Gewicht in de schaal

22 november 2020

Hoogfeest van Christus Koning, 22 november 2020
Ezechiël 34, 11-12.15-17 en Matteüs 25, 31-46

In de kruidenierswinkel van mijn oma en opa stond een prachtige bascule. In de schaal aan de ene kant legden zij de zakjes met koffie, meel, specerijen en andere grutterswaren. Aan de andere kant plaatsten ze gewichtjes. Ze hadden hiervoor een houten blok met een aantal koperen gewichten van verschillende grootte en dus zwaarte. Onderin elk gewicht zat een ijkteken. Met passen en meten kwam de weegschaal in balans. Zo wisten ze precies wat er afgerekend moest worden. Die koperen gewichten hadden voor ons als kind aantrekkingskracht. Ze leken wel van goud. Maar opa en oma waren er heel zuinig op. Toen de winkel dicht ging, bleef dat blok met gewichten op de vensterbank staan. In de loop van de tijd raakten er gewichtjes kwijt, vooral de kleintjes. Uiteindelijk verdween het hele blok.

Wat mij fascineerde aan die weegschaal is dat een klein gewichtje genoeg was om de balans in evenwicht te brengen, of naar de andere kant te laten doorslaan.

Ik vind dat een geruststellend beeld, als ik op het einde van het kerkelijk jaar het prachtige, maar serieuze verhaal lees over Jezus die de balans opmaakt.
De maatstaf van die balans zijn geen gewichtjes, maar legt wel gewicht in de schaal: wat doe je wel of niet voor een ander?

Afgelopen week verscheen het boek “Deurne vertelt”. Schrijver Marlon Tielemans laat er vijftig bekende en minder bekende Deurnenaren aan het woord. Zij vertellen over hun leven. Als je geïnterviewd wordt, dan probeer je je woorden te wikken en te wegen. En eigenlijk maak je zo ook voor jezelf een balans op: wie ben ik, wie moet ik – soms noodgedwongen – zijn, wie wil ik zijn? Dromen, teleurstellingen, wat je doet of niet – en waarom –, waar je vandaan komt, waar je naartoe wilt: je denkt erover na, je vertelt of schrijft het op. Zo hou je ook jezelf een spiegel voor. En wie jouw verhaal leest mag even bij je binnenkijken, om vervolgens na te denken over zijn of haar eigen verhaal.

Wat mij opviel in “Deurne vertelt”, is dat er zoveel mensen haast als vanzelfsprekend iets voor een ander doen:

  • De zangeres die op Koningsdag coronaproof samen met enkele buren een buurt-muziekbingo organiseerde, of zingt met mensen met dementie. Zo zoekt en stimuleert zij verbinding.
  • De jeugdige danser die zich ervoor inzet om pesten tegen te gaan.
  • De ouders die de wens van hun dochter, die minder valide is, om zelfstandig te wonen bij huis realiseerden en daar ook een dagbesteding voor anderen aan koppelden.
  • De twee jonge meiden die elke week trouw hun zusje op het Rijtven bezoeken.
  • De ondernemer die activiteiten organiseert waarmee hij samen met andere vrijwilligers veel mensen een plezier doet: mensen helpen, mensen iets extra’s bieden.
  • De jongvolwassene die jongeren begeleid met al hun vragen.
  • De 84 jaar jonge vrouw die altijd lacht en ervoor zorgde dat er een ontmoetingsplek voor ouderen kwam. Mensen weten haar te vinden als ze om hulp verlegen zitten

En ga zo maar door.

“Wat je voor een ander doet, dat heb je voor mij gedaan”, zegt Jezus. Veel mensen zullen niet of niet meer de koppeling leggen naar ons christelijke geloof. Dat neemt niet weg dat de werken van barmhartigheid, zoals wij de voorbeelden van Jezus zijn gaan noemen, een basis zijn en blijven voor een goede omgang met elkaar en voor een leefbare samenleving.

Paus Franciscus gaf onlangs een goede tip (preek 15 november 2020 Werelddag voor de Armen). Hij zei: “De kerstperiode komt eraan, de feestdagen. Hoe vaak horen we mensen zeggen: ‘Wat kan ik kopen? Wat heb ik nog meer nodig? Ik moet gaan winkelen.’ Laten we het anders zeggen: ‘Wat kan ik anderen geven?’, om zo als Jezus te zijn, die zichzelf gaf en geboren werd in een kribbe.”

Samen leven gaat niet om grote dingen. Het zijn kleine gewichtjes die de balans van ons eigen verhaal in evenwicht kunnen brengen.

 

PJ