De groeikracht van het goede

13 juli 2020

Jaar A, 15e zondag door het jaar, 16 juli 2017
Jesaja 55, 10-11 en Matteüs 3, 1-9

“Jezus van Nazareth verovert de wereld”. Dat is de naam van een tv-programma dat de EO afgelopen weken in vier delen uitzond. Presentator Kefah Allush kroop in de huid van de apostelen, Jezus’ volgelingen van het eerste uur en vroeg zich af hoe de boodschap van één man de hele wereld kon veroveren. Hij volgde het spoor van Petrus naar Rome en dat van Taddeüs naar Armenië.

Als je erover nadenkt, is het inderdaad wonderlijk hoe een – eigenlijk heel onwerkelijk – verhaal over één mens en wat Hij zei en deed, zich verspreidde over de hele wereld en mensen raakte, boeide, inspireerde tot navolging, tot op de dag van vandaag.

Jezus’ woorden en daden zijn als de regen waarover Jesaja spreekt, die zich verspreidt, de aarde drenkt en voedt en later weer terugvloeit in de zee om weer door de wolken opgenomen te worden. Met de bril van onze tijd zou je het een virus kunnen noemen – maar dan in de goede zin van het woord – dat zich razendsnel verspreid over de hele wereld en diepe sporen achterlaat.

Jezus gebruikt zelf het beeld van het zaad. Zijn woorden toveren onmiddellijk nostalgische beelden op je netvlies: de boer die in vroeger tijden met een zaaikorf over het veld liep en met een krachtige zwaai van zijn arm een waaier van zaad over de pas geploegde grond uitstrooide. Vaste tred, een rustige beweging, gestaag tempo – niet te snel, niet te langzaam – het ritme van een mens die vertrouwen heeft in het proces: je zaait en je oogst.

De boer weet en begrijpt dat zaaien pas kan, als de bodem bewerkt is. Als de distels zijn verwijderd, als de grond geploegd en bewerkt is: zwart en vruchtbaar. Die boer weet ook dat wat hij zaait vervolgens moet rusten en ontkiemen. Zonder regen geen gewas, zonder zon geen groei. Er zijn kapers op de kust: vogels, die het zaad uit de bodem pikken, ziektekiemen en bacteriën, die het aantasten, hagelbuien en onweer, die na een warme zomerdag een groot deel van alle werk teniet kunnen doen.

We oogsten wat we zaaien. Uit tarwekorrels zal geen haver opkomen, uit pootaardappelen komen geen bieten. En we zullen moeten wieden, bewateren bij droogte, ontwateren bij hevige regenval, de oogst binnenhalen vóór een onweer losbarst. Veel hebben we niet in de hand, en dat is waarschijnlijk maar goed ook. Maar sommige dingen zeker wel.

We bepalen het klimaat van onze samenleving door wie we zijn en door wat we doen. We hebben invloed op elkaar door ons gedrag. Onzorgvuldigheid, roekeloosheid zelfzuchtigheid…, zeker in deze Coronatijd is ons haarscherp ingeprent hoe we kunnen voorkomen dat wijzelf en anderen in gevaar komen.

Wij mensen hebben zeker part en deel aan klimaatverandering. Hetere drogere zomers, smeltende ijskappen in de poolgebieden, oceanen met plastic. Industrie, de taal van het grote geld, de spierballen van de macht en de zucht naar meer, groter, beter. Het gif dat in de vorm van agressie en geweld dagelijks om ons heen grijpt. “Wie wind zaait, zal storm oogsten,” is een oud gezegde. Ook dat is waar. En ook dat zien we dagelijks om ons heen. Demonstraties, verwijten, boze gezichten, lomp en bruut geweld. En onze kinderen en kleinkinderen moeten maar afwachten wat er straks nog voor hen over is.

Dat staat in schril contrast met de boodschap van Jezus, die een lans breekt voor vrede en verdraagzaamheid; voor het accepteren van de ander zoals die is. Boer, tollenaar, visser. Hoer, huisvrouw, moeder. Eigen volk en vreemden. Die timmermanszoon gebruikt het mooie beeld van een zaaiende boer: alleen op zijn akker, zijn zaaikorf aan de arm, de rust van de vaste tred en het weidse gebaar, waarmee hij ontelbaar vele zaadjes over de aarde uitstrooit in de hoop en de vertrouwen dat het zal kiemen en vrucht zal dragen.

Dit soort prachtige beelden maken Jezus’ boodschap zo geliefd door de tijden heen en wereldwijd. Kefah Allush is, met al de vragen die hij ook heeft, ervan onder de indruk. Omdat het een eenvoudig verhaal is en daardoor zo toegankelijk. En – en dat is misschien het belangrijkste: het christendom is er voor iedereen: rijk, arm, slaaf, meester, man, vrouw: voor God is elke mens waardevol. Een revolutionaire boodschap en een inzicht dat bepalend is geweest voor ons Westers denken tot op de dag van vandaag.

Dat evangelie van ons – die blijde boodschap – gaat over de groeikracht van het goede!

 

WKH (beeld van de zaaier) en PJ
afbeelding: Herman Falke scj