deze viering heeft te maken met Hubertus. Zijn feestdag is officieel op 3 november.

Eigenlijk wel grappig dat iemand die twee bij elkaar brengt. Zo had ik het nog nooit bekeken. Sommigen zullen protesteren: bij Dierendag gaat het om het welzijn en dus het leven van de dieren; bij de Hubertusviering over de jacht en dus de dood. Dat is niet helemaal waar. Wat mij opvalt bij de wildbeheerders is dat zij juist veel om dieren geven. Net zoals de boeren veel om hun vee geven.

Je kunt erover twisten hoever je mag en moet gaan in het beheer van de natuur. Die meningsverschillen zullen er wel altijd blijven. Het heeft te maken met welke waarden we belangrijk vinden. De Zwarte-Pietendiscussie is zo’n onderwerp, waarover veel mensen een uitgesproken mening hebben. Het ligt gevoelig. Op de een of andere manier moet daarin gezamenlijk en evenwichtig een weg worden gezocht. Dat geldt ook voor de jacht en breder gezien, het omgaan met de natuur, met de aarde. Zelfs de opvolgers van de millenniumdoelstellingen, de Duurzame Ontwikkelingsdoelen voor 2030 van de Verenigde Naties, spelen daarin een rol. Paus Franciscus roept in zijn encycliek ‘Laudato Si’ alle mensen van goede wil op om met respect en eerbied om te gaan met de aarde en de armen. De ommekeer waartoe de paus oproept is ingrijpend: economie, politiek, maatschappij, ja ook de kerk, moeten gericht zijn op het behoud van de schepping, op het verbeteren van de levensomstandigheden van de zwaksten en op het welzijn van de generaties die na ons komen. In dat kader mag je het verhaal van Zacheüs dat we zojuist hoorden symbolisch zien: ook al is hij een lastpak, hij hoort er toch bij.

“Wij zijn God niet,” zegt de paus, “De aarde gaat aan ons vooraf en is ons geschonken… De Bijbelteksten zeggen ons dat wij de tuin der wereld moeten bewerken en bewaren. Terwijl ‘bewerken’ betekent een terrein bebouwen, ploegen en cultiveren, wil ‘bewaren’ zeggen verzorgen, beschermen, bewaken en in stand houden. Dat houdt dus een relatie in van verantwoordelijke wederkerigheid tussen mens en natuur (LS 67).” Chenjerai Hove, een kritische schrijver uit Zimbabwe noemt als voorbeeld: “Natuurlijke hulpbronnen staan ons ter beschikking. Maar het is een morele verplichting voor ieder van ons om ze niet uit te putten. Wanneer je bijvoorbeeld reist door een bosgebied en heel veel vruchtdragende bomen tegenkomt, mag je ervan eten naar je behoefte. Maar de rest laat je hangen voor anderen die na je komen.”

Hoe we omgaan met onze waarden wordt voor een deel in normen vastgelegd. Voor de wildbeheerders is de nieuwe wet Natuurbescherming wat dat betreft een hot item. Daarover is jaren nagedacht, gewikt en gewogen. Op 1 januari 2017 treed deze in werking. Sommigen zullen die wet te streng vinden, voor anderen gaat hij niet ver genoeg. Hoe het ook zij, er wordt een kader aangegeven waarmee we in Nederland omgaan met onze omgeving, met de natuur, met wat er leeft. In het Weekblad voor Deurne heeft u al kunnen lezen dat die wet vijf invalshoeken heeft, de 5 ‘b’-s: bevorderen, beschermen, beheren, beleven, benutten.

Bevorderen heeft te maken met het versterken van de aanwezige natuur en eventueel uitbreiden. Onlangs stond in de krant een initiatief om heel veel bos bij te planten. Er zijn ook initiatieven om natuurgebieden met elkaar te verbinden.
Zeldzame en bijzondere soorten moeten beschermd worden. Flora en fauna moeten beheerd worden. Als er van een soort teveel dieren zijn t.o.v. wat verantwoord is in een bepaald gebied, of als dieren schade veroorzaken, mag ingegrepen worden. Hier speelt de jacht een rol. De natuur mag gezien en beleefd worden, waarbij ook gelegenheid is om mensen bewust te maken van wat er is en hoe alles met elkaar te maken heeft. Wie zich voor het behoud en beheer van de natuur inzetten mogen de oogst daarvan benutten. Maar wel binnen de kaders die daarvoor gesteld worden. Van dat alles moet verantwoording worden afgelegd. Er is geen ruimte meer voor mensen die op eigen houtje gaan jagen. Een jager moet lid worden van een Wildbeheereenheid en daarmee verantwoording afleggen van wat hij of zij doet. Het is de bedoeling dat steeds meer partijen die de belangen van natuur, flora en fauna, landbouw behartigen gaan samenwerken.

Ik denk dat dit een goede zaak is, omdat alles met elkaar samenhangt. Paus Franciscus zegt in dat kader: “Omdat alle schepselen onderling met elkaar zijn verbonden, moet elk ervan met liefde en respect worden gekoesterd, want wij zijn
als levende wezens van elkaar afhankelijk.” (LS 42) “Ook al zijn wij het ons vaak niet bewust, wij zijn voor ons bestaan afhankelijk van deze ecosystemen.” (LS 140). “De natuur kan niet worden beschouwd als iets dat los van ons staat of zuiver als een omlijsting van ons leven. Wij maken deel uit van de natuur, zijn erin opgenomen en staan er voortdurend mee in contact…” (LS 139).

De paus geeft geen definitieve antwoorden op de vraag hoe met het leven en de schepping om te gaan. De wet Natuurbescherming is ook geen wet van Meden en Perzen. Er zal altijd dialoog nodig zijn over de wijze waarop wij de toekomst van onze planeet gestalte geven, in het klein in onze omgeving van Deurne, Asten en Someren, in het groot landelijk en wereldwijd. Om nog één keer met de paus te spreken: “Wij hebben behoefte aan een gesprek waaraan wij allen zonder uitzondering deelnemen, omdat de uitdaging waarvoor het milieu ons stelt en de menselijke oorzaken ervan ons allen aangaan en raken.” (LS 14) Zo komen de vieringen van Werelddierendag – Franciscus en Hubertus toch heel dicht bij elkaar.

 

PJ