De vrucht van uw schoot

2 mei 2021

Jaar B, 5e zondag van Pasen, 2 mei 2021
Handelingen 9, 26-31, 1 Johannes 3, 18-24 en Johannes 15, 1-8
Begin van de meimaand-Mariamaand

 

Gij zijt mijn God van de moederschoot af.

Hebt Gij mij niet getrokken uit de schoot,
mij niet doen rusten aan de borst van mijn moeder?

Ik werd bij mijn geboorte in uw handen gelegd,
Gij zijt mijn God van de moederschoot af.

Psalm 22 II

Ik raak niet uitgekeken op het Mariabeeldje in de hal van de Vlierdense kerk. Lucie Smit vormde het uit klei en bakte het tot keramiek. Zij verstaat de kunst om in verstilde vormen een krachtig gebaar uit te drukken. De gezichten van Maria en het kind zijn niet ingevuld. Maar je weet, het zijn een moeder en een kind, het zijn Maria en Jezus. Uit de bolle buik van de moeder komt het kind naar boven, naar buiten. “Hebt Gij mij niet getrokken uit de schoot”, zongen we in psalm 22. Dat krachtige gebaar straalt dit beeldje uit.

Maria ter Schoot wordt zij genoemd in Vlierden, herinnerend aan een oeroude verering toen de kerk van Vlierden nog maar een kapelletje was. Hier werd Maria in het Kraambed vereerd, een devotie die om vage redenen ooit verboden werd, het beeld opgeruimd. Zou Maria niet de pijn van de geboorte hebben ervaren? Ze heeft toch ook de pijn van het lijden en de dood van haar kind meegemaakt. “Uw ziel zal door een zwaard doorboord worden,” zei de oude Simeon toen het kind opgedragen werd in de tempel (Lucas 2,35).

Het gilde van Lierop is toegewijd aan Onze Lieve Vrouw van de zeven weeën. Hoewel dat goed zou kunnen, worden met deze weeën niet de barensweeën van Maria bedoeld, voorafgaand aan de geboorte van Jezus, maar de zeven smarten, de droevigste momenten uit haar leven: de geboorte van Jezus in een tochtige stal, de vlucht naar Egypte, de vermissing van Jezus op twaalfjarige leeftijd, de dood van Jozef, de ontmoeting met Jezus op zijn kruisweg, de dood van Jezus en zijn begrafenis. Maria was daarbij.

Maria is er voor haar zoon. Maria is er voor ons allemaal. De evangelist Johannes vertelt hoe Maria en Johannes onder het kruis stonden. Tegen Maria zei Jezus: zie daar je zoon. Tegen Johannes zei Hij: zie daar je moeder. (Johannes 19, 25-34). Deze woorden staan centraal op Tweede Pinksterdag op het feest dat paus Franciscus heeft ingesteld rond Maria, Moeder van de kerk.

Maria is ook onze moeder. Zij leeft met ons mee, van geboorte tot sterven, daarvoor al en daarna, met al ons wel en wee. En dat kan zij omdat zij zelf dit wel en wee tot in al haar vezels ook heeft ervaren.

“Gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot”, bidden wij in het Wees gegroet. Jezus spreekt in het evangelie van vandaag ook over vrucht dragen. Alleen gebruikt hij het beeld van de wijnstok. De wijnstok is het houvast voor de ranken waaraan de trossen met druiven kunnen groeien. Jezus noemt zichzelf de wijnstok waaraan wij ons kunnen vasthouden en daardoor vrucht dragen in ons leven. Jezus stelt het sterk: zonder Hem ben je nergens. Niet iedereen zal dit zo ervaren. Maar geloof, vertrouwen in God, Jezus, Maria kan wel een houvast in je leven geven, een vangnet zijn, een fundament, waardoor je overeind blijft, ook als je de pijn van het leven aan den lijve ervaart.

Het beeld van de wijnstok doet me denken aan de navelstreng waarmee moeder en kind verbonden zijn. Die navelstreng wordt bij de geboorte doorgeknipt – tegenwoordig vaak door de vader –. De verbondenheid van ouder en kind wordt hierdoor niet minder, wel anders: een geestelijke navelstreng, op zoek naar voeding, naar leven, houvast. Misschien kun je dan ooit met de psalmist zingen: “Ik werd bij mijn geboorte in uw handen gelegd. Gij zijt mijn God van de moederschoot af”(psalm 22 II). Getrokken uit de schoot mogen mensen groeien en, verbonden met anderen om hen heen, verbonden ook met God, vrij worden om hun eigen levensweg te gaan en zelf vrucht te dragen.

 

PJ