Gelukkig

4 november 2018

Jaar B, 31e zondag door het jaar, 4 november 2018
euteronomium 6,2-6 en Marcus 12,28b-34
Hoogfeest van de heilige Willibrord, patroon van de parochie

“Dan zult ge gelukkig zijn…”
In 728 schreef Willibrord naar aanleiding van zijn 70e verjaardag op de zijrand van het novemberblad van zijn kalender eigenhandig over dat wat in hem omging:

“In de naam des Heren. Clemens Willibrordus kwam in het jaar 690 sinds de menswording van Christus over zee in Francia, en in de naam van God werd hij in het jaar 695 sinds de menswording van Christus, ofschoon onwaardig, in Rome door de apostolische man, heer paus Sergius, tot bisschop gewijd. Nu echter, in de naam van God, leeft hij in het jaar 728 sinds de menswording van onze Heer Jezus Christus. In de naam van God gelukkig: In Dei nomine feliciter.

Dat geluk heeft hij niet zomaar cadeau gekregen, sinds hij als jongen van zeven door zijn ouders naar een klooster werd gebracht. Afgelopen week verscheen een boek over “Willibrord door de eeuwen” (Berne Media 2018). In het eerste hoofdstuk wordt een tipje van de sluier opgelicht hoe die missie van Willibrord ging. Waar Bonifatius – een jongere tijdgenoot van Willibrord – veel weerstand opriep door heidense beelden en tempels zonder pardon te vernietigen, en door desnoods met het zwaard het geloof op te leggen, zocht Willibrord het meer in een geduldige prediking en onderwijs die mensen konden overtuigen. Zo bouwde hij langzaam zijn kerk op, waarin de stichting van kloosters een essentiële rol speelden. Hier werden nieuwe generaties missionarissen onderwezen. Willibrord lijkt het advies ter harte te nemen dat paus Gregorius de Grote ruim een eeuw eerder had gegeven om niet te proberen alle lokale tradities en gebruiken te willen bestrijden. Geduld was op zijn plaats. Willibrords prediking en zorg voor mensen moeten uiteindelijk het volk toch overtuigd hebben. Zo is Willibrord een hele weg gegaan, van Engeland via Ierland naar Echternach.

Geluk ligt nooit zomaar voor het oprapen. Zoeken naar geluk is een lange weg, waarop je soms een glimp van geluk opvangt, soms door de duisternis niet weet welke kant je op moet. Een leven vol voortdurend geluk is een illusie. Zonder leed geen geluk. Leed hoort bij het leven. Het is goed om dat af en toe onder ogen te zien.

Ik zag in mijn boekenkast weer eens het boek “De zoon van de woordbouwer” van Frank Herzen, een jeugdboek uit 1970. Die zoon wordt ook door zijn vader op weg gestuurd om zijn levensleertijd af te ronden. Hij is dan veertien. De jongen krijgt een kistje mee met letters. Iedere letter is het begin van een woord dat een essentieel begrip in zijn leven is. De bijbehorende woorden leert hij pas gaandeweg. Hij moet ze ontdekken, steeds wijzer wordend door wat hij meemaakt. Zo leert hij zijn angst voor eenzaamheid te overwinnen. Hij maakt kennis met hoop en vertrouwen. Hij ontdekt kameraadschap, leed, schoonheid, twijfel ook, erbarmen en vrijheid. Hij weet op den duur nederigheid te waarderen en het universum te doorgronden. En uiteindelijk leert hij de liefde kennen. Pas als hij van alle letters uit het kistje het woord heeft ontdekt, ziet hij dat al die letters samen één woord vormen: levenskunst. Maar dat is pas veel later, als de jongen volwassen is geworden en zelf een kind heeft ontvangen.

“In Dei nomine feliciter”, in de naam van God gelukkig. Als wij zoeken naar geluk, dan is dit altijd verbonden met hoe we in het leven staan, hoe we omgaan met de wereld waarin we leven, de natuur, mens, dier, klimaat, hoe we de kunst van het leven verstaan.

Maar het zal steeds een zoektocht blijven, met heel je hart, heel je verstand en heel je kracht.