Een weg ten leven

22 april 2019

Pasen 2019
Lucas 24, 1-12

Wie de drie Goede Week plechtigheden heeft bijgewoond, heeft wellicht gezien dat de titel van de drie vieringen hetzelfde was: “een weg ten leven”. Althans, er was elke dag een klein verschil: Op Witte Donderdag stonden er drie punten achter. Op Goede Vrijdag stond er een vraagteken bij. En nu op Pasen een uitroepteken. Een subtiel verschil dat de sfeer van de vieringen duidelijk maakt.

Op Witte Donderdag, bij het Laatste Avondmaal, deelt Jezus zijn leven in brood en wijn. Wat dit inhoudt kunnen zijn leerlingen dan nog niet bevatten. Ze worden er stil van. “Blijft dit doen om mij te gedenken…” zegt Jezus. Een open einde. Pas later als het grote lijden voorbij is, herkennen ze Jezus in het breken van het brood en ervaren ze pas echt dat breken en delen juist verbinden is, bouwen aan liefdevol samen leven.

Op Goede Vrijdag lijkt alles afgelopen. Jezus is dood, de leerlingen zijn gevlucht, Jezus’ vriendschap is beschaamd. In al zijn kwetsbaarheid is Hij tot op het bot pijnlijk vernederd en gebroken. Kan het ooit goed komen? Vragen, veel vragen… En geen antwoorden. Duisternis, stikdonker, en geen licht. Er is niets goeds aan die vrijdag. Pas later hebben de twee lijnen van het kruis een positieve betekenis gekregen: een verticale lijn die onze verbondenheid met God aangeeft, een horizontale lijn die onze verbondenheid met elkaar aanduidt. Zo is het kruisteken een uiting van intens geloof in Gods’ trouw en menselijke liefde geworden.

En dat vieren we met Pasen. Pasen is één groot uitroepteken. Jezus leeft! In het donker gloeit er weer licht. Door de dood heen gloort leven.

Afgelopen week heb ik in museum De Wieger de expositie “Peel in licht” gezien. Catherina Driessen en Emelie Jegerings gingen twee jaar lang – misschien niet elke dag, maar wel vaak – ’s morgens vroeg net voor het ochtendgloren en ’s avonds voor de zon onderging de Peel in om al schilderend het licht vast te leggen van opkomende en ondergaande zon. Het licht is nooit hetzelfde. Zij zochten naar wat het “blauw en gouden uur” genoemd wordt: de korte spanne tijds waarin het duister geruisloos wijkt voor het licht.

Dat is precies het moment waarop in het evangelie het paasverhaal begint, “vroeg in de morgen”. Toen ik nog pastoor was in Goirle had GoTiKo, het Goirles Tiener Koor iedere dag van de Goede Week een samenkomst. We vierden Witte Donderdag met zelf gebakken brood, we deelden rond het kruis onze eigen pijn en verdriet. En om Pasen te vieren hadden we bedacht om in het donker naar het Bankven een paar kilometer verderop te wandelen om daar dat blauw en gouden uur te beleven en dan aan de rand van het water het scheppingsverhaal te lezen en de Paaskaars te ontsteken. Het zou een magisch moment zijn. Toen kon je nog niet op je mobieltje bekijken hoe laat dat precies was, en de klok was net verzet. Zo hadden we er geen erg in dat we een uur te vroeg waren. Maar indrukwekkend was het toch.

Wilma Koolen-Hermkens heeft daar in het boek bij de tentoonstelling “Peel in licht” prachtig over geschreven. Ik citeer:

“In het stille uur waarin de nacht haar grip op de Peel haast fragmentarisch verliest krijgt alles geruisloos vorm. Windstilte, geen geluid anders dan een lichte adem van beweging door grassen en berkenkruinen en het optimisme van vogels. De nacht lost op en veel sneller dan we durven vermoeden, beroeren de eerste kleurpigmenten deze betoverende en stille wereld.

Veranderend
meanderend
van grijzen naar purper en turkoois.
Dan – plots – spetterend goud en blauw
en rozerood.”

(…)

We hoeven niet te zoeken want het is er al.
De kunst ligt in het kijken.
De weg is het doel.”

Ik geloof dat dit ook voor Pasen geldt: we hoeven niet te zoeken want het is er al. De kunst ligt in het kijken. De weg is het doel. De weg die Jezus heeft gewezen: van delen wie je bent, van liefde tot het uiterste, van mee lijden, dwars door de dood heen, van telkens weer opstaan. Een weg ten leven !

PJ