Evenveel waard

20 september 2020

Jaar A, 25e zondag door het jaar, 20 september 2020
Feest van de heilige Cornelius
Jesaja 55, 6-9, Fillipenzen 1, 20c-24.27a en Matteüs 20, 1-16a

Het evangelieverhaal van vandaag bestaat uit twee delen: eerst worden de arbeiders op verschillende momenten van de dag van de straat gehaald, uitgenodigd om mee te helpen. En later, bij het vallen van de avond is er het moment van uitbetalen. Beide momenten roepen vragen op.

Zo vraag ik me af hoe het komt dat er telkens als die landeigenaar langskomt, nog steeds mensen langs de kant staan te wachten, op het middaguur, later op de middag en zelfs aan het begin van de avond. Wat hebben ze de rest van de dag gedaan? Uitgeslapen? Zich verborgen gehouden? Ik merk dat ik als vanzelf negatieve argumenten opnoem. Terwijl die mensen op de markt helemaal niet werkschuw hoeven te zijn. Misschien hebben ze al ergens anders gewerkt en was het werk daar klaar. Of hebben ze voor een familielid gezorgd dat ziek is. Of voor de kinderen, dat ze op tijd aangekleed en naar school zijn.

Ik zag een korte film op Facebook over een jongetje dat elke dag te laat op school kwam, in een tijd dat lijfstraffen nog heel gewoon waren. De onderwijzer aarzelde dan ook niet om streng op te treden. Hij gaf het kind met een liniaal een pets op zijn hand. Maar het hielp niet. De jongen bleef te laat komen. Als hij binnenkwam stak hij vanzelf al zijn hand uit om de tik in ontvangst te nemen. Op een goede dag – ik denk dat het weekend was – kwam de onderwijzer ’s morgens door de straat waar de jongen woonde. Hij zag het joch naar buiten komen met zijn moeder of oma in een rolstoel. Hij duwde de voor hem veel te grote stoel naar het adres waar zij moest zijn. Toen pas begreep de leraar wat er aan de hand was. De volgende schooldag kwam de jongen weer te laat. Hij stak zijn hand uit om de klap met de liniaal in ontvangst te nemen. Maar de onderwijzer knielde, gaf het kind de liniaal en hield zijn eigen hand op.

Dit verhaal leert me dat het niet verstandig is om bij voorbaat te oordelen over mensen van wie je amper iets of niets weet. Je kent hun achtergrond en geschiedenis niet. In het “Rijk der hemelen” dat Jezus voor ogen heeft en hier op aarde al gestalte kan krijgen, wordt er niet geoordeeld. Iedereen die zich meldt mag er zijn en mag meedoen. Iedereen is evenveel waard.

En dat wordt nog eens bevestigd in het tweede deel van het verhaal. Alle werkers krijgen ook evenveel uitbetaald. Of ze nu lang en kort hebben gewerkt, veel of weinig hebben gedaan. Ook dat wringt. Het druist in tegen ons rechtvaardigheidsgevoel. Inderdaad, ze hebben er geen recht op. Ze kunnen het werk en ook de betaling niet afdwingen. Maar het is wel de vrijheid van de werkgever om hun werk te geven en hun een royale beloning te schenken.

Zo waren er in de tijd van de heilige Cornelius een heleboel mensen die van hun geloof afstand deden onder druk van de gruwelijke vervolgingen en angst voor martelingen. Toen de tirannie voorbij was, wilden velen weer terugkeren naar de kerk. Er waren genoeg mensen die het daar niet mee eens waren. Maar Cornelius besloot – in de geest van het evangelie van vandaag – hun nog een kans te geven.

In onze tijd is er grote discussie over salarissen van met name zorgverleners en andere verzorgende beroepen. Door de coronapandemie beseffen we meer dan ooit hoe de harde werkers aan de basis noodzakelijk zijn om de samenleving te kunnen laten functioneren. Dat is meer dan een geldkwestie. Het heeft te maken met een gemis aan waardering, dat niet alleen door applaus opgevangen kan worden.

Er zijn mensen die pleiten voor een basisinkomen voor iedereen. Iemand als Rutger Bregman is daarvan een voorvechter. Hij vertelt over een klein experiment in Londen. Daar waren dertien daklozen die veel overlast geven en politie, justitie en zorg veel kosten. Besloten werd om hen ieder een flinke som geld te geven. Er waren geen voorwaarden aan verbonden, alleen de vraag: “Wat denk je zelf dat goed voor je is?” Het bleek een schot in de roos. Anderhalf jaar later hadden zeven van de dertien zwervers al een dak boven het hoofd. Twee stonden op het punt een appartement te betrekken. Maar alle dertien hadden belangrijke stappen gezet. Ze volgden cursussen, leerden koken, kickten af, bezochten hun familie en maakten plannen voor de toekomst. “Het geeft mensen zelfvertrouwen”, zei een van de hulpverleners over het persoonlijke budget. “Het geeft keuzes. Ik denk dat het een verschil kan maken.” En alles bij elkaar waren de kosten van het geheel een fractie van wat er eerder werd uitgegeven.

De gelijkenis van de werkers van het derde, zesde, negende en elfde uur roept veel op. Vragen vooral. Vragen die aan het denken zetten. En dat is precies de bedoeling van de parabel die Jezus vertelt.

PJ