Een goed gesprek

15 maart 2020

Jaar A, 3e zondag Veertigdagentijd, 15 maart 2020
Exodus 17, 3-7 en Johannes 4, 5-42

Zo af en toe gebeurt dat op zaterdagochtend de bel gaat en twee Jehova getuigen aan de deur staan. Ik ga altijd het gesprek aan. Maar eigenlijk merk ik ieder keer dat het geen echt gesprek is, we praten volledig langs elkaar heen, spreken een ander (geloofs)taal.

Heeft u dat ook wel eens, dat u met iemand in gesprek bent, en u zich afvraagt waar die ander het nu over heeft. U praat met elkaar, maar of u echt tot gesprek komt? U wisselt woorden uit, maar echt begrijpen doet u elkaar nog niet.

Zo’n gesprek waarin de een de ander niet lijkt te begrijpen, en mensen langs elkaar heen lijken te praten, zo’n gesprek horen we vandaag. Of liever, we horen er twee van. Het eerste gesprek gaat tussen een Samaritaanse vrouw en Jezus, en het tweede is van Jezus met zijn leerlingen. In beide gevallen lijkt Jezus op een heel andere golflengte te zitten en over de hoofden van de ander heen te spreken.

Het gebeurt bij de bron. In het oude Palestina is de bron de plek waar man en vrouw elkaar ontmoeten misschien wel te vergelijken met wat de kermis vroeger was en tegenwoordig datingsites. Het is een plek waar belangrijke dingen gebeuren, waar relaties voor het leven beginnen. Als we vandaag lezen over de ontmoeting bij zo’n bron, dan moeten we ons dat realiseren. Hier, bij deze waterbron, gebeuren belangrijke dingen, die van invloed kunnen zijn op de rest van je leven.

Wat is dat dan precies? Op het heetst van de dag raken een man, Jezus, en een Samaritaanse vrouw, ze krijgt geen eigennaam, met elkaar in gesprek. Een man en een vrouw, elk van een ander volk. Het begin van een bijzondere relatie. Maar wel op een heel onverwachte manier. De man en de vrouw raken in gesprek over water, dorst, water putten en dorst lessen. Het zijn dagelijkse bezigheden voor de vrouw. En juist haar dagelijkse activiteiten pakt Jezus op om de vrouw duidelijk te maken wat Hij haar te bieden heeft. Hij geeft haar dagelijkse activiteiten een andere je zou bijna zeggen ‘hemelse’ betekenis. Water wordt water van eeuwig leven. Dorst lessen wordt nooit meer dorst krijgen. Jezus tilt het gewone op, en maakt het tot iets dat verwijst naar het goddelijke.

Soms kun je zo’n gesprek hebben, een ontmoeting waar je door de woorden, de gebaren, de stilte van de ander boven jezelf wordt uitgetild. Soms kun je zo’n ervaring hebben tijdens een ontmoeting, dat het je meer mens maakt. Een ervaring die je het gevoel geeft dat de ander je begrijpt en je accepteert. We zeggen dan “het was echt een fijn gesprek”.

Dat gebeurt ook bij de Samaritaanse vrouw. Jezus weet wie ze is, Hij kent haar, zij weet zich door Hem gekend. En als je gekend wordt, je gekend weet, dan ben je tot veel goeds in staat, dan durf je je grenzen te verleggen.

Kennen en gekend worden. Daar gaat een enorme, positieve kracht van uit. In onze globaliserende samenleving weten we maar al te goed de kracht van de kleinschaligheid te waarderen. Wie zich gekend weet, voelt zich niet bedreigd, hoeft niet in de eigen schulp te kruipen. Soms heb je zo’n ontmoeting, waarin je ervaart gekend te zijn, gerespecteerd, gewaardeerd. De vrouw weet zich gekend. Ze zegt: “Hij weet alles van me.” En ze haalt anderen erbij, wil haar ervaring met delen. Soms heb je een ontmoeting, waarvan je zou willen dat die nog veel langer zou duren.

Het gebeurt bij de bron. Het gebeurt hier, in ons dorp, op je werkplek, in deze kerk, thuis aan tafel, bij een onverwacht gesprek met een onbekende.

Soms zijn er momenten dat je ervaren mag dat je uit je gewone dagelijkse beslommeringen opgetild wordt, boven jezelf uit. In een woord, een gebaar, een lach, een knipoog, een gesprek. Je weet je even, opgetild, gekend, en gewaardeerd. Je mag worden wie je bent.

 

KK