Helden !

1 november 2020

Allerheiligen, 1 november 2020
Matteüs 5, 1-12a

Een paar jaar geleden was ik uitgenodigd bij een gespreksgroep van de Protestantse Gemeente. Het ging over heiligen. Dat was voor hen een spannend thema, want protestanten hebben niet zoveel op met de heiligen van de katholieke kerk. Mensen hoeven niet op een voetstuk geplaatst te worden, en bidden kun je rechtstreeks tot God – dat hoeft niet via heiligen. Toch durfden zij met mij de uitdaging aan om te verkennen waar raakvlakken liggen. Want bijvoorbeeld iemand als Franciscus van Assisi spreekt wel heel breed mensen aan. En Willibrord, de geloofsverkondiger in onze streken, betekent ook veel voor de protestantse christenen.

Als Jezus in het evangelie mensen zalig prijst – en dat verschilt niet heel veel van heilig verklaren – dan valt meteen op dat er geen grootheden genoemd worden, geen wonderverrichters, geen wereldverbeteraars. Hij noemt stuk voor stuk gewone mensen: mensen met verdriet, met verlangen naar vrede, naar een normaal leven, mensen die niet zonder meer mee kunnen in de samenleving, vaak aan de kant staan, mensen met een hart van goud ook, die klaar staan voor anderen, mensen die het zwaar te verduren hebben. Zalig zijn zij!

In woorden van onze tijd zouden we zeggen: “Jullie zijn helden!”
Ik denk dan aan de mensen die in de zorg werken, die in de eerste coronapiek van alle kanten applaus kregen, en die nu bij de tweede golf weer naar ondersteuning verlangen.
Ik denk aan de mensen in de horeca, die zo graag een plek van ontmoeting willen zijn en het nu niet kunnen.
Ik denk aan de nertsenfokkers die hun bedrijven moesten laten ruimen en een onzeker perspectief hebben.
Ik denk aan de winkeliers, de bouwers, de boeren, de kunst- en cultuursector, de vuilnisophalers, de postbezorgers.
Ik denk aan de mantelzorgers, de vrijwilligers op zoveel terreinen, iedereen die iets voor een ander betekent.
Ik denk aan jongeren die zo graag willen studeren, maar beperkt zijn in hun mogelijkheden; die zo graag contacten leggen, de wereld en het leven verkennen, maar in deze coronatijd afgeremd worden in hun ontwikkeling.
Ik denk aan ouderen die zo kwetsbaar zijn, die angstig en onzeker zijn, die hun kinderen en kleinkinderen maar mondjesmaat kunnen ontmoeten, die een knuffel en een kus missen.
Ik denk aan het 10-jarige jongetje Youssef uit Syrie dat afgelopen week in zijn eentje kwam aanlopen bij een tankstation ter hoogte van Helenaveen. En aan al die vluchtelingen die geen naam mogen hebben en opgesloten zitten in het niemandsland tussen de plek die zij verlieten omdat er geen toekomst is en landen waar zij niet welkom zijn.
Ik denk aan de leraar die in Parijs werd vermoord en de kerkgangers die in Nice om het leven kwamen en zoveel mensen die sterven door geweld.
Ik denk aan… teveel mensen om op te noemen.
Helden zijn zij. Zalig.

Jezus’ woorden sporen ons aan om anders naar de ander te kijken.
Vol respect, vol tederheid. En daarnaar te handelen.

Als ik dan toch nog één heilige mag noemen: Bernadette Soubirous, een straatarm meisje dat met haar ouders noodgedwongen in een afgedankte gevangenis in Lourdes woonde. Aan haar verscheen Maria. Toen een kunstenaar later een beeld van de verschijning maakte – het beeld dat we nog steeds kennen als het Lourdesbeeld – zei Bernadette dat het niet leek. Maria keek niet naar boven en had de handen niet gevouwen, zoals op het traditionele Lourdesbeeld. Maria keek het meisje juist aan, glimlachte en opende haar armen.

Dit mag voor ons zalige voorbeeld zijn.

 

PJ