Geluk

14 februari 2021

Jaar B, 6e zondag door het jaar, 14 februari 2021
Carnaval en Valentijn
Hooglied 2, 8-10. 14. 16a; 8, 6-7a en Matteüs 5, 1-13

‘Gelukkig…’ Het klinkt als een refrein door het evangelie. We lazen het in de versie van de Nieuwe Bijbelvertaling. In de traditionele tekst staat steeds het woord ‘zalig’. Of dat een gelukkige verandering is, is niet zo zeker, want bij beide gaat het om iets positiefs, terwijl het de mensen aan wie geluk toegewenst wordt, juist niet mee zit. Wat schiet je ermee op als je het moeilijk hebt of in nood verkeert, dat iemand je dan wil troosten met: ‘maar ooit zal het beter worden’?

‘Zalig’ kennen we van “het eten was zalig”. Dan bedoelen we heerlijk of verrukkelijk. Vroeger hoorde je ook nog wel een spreken over “ons mam zaliger”. Dan gaat het over iemand die overleden is, die vanuit gelovig perspectief mag genieten van hemelse heerlijkheid.

Dominee Pim Verschoor van Helenaveen mijmerde afgelopen week in het Protestantse contactblad De Schakel (De Schakel, jrg. 59, nr. 1, februari 2021) over het woord geluk. Hij stelt: “Geluk is verworden tot een maakbaar iets. Je hebt recht op geluk, je moet geluk verdienen. Je bent zelf verantwoordelijk voor je geluk, enz.. Geluk is zo iets van en voor jezelf geworden. Dat legt zware eisen op de mensen, zeker ook op jongeren, die via de sociale media ‘moeten’ laten zien, dat ze gelukkig zijn, in ieder geval geen loser.”

De dominee stelt daarom het woord ‘gezegend’ voor. “Gezegend”, zo schrijft hij, “is veel meer of helemaal een relatiebegrip. Je wordt gezegend, je bent tot zegen. Dat is de bijbelse gedachte: God en mensen kunnen elkaar zegenen, elkaar tot heil zijn.” Dat gaat zijns inziens verder en dieper dan geluk.

Zo zijn er veel mensen niet gelukkig met hoe de coronapandemie voortduurt en hoe ingrijpend de maatregelen zijn, of door allerlei omstandigheden. En toch kun je je dan gezegend voelen als je probeert deze situatie toch aan te kunnen; of door hoop te houden; en misschien vooral ook door elkaar nabij te zijn. Je gezegend weten betekent “dat je er kracht voor krijgt, dat God met je is, in weer en wind, dat Hij je hoe dan ook draagt, en jij zo met al je moeilijkheden toch ook tot een zegen kunt zijn.”

Als we elk jaar een Carnavalsmis houden, dan is er één lied dat iedereen in z’n hart raakt. Het wordt ervaren als één van de hoogtepunten van de viering en raakt precies de kern van Carnaval en ook van Valentijnsdag, ja van alle leven. Het is een lied van verbinding en daarom ook van zegen. Dat zalige lied mis ik dan ook het meeste dit jaar: “Geef mij je hand”. Het is een liedje van Toon Hermans. Wij zingen altijd alleen het refrein, maar er horen nog coupletten bij. Een fragment gaat zo:

Geef me je hand, geef ze me allebei.
En dan zeg je even, dat je niet kunt leven
zonder mij.

’t Is zo zalig om te horen,
dat er iemand van je houdt.
Ook al heeft je voetbalclub verloren,
je voelt je weer herboren.

Geef me je hand, geef ze me allebei.
En dan zeg je even, dat je niet kunt leven
zonder mij, zonder mij.

Luister hier het hele lied: