Heilig Hart

25 april 2021

4e Zondag van Pasen, 25 april 2021
Handelingen 4, 8-12, 1 Johannes 3, 1-2 en Johannes 10, 11-18

De kerk in Roermond waar ik als kind en jongere heel wat uren heb doorgebracht, is toegewijd aan het Heilig Hart. Die naam betekent veel voor mij. Ik heb niet veel met de vrome afbeeldingen van neogotische Heilig Hartbeelden of zoete prentjes. Maar als het over het Heilig Hart gaat, dan wordt ik warm van binnen. En dat is meer dan jeugdsentiment. God is de Vader met het grote hart. “Hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft! Wij worden kinderen van God genoemd en we zijn het ook,” zegt Johannes in de tweede lezing. Voor mij klinken die woorden geruststellend en bemoedigend. Wat er ook gebeurt, je blijft kind van God. En God heeft je lief.

Jezus leeft dat tot in alle consequenties voor: “Ik ben de goede herder. De goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen,” zegt hij. De herder laat zijn hart spreken. Zijn hartelijke liefde is onvoorwaardelijk.

Iemand die ik goed ken vanuit het jongerenpastoraat in Goirle, Saskia van den Kieboom, is nu pastor in Antwerpen, o.a. in de Heilig Hartkerk daar. Op Facebook laat ze regelmatig iets van haar werk zien. Bijzonder is dat een gedeelte van de kerk ingericht is als huiskamerproject voor dak- en thuislozen en een voedselbank.

Afgelopen week zag ik een korte reportage op de Belgische website kerknet.be waarin Saskia en de voor mij to nu toe onbekende Vlaamse zangeres Mira te zien waren. Deze singer-songwriter heeft een cd uitgegeven met de opmerkelijke titel “Heilig Hart”. Saskia sprak over hoe de kerk door de hartelijke gastvrijheid voor iedereen met recht de naam Heilig Hart draagt. En Mira vertelde wat dat heilig hart voor haar betekent. Ze zei: “Heilig Hart staat voor mij voor mildheid. Op persoonlijk vlak vind ik het een grote uitdaging – tegelijk een hele belangrijke uitdaging – om mild te zijn voor mezelf, om geen perfectie na te streven. Dus eigenlijk menselijkheid in te zien. Je maakt fouten, maar ja dat doet iedereen.” Mira schetst in rake zanglijnen de tijdsgeest met de bijhorende twijfels, angsten, eenzaamheid, keuzestress en het verlangen naar vroegere, onbezorgde tijden. En tegelijk laat zij als jonge moeder in haar hart kijken. Ze zingt:

“Soms denk ik eng,
dan denk ik: niemand wil mij verwarmen.
Er is geen mens ter wereld
die een beetje houdt van mij.

Ik jaag mezelf hoog de bomen in

Soms denk ik eng,
dan weet ik niet meer wie ik wil worden
dan denk ik: niemand heeft een greintje
goedheid in zijn lijf.
Ik maak mij geen illusies meer,
ik maak mij enkel zorgen
over over-overmorgen
’t zal er weer snel zijn.

Ik jaag mezelf hoog de bomen in
en ik raak niet meer geland.

Hart, heilig hart, waar zit u,
hart, heilig hart, kom help nu.
Groot zijn toch uw kamers.
Koppig uw gehamer
en geklop. Ik doe niet open,
in zelfbeklag verzopen.”

In onze onstuimige tijden zijn die woorden wellicht herkenbaar. Ik vind het mooi dat de zangeres dat Heilig Hart – die goede herder om in de woorden van het evangelie van vandaag te spreken – als baken ziet om zich aan vast te klampen en op te trekken. Tegelijk beseft zij maar al te goed, dat zij haar eigen hart moet openen om hulp en bemoediging te kunnen ervaren. Dat vind ik een mooie gedachte. Je hart openen begint bij het zoeken naar mildheid in jezelf, voor jezelf en voor anderen.

Pas dan kun je met Mira en Saskia, en allen die hun hart laten spreken, bidden tot de goede herder:

“O hart geheiligd zij Uw naam,
o hart waar U gaat zal ik gaan…”

 

PJ