“Geloof ziet het best in het donker”

17 januari 2021

Jaar A, 2e zondag door het jaar, 17 januari 2021
1 Samuël 3, 3b-10.19 en Johannes 1,35-42

“De lamp van God was nog niet gedoofd…” Zo begint het mooie verhaal van de roeping van Samuël. Hij is nog maar een kind. Zijn ouders Hanna en Elkana droegen hem op aan God en brachten hem naar de tempel uit dankbaarheid, dat ze een kind mochten ontvangen. Zo ging dat vaak in die tijd, maar ook later nog. Onze patroonheilige Willibrord werd als kind door zijn ouders naar een klooster gebracht. En het is nog niet zo heel lang geleden dat het haast vanzelfsprekend was dat een van de kinderen van grote gezinnen priester zou worden of in het klooster intrad.

“De lamp van God was nog niet gedoofd…” In de tabernakeltent, en later in de tempel moest de hele nacht licht branden, een olielamp gevuld met zuivere olijfolie. De jonge Samuël had de taak die lamp brandend te houden. De Godslamp in onze kerken herinnert aan deze oude traditie. Wanneer de hosties, het brood van het leven, in het tabernakel bewaard worden, brandt er licht. Alleen op Goede Vrijdag, wanneer we Jezus’ sterven gedenken. vanaf het moment dat in de viering van Witte Donderdag het Allerheiligste wordt weggebracht en de deur open blijft staan, is de kaars gedoofd. Tijdens de Paaswake gaat het licht weer branden.

“De lamp van God was nog niet gedoofd…” Een praktisch begin van het verhaal. Omdat het licht nog brandde, kon Samuël rustig gaan slapen. Maar dat licht in de nacht kun je ook symbolisch zien. Het straalt veiligheid uit, als een nachtlampje op de kamer van een kind, fluorescerende sterren, geplakt op het plafond.

“Geloof ziet het best in het donker”, zo schreef Welmoed Vlieger – ik heb haar al vaker aangehaald – toen Joe Biden de Amerikaanse verkiezingen won. Zij vertelt hoe Biden troost vindt in het werk van de filosoof Søren Kierkegaard. Op de spiegel bij hem thuis hangt een briefje met dit citaat van de Deense denker: ‘Geloof ziet het best in het donker’. Biden weet als geen ander wat dit betekent. In 1972 kwamen zijn vrouw en hun kind om bij een auto-ongeluk. Ruim drie decennia later, in 2015, stierf zijn zoon Beau aan kanker. Hoe hou je je zelf dan nog op de been? Welmoed Vlieger merkt op: “Wat nu juist Kierkegaard scherp zag, is dat een rationele bron van hoop of troost geen soelaas biedt in tijden van uitputting en lijden. Wat dan overblijft, is de verwondering van het geloof: ‘Wanneer in de donkere nacht van lijden scherpzinnigheid geen handbreedte voor zich uit kan zien, dan kan geloof God zien, aangezien geloof het best ziet in het donker.’ Daarbij is het niet de bedoeling om het onheil, het lijden, het donker als zodanig aan te prijzen. Daar gaat het ook Kierkegaard niet om. Er is leed genoeg in de wereld. Mensen hoeven het niet op te zoeken. Maar het leed laat wel wat zien: namelijk waar het houvast niet en waar het wel te vinden is. Niet in uiterlijke zaken, niet in succes of een gerieflijk leven. Dat is uiteindelijk schijn. Door die schijn heen breken valt ons zwaar. Maar daarachter schuilt houvast, een grootsheid die reëler is dan onze broze dromen en uiteindelijk een genade die het leven op het spoor van liefde in plaats van eigenbelang zet.” Aldus Vlieger (Trouw 17 november 2020).

Donker is er inderdaad genoeg om ons heen. De inauguratie van de nieuwe president in Amerika wordt overschaduwd door onvoorstelbaar geweld. De coronapandemie is maar moeilijk onder controle te krijgen. De lockdown is nog eens met drie weken verlengd. “Er is licht aan het einde van de tunnel,” zei premier Rutte, maar de tunnel blijkt langer dan we hopen. Er is veel reden om ons zorgen te maken. Bedrijven die het hoofd amper of niet boven water kunnen houden. Ouders die het thuiswerken en thuisonderwijs al meer dan beu zijn. Kinderen en jongeren die te weinig uitdagingen hebben om hun energie kwijt te kunnen. Er mag en kan zoveel niet. Zorgmedewerkers die het bijna niet kunnen bijbenen. Koorleden die al bijna een jaar niet kunnen zingen en het samenkomen en samen musiceren missen. Het hele gemeenschapsleven ligt plat. We moeten afstand houden en willen zo graag dichtbij zijn. Het trieste winterweer werkt ook niet echt mee om positief te blijven. En de onzekerheid is zo groot. Wat staat ons nog te wachten?

En toch zegt Welmoed Vlieger in onze donkere tijd in navolging van Søren Kierkegaard: “Er valt heel wat te zien en om te vormen in het donker.”

“De lamp van God was nog niet gedoofd…”
“Juist wanneer vrijwel alle hoop en perspectief zijn verdwenen en er geen logische reden is om door te gaan, kan plotseling het geloof doorbreken, als een helder licht in de donkere nacht.”

Dat overkomt Samuël als hij ineens Gods stem hoort. Dat overkomt Johannes als hij Jezus ziet langskomen. Johannes’ leerlingen worden erdoor verlicht als zij aangespoord door Johannes Jezus achterna gaan. Het geeft hen houvast, rotsvast vertrouwen. Simon Petrus mag het zelfs in zijn naam meedragen: Kefas, rots. Zou dat licht dan ook voor ons schijnen? Herman van Veen schreef ooit (Er Was Eens… Herman Van Veen Zingt En Vertelt Een Kerstverhaal, 2000 Harlekijn Production) een lied over hoe hij God ziet. Ik heb het al vaker voorgelezen. Maar het mag nog wel een keer, omdat ik het zo bemoedigend vind:

“God is de wind
die door mijn haar waait.

God is de zon
die mijn lichaam verwarmt.

God is de sneeuw
die in mijn gezicht dwarrelt.

God is geen zwaard,
geen wet, geen standbeeld, geen oordeel,
God gaf geen bevel te doden.
Dat doen mensen.

God is een naam,
die in mijn hart woont,
God is een lied, dat in mij zingt
God is een traan,
God is een kus.”

Zo’n God gun ik ons allemaal.

 

PJ