Dankbaar

9 oktober 2016

Jaar C, 28e zondag door het jaar, 9 oktober 2016
Lucas 17, 11-19

Onlangs ben ik weer een kleine week bij de trappistinnen van Brialmont geweest, even voorbij Luik aan de route du Soleil. Voor de dertiende keer alweer. Elk jaar ga ik er met enkele collega’s naar toe om retraite te houden. Het is aangenaam om op het ritme van de gebedstijden rust in je leven toe te laten. Ik laat het over me heen komen. Het voelt goed, als thuis komen. Bij de gebedsmomenten dragen de zusters een witte kovel, een ruim hangend kleed met mouwen tot bijna op de grond.

Ik moest denken aan de beschermingsmantel die in de expositie ‘Reflectie’ hangt. Francien Aarts maakte hem van papieren vierkantjes van 7 bij 7 centimeter, aan elkaar genaaid. Op elke velletje is een litho afgedrukt. Zij ging ermee op zoek naar haar eigen wortels. In de voering van de mantel herhalen zich de namen van zeven generaties vrouwen als een soort eeuwig ritme. Francien had daar het beeld bij van een kimono bij een Japanse theeceremonie, een ritueel waarin respect, zuiverheid, stilte en schoonheid een belangrijke rol spelen, als een soort gebed.

Zoals in een klooster waarin het gebed leidend is voor de dag. De kovel die de zusters dragen, is expres ruim, de mouwen horen veel te lang. Ze zijn een symbool voor de ruime verantwoordelijkheid die zij hebben om te bidden en aandacht te hebben voor alle mensen op de wereld. Hun mantelzorg bestrijkt de hele wereld. De mantel verwijst ook naar God, die ruimte geeft, die groter is dan ons hart. Zo bidden de zusters onder de mantel van God. Hun gebed is vol van dankbaarheid.

Het meest indrukwekkend is de dagsluiting, om kwart voor acht ’s avonds al. Elke dag klinken daar dezelfde teksten, dezelfde melodieën: psalm 4, psalm 91 en daarna de lofzang die de oude Simeon uitzong toen hij eindelijk de kleine Jezus, de lang verwachte Messias, in de tempel zag:

“Laat nu, Heer, volgens uw woord
uw dienaar in vrede heengaan.
mijn ogen hebben uw heil aanschouwd
dat Gij hebt bereid voor de volken:
het licht dat voor alle heidenen straalt,
de glorie van Israël uw volk.”

Even is er een moment van stilte om de dag te overdenken, dank te zeggen om alles wat je ontvangt. Dan gaat alle licht uit in de sobere kloosterkapel. De zusters draaien een kwartslag en kijken naar het ronde raam achter in de kapel. Een felle lamp buiten zorgt ervoor dat de afbeelding binnen te zien is. “Salve Regina”, zingen de zusters rustig en plechtig.

“Wees gegroet, koningin, moeder van barmhartigheid”

Hoge, ook broze, vrouwenstemmen zingen vol eerbied voor Maria met haar kind in gebrandschilderd glas, modern, wat hoekig, maar toch mooi, heel teder.

Het maakt niet uit wie je bent als je daar in het donker staat. Je voelt je klein en tegelijk groot. Je voelt je geborgen onder de mantel van een eeuwenoud gebed, bron van leven. Je mag er zijn wie je bent, met al je talenten, met al je tekorten. En dat is genoeg. Dat is zelfs heel veel. Het stemt dankbaar.

Dit moment is in het klooster het hoogtepunt van de dag, de bekroning ervan, het uitroepteken van ‘Brial-mont’. En dat betekent niet voor niets: schitterende berg.

 

PJ