Wie gelooft moet slim zijn…

18 september 2016

Jaar C, 25e zondag door het jaar, 18 september 2016
Amos 8, 4-7, 1 Timoteüs 2, 1-8 en Lucas 16, 1-13

Wie gelooft, moet slim zijn… Dit spreekwoord vindt u niet in de Dikke van Dale, maar het is wel de clou van het bijna grappige verhaal dat Jezus ons vandaag vertelt. Je zou het bijna niet geloven, maar eigenlijk gaat het over een man die aan het frauderen is. Als zijn bedrog uitkomt, gaat ie aan het sjacheren om zijn eigen hachje te redden, en zijn baas – de rijke man – bewondert zijn slimheid.

Een ander verhaal: een man vertelt aan zijn vrienden in een theehuis: “Ik heb iemand een zilverstuk geleend, maar ik heb geen getuigen. Nou ben ik bang dat hij zal ontkennen dat hij ooit iets van me geleend heeft.” De vrienden beginnen hem te beklagen, want ze zien geen oplossing van het probleem. Maar in de hoek van het theehuis heeft een wijze man het gesprek gehoord. Hij zegt: “Vraag of hij hier komt en laat in een gesprek met de mensen hier aan tafel vallen, dat je hem twintig goudstukken hebt geleend.” “Maar dat is niet eerlijk,” zegt de man, “want ik heb hem maar één zilverstuk geleend.” “Precies,” zegt de wijze man, “dat is wat hij hardop tegen je zal zeggen, en iedereen zal het horen. Je wilde toch getuigen hebben? Iedereen die hier zit, zal je getuige zijn.”

We kunnen ons afvragen of de Bijbel ons leert, dat list en bedrog in de gereedschapskist van een christen horen. Het lijkt er wel op, zou je denken, want er staat duidelijk dat de mensen van deze wereld handiger zakendoen dan de mensen die in God geloven, de kinderen van het licht. Toch is Jezus behoorlijk helder over het belang van betrouwbaarheid.

Er zijn legio mensen die niets zien in eerlijkheid en die geen cent over hebben voor dat koninkrijk van God. “Mijn rijk kome,” bidden ze. “Mijn wil geschiede op aarde en de hemel bestaat sowieso niet.” Dat zijn de kinderen van het duister. Maar slim zijn ze wel. Dus als er ooit iets van dat koninkrijk van God terecht moet komen, dan zullen ook de kinderen van het licht slim moeten zijn.

Als wij willen dat meer mensen hun dagelijks brood ontvangen, dan moeten we niet uit het raam gaan zitten staren, maar iets verzinnen om dat voor elkaar te krijgen. Kansen grijpen als ze voorbijkomen. Niet de kansen om ons uitsluitend uit persoonlijk gewin te verrijken ten koste van anderen, maar de kansen om de belofte van een nieuwe wereld een beetje dichterbij te brengen, waar vrede en geluk is voor iedereen.

Wie gelooft, moet slim zijn…
We hebben onze hersens niet voor niet gekregen. Grijp je kans als vrede voor de deur staat. Je kunt wel kwaad blijven,en de ander geen hand of groet gunnen, maar dan kan het te laat zijn. Je wordt ontslagen, zoals die rentmeester. We hebben het beheer over rijke schatten gekregen, maar als we ze niet goed beheren vliegen we eruit. We zijn rentmeesters. Zorgdragers. En dat vraagt vaardigheid en behendigheid. Zorg dragen voor leefbaarheid, oog hebben voor het kleine verdriet, de stille eenzaamheid, de slapeloze nachten van een bang kind. Als we betrouwbaar zijn in het kleine, dan zijn we dat ook in het grote.

Wie gelooft, moet slim zijn… Hoe kunnen wij onszelf recht in de spiegel aankijken als we mensen uitsluiten of met een boog om onze naaste heenlopen: moeilijke mensen, zeurende mensen, vragende, schuldige, boze, verslaafde mensen… noem maar op en vul maar aan. 100% boos? Maak er 50 van. 100% schuldig? We schrijven 80. Onderhandel, wees slim, ga de discussie aan. Haal boosheid weg, verminder schuldgevoelens, halveer de armoede, verdubbel de vrede. Dat is gelovige slimheid.

Ik zag in de tentoonstelling ‘Reflectie’ in de Deurnese St. Willibrorduskerk een prachtig schilderij van Nelson Mandela. Theo Spaaij schilderde hem met zijn indringende, vriendelijke blik. In de onderhandelingen met de machthebbers in het apartheidstijdperk, heeft hij niet alle blanken het land uitgezet, het hele ambtenarenapparaat naar huis gestuurd, maar van 100 50 gemaakt en de nadruk gelegd op verzoening en samen verder. Op het schilderij is dat prachtig weergegeven in kinderen met een donkere huidskleur die voortaan net als blanke kinderen vrij en zonder beperking in de zee mogen spelen. Theo Spaaij haalde daarbij een uitspraak van Herman van Veen aan: “God schiep de mens, bruin, wit, geel, weet God veel?”
Mandela was een authentiek kind van het licht. Of we dat ook van onszelf kunnen zeggen… Ik denk lang niet altijd. Zo perfect zijn we immers niet. Gelukkig laat het evangelie van vandaag zien dat het niet gaat om perfectie! Jezus vraagt van ons dat we al onze talenten inzetten om dat rijk Gods, waar Hij van droomt, van de grond te krijgen. Dat we slim zijn, behendig worden zodat we – binnen onze eigen mogelijkheden – iets van recht en vrede voor anderen bereikbaar maken.

Geloven is geen slaapmiddel maar een uitdaging en een werkwoord.

 

WHK PJ