God is geen dj

20 januari 2019

2e zondag door het jaar, 20 januari 2019
Jesaja 62, 1-5 en Johannes 2, 1-12

“God is een dj” stond er in grote letters in de krant (ED, 16 januari 2019). Het artikel ging over de portretten die fotograaf Claude Vanheye maakte van top-dj’s. De expositie ervan in het Groninger Museum kreeg de toepasselijke titel “DVOTION’. De fotograaf zoomt met zijn lens in op de dj zelf. Hij ziet hem “als hogepriester, die zijn publiek meeneemt, in trance, bijna hypnotiserend. Nooit lacherig, maar geconcentreerd, ingetogen, met een soort religieuze toewijding,” de armen omhoog, de ogen gesloten, als een priester in gebed.

Jezus, die door de kerk ‘hogepriester’ wordt genoemd, voldoet in het evangelie van vandaag totaal niet aan dit beeld. Hij blijft het liefst op de achtergrond. Zijn moeder Maria moet hem erop wijzen dat er iets mis is aan het feest en spoort hem aan in actie te komen: doe er iets aan!” Hij lijkt te twijfelen: “Nog is mijn uur niet gekomen”. Maar Maria negeert zijn tegensputteren en spreekt de obers aan: “Doe maar wat Hij u zeggen zal.” Zo gebeurt daar het wonder en stelt Jezus een eerste teken, zonder zich verder bekend te maken. Ook niet naderhand als de bruidegom verbaasd het compliment in ontvangst neemt dat hij toch wel hele goede wijn schenkt. Alleen Jezus’ leerlingen en de bedienden hebben het gezien en geloven in hem. Maar dan is Jezus alweer vertrokken.

Het viel op dat de laatste tijd enkele top-dj’s, zoals dj Hardwell en Avicii, stopten met optreden. Hardwell, die eigenlijk Robbert van de Corput heet, droomde als kind van de eindeloze achtbaanrit die hij tot nu toe leefde, maar hij begint steeds meer te beseffen wat echt van waarde is in zijn leven en wil nu meer tijd doorbrengen met zijn familie en vrienden. “Door 24 uur per dag Hardwell te zijn, blijft er te weinig energie, liefde, creativiteit en aandacht over voor mijn leven als een normaal persoon.” Zo zegt hij. In de woorden van het evangelie: de wijn was voor hem op.

En dat kan niet alleen de ‘groten der aarde’ overkomen, maar iedereen. Soms kun je ervaren dat je op een dood spoor zit, weet je even niet meer hoe verder, al dan niet gedwongen door de omstandigheden. Als het tegenzit op het werk of op school, als bij een relatie de verliefdheid over is en de sleur van elke dag zwaar valt, als alleen zijn voelt als eenzaamheid, als vrienden wegvallen, als ziekte je overvalt, leed op je pad komt, verdriet te veel is, als natuurgeweld je bestaan verwoest, dreiging je doet wegvluchten. In elk leven kan de wijn opraken. Soms heb je de mogelijkheid om er iets aan te doen, soms kun je er niet onderuit.

Hopelijk heb je dan mensen om je heen, die naar je luisteren, je kunnen bemoedigen, je weer op weg kunnen helpen, nieuwe levenswijn inschenken: energie, liefde, creativiteit, aandacht.

En wellicht biedt ook je geloof houvast en bemoediging. Maar verwacht van Jezus niet al te veel spektakel. Hij is geen dj-hogepriester. Hij staat niet op het podium, maar ergens opzij, achter de schermen. Misschien herken je hem niet meteen. Gelukkig is Maria er ook nog. Op de een of andere manier is zij wat gemakkelijker aanspreekbaar. Misschien omdat zij een moeder is, misschien omdat zij net als zoveel moeders heel wat te stellen had met het leven van haar zoon. Bij Maria mag je altijd aankloppen, wie je ook bent, hoe ook geaard, hoe ook gevaren. Zij maakt geen onderscheid. Zij sluit niemand buiten. Zij bekommert zich om jou in het lief dat je toevalt, het leed dat je overkomt.

Daarom zwijgt zij niet als de wijn opraakt. Het is niet voor niets dat zoveel lichtjes of kaarsen branden bij een beeld van Maria. Daar brandt het oervertrouwen dat – zoals Jesaja het zegt: “haar gerechtigheid als de zon laat stralen, haar heil laat branden als een fakkel.” De stem die vorige week uit de hemel voor Jezus klonk, klinkt voor alle mensen: “‘Jij bent mijn kind, ik hou van jou!.’

Het klinkt ook voor jou,
niet in een flitsende lasershow, niet met opzwepende muziek,
maar fluisterend op de achtergrond.

 

PJ