Hart

15 februari 2018
Foto: Roos Knijnenburg (c)

Aswoensdag, 14 februari 2018
Lucas 24, 13-32

Aswoensdag valt dit jaar samen met Valentijnsdag. Een spannende combinatie. Ogenschijnlijk hebben het feest van de liefde en de boetedoening en bezinning op wie we zijn of willen zijn niet veel met elkaar te maken.

Toch zie ik een relatie. “Brandde ons hart niet…” zeggen de twee vrienden op weg naar Emmaüs tegen elkaar. Een brandend hart is een liefdesteken. Waar een hart zich opent voor de ander of de Ander (met een hoofdletter) brandt het liefdesvuur.

Juist de veertigdagentijd is een periode om stil te staan bij waar ons hart nog echt voor vonkt of om te ontdekken waar het vuur smeult en af en toe oplaait als een Peelbrand of inmiddels zachtjes is uitgedoofd als een kaars.

Ik bedacht me dat de jaarlijkse Carnavalsmis diezelfde functie heeft. En de Carnavalsverenigingen voelen dat haarfijn aan. Natuurlijk wordt er gelachen, maar er is ook stilte en diepgang. Elk jaar ben ik weer verrast door wat de prinsen in hun persoonlijke bijdrage vertellen. Zij proberen de mensen echt iets mee te geven. De Carnavalsmis is volgens mij het enige moment in de Carnavalsdagen waar dit echt kan. Daarna wordt er weer gelachen en gedanst, gezwaaid en gezwierd.

Zo vertelde prinses Johanna van de Pottenbakkers over wat zij in haar leven heeft meegemaakt en hoe zij prins Martien heeft ontmoet. Dat ze eerst er niet direct iets voor voelde dat hij Prins zou worden. Maar dat ze nu zo blij is met de hartelijkheid van vereniging en buurt. “Carnaval is een feest dat verbindt”, concludeerde de prinses.

Prins Stephan van de Hellevègers benadrukte dat iedereen gelijk is en erbij hoort. Prinses Yvonne bevestigde dat met het lied: “Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen.”

Prins Sjors van de Peelstrekels noemde het belangrijk om je te verwonderen en verbazen over het leven, dat soms heel kwetsbaar en teer kan zijn. Hij verbond dit met een mooi lied van Gerard van Maasakkers, waarbij Maria centraal staat: “Salve, salve, salve regina…” En dat – zonder dat hij er erg in had – precies op de dag waarop het 160 jaar geleden was dat Maria voor het eerst in Lourdes verscheen aan Bernadette; Maria de vrouw die weet hoe mooi het leven kan zijn en hoe zwaar.

Mooie gedachten zijn dat, waarmee je Valentijnsdag kunt vieren en waarmee we op weg kunnen via de veertigdagentijd naar Pasen, waar opnieuw vuur zal branden en de Paaskaars ontstoken wordt en het vuur als een lopend vuurtje doorgegeven wordt. ik wens ons toe dat er behalve Valentijnsdag, nog heel veel meer dagen zullen zijn, waarop we kunnen zeggen: “Brandde ons hart niet…”

 

PJ