De wereld in je hand

14 augustus 2016

Jaar C, 20e zondag door het jaar, 14 augustus 2016
Jeremia 38, 4-6.8-10, Hebreeën 12, 1-4 en Lucas 12, 49-53

“Ze hebben de wereld in hun hand,” zei frater Leo van de Weijer. Hij was weer enkele weken in Nederland. Net als twee jaar geleden namen we even de tijd om bij te praten. In Kenia ontwrichten de gevolgen van Aids de samenleving meer dan de voortdurende onrust en oorlogssituaties langs de grens. Waar ouders overlijden, komen kinderen er alleen voor te staan. De oudsten moeten voor hen zorgen, maar zijn daar eigenlijk niet toe in staat. De armoede is groot. Maar op één gebied is het niet anders dan in Nederland: iedereen loopt met een mobieltje en heeft de wereld letterlijk in zijn hand.

Meer dan ooit kunnen we mensen wereldwijd bereiken, meer dan ooit zijn we in de gelegenheid om alle nieuws live binnen te krijgen. De Olympische Spelen zijn op zoveel kanalen te volgen dat je altijd het gevoel hebt dat je wat mist. Het is de zegen van deze tijd, al kun je daar ook vraagtekens bij zetten. Met alle mogelijkheden van communicatie die we hebben, kunnen we bijna live meemaken wat er in familie- en vriendenkring gebeurt. Tegelijk worden onze contacten steeds vluchtiger, vervreemden we steeds meer van elkaar.

Ik zag afgelopen week een herhaling van een aflevering van het VPRO-programma Tegenlicht over de invloed van digitale netwerken. “Altijd en overal online. Dat klinkt mooi, maar heeft een keerzijde. Verlies van privacy, gebrek aan concentratie, minder oogcontact en zelfs fysieke klachten door allergie voor digitale signalen. Naarmate de digitale netwerken oprukken, zijn er steeds minder plekken waar je echt alleen kunt zijn. Offline zijn wordt een luxe. Waar kan dat nog?” Een spel als Pokémon Go laat zien dat de digitale en de werkelijke wereld steeds meer in elkaar gaan overlopen. Hoe zal zich dit ontwikkelen?

Bedrijven als Google en Facebook hebben de ambitie om wereldwijd iedereen met elkaar te verbinden, zodat we altijd en overal online zijn en de wereld in onze hand hebben. Dat klinkt heel positief maar tegelijk zijn het die bedrijven die alles van ons weten, die ons in hun grip krijgen.

Jolanda Tielens-Aarts heeft voor de tentoonstelling ‘Reflectie’ in de Deurnese St. Willibrorduskerk daarover een bijzonder treffend en confronterend schilderij gemaakt. Het is geïnspireerd op hoe Hendrik Wiegersma in 1923 ‘Het feest van Belsassar’ schilderde. Dit bijbelverhaal uit het boek Daniël gaat over net zo’n koning als in de eerste lezing van vandaag. Of hij nu Belsassar heet of Sidkia, of hij nu leeft zoveel jaar voor Christus, of anno 2016, hij weet niet wat hij doet, levert zich over aan wat ‘men’ zegt, het gaat hem om macht, maar die ontglipt hem naarmate hij er meer grip op probeert te krijgen. Sidkia levert een onschuldige profeet over aan de willekeur van de edelen, Belsassar besluit het gouden vaatwerk dat geroofd is uit de tempel van Jeruzalem voor zijn drankorgie te gebruiken. En dan verschijnt er een teken aan de wand: Mené Mené Tekèl Ufarsin: geteld, geteld, gewogen en te licht bevonden.

Jolanda schrijft als toelichting bij haar schilderij: “De strekking van dit verhaal blijft natuurlijk ook in deze tijd overeind. Wie is de koning, de machthebber heden ten dage? Het bezit van kennis en informatie maakt machtig – is dat niet Google? Google opereert geheimzinnig met zijn geheime algoritmen. Niet te doorgronden door gewone burgers, net zoals het teken aan de wand van God. Wat zijn de gouden kelken van tegenwoordig? Hersenpannen? Het lezen en sturen van gedachten van mensen. Gedachten, is dat niet wat tot voor kort alleen aan God werd toevertrouwd? Een zaak van heiligschennis dus. Het teken aan de wand? Mené Mené Tekèl Ufarsin, hoe zou zich dat nu vertalen? Ik ben benieuwd…..U ook?” Aldus Jolanda.

In het schilderij is de grijpende hand van internet te zien en de mensen hebben het nauwelijks in de gaten. Hun schedels zijn open, leeg gegraaid. In Tegenlicht werd gezegd: “We worden ‘glazen burgers’ in een doorzichtig huis, levenslang aan een draadloos infuus en via smartphones permanent te volgen.” De interviewer merkte op dat als je geen geheimen hebt er toch niets aan de hand is. Maar de ander zei: “Iedereen heeft geheimen. Als is het maar je pincode.”

Wij hebben de wereld in onze hand, denken we.
Tegelijk hebben de wereld en haar machthebbers ons in hun hand.
Het kan niet anders dan leiden tot verdeeldheid,
alle mensen samen en toch ieder voor zich.

En God voor ons allen?
Was dat maar waar:
dat de verdeeldheid die Jezus’ boodschap van Gods goede rijk oproept,
uiteindelijk leidt tot mensen die vol vuur elkaar opnieuw vinden,
online en misschien toch vooral offline,
in warme nabijheid van mens tot mens.

 

PJ