Herdenken en vrijheid vieren

7 mei 2021

Toespraak Hans Flapper over bevrijdingsmonument
4 mei 2021, Dodenherdenking, St. Willibrorduskerk Deurne

De toren van deze kerk, onze toren, het oudste gebouw van Deurne, heeft in de 1300 jaar dat Deurne bestaat veel meegemaakt. Zij heeft rooftochten gezien, krijgsgeweld, zij heeft 150 jaar onderdrukking van godsdienstvrijheid gezien en de bevrijding daarvan. Haar klokken, die luiden bij feest en rouw, zijn soms het zwijgen opgelegd, zoals in 1942 door de Nazi’s die ze uit de toren haalden en één daarvan omgesmolten tot wapentuig.

Deze toren herbergt een gedenkplek die onlangs is aangepast en uitgebreid en waarvan ik de eer mocht hebben hiervoor het ontwerp te maken. Het is een gedenkplek ter herinnering aan de slachtoffers van onderdrukking en geweld van de 2de wereldoorlog en de tijd daarna, maar het is meer dan een gedenkplek, het is een plek om bij stil te staan, een plek die ons waarschuwt.

Het is een plek die ons eraan herinnert dat vrede niet vanzelfsprekend is maar inzet vraagt en offers. En soms wordt daarvoor het hoogste offer gebracht zoals door de mannen waarvan de namen op beide plaquettes zijn gegrafeerd. Zij wilden leven in vrede en zetten zich in voor die vrede, maar zij kwamen daarbij om en gaven hun leven voor onze vrede. Hun offer wordt gesymboliseerd door het beeldje van een vrouw die zich uit het prikkeldraad van onderdrukking bevrijdt en omhoog reikt naar vrede.

De data die vermeld staan achter de namen op deze plaquettes duiden op verschillende gebeurtenissen en omstandigheden waaronder deze mannen hun leven lieten. Enkelen van hen zijn omgekomen toen zij als militair ons land in 1940 verdedigden tegen de inval van het leger van Nazi-Duitsland. Nazi’s die in ons land een regime wilden vestigen gebaseerd op wetten die de menselijke waardigheid minachtten, die sommige groepen en volkeren als minderwaardig beschouwden en zelfs wilden uitroeien zoals Joden, zigeuners, homoseksuelen en Jehovagetuigen. De Nazi’s bevestigden dat nogmaals in de Wannsee-conferentie in januari 1942, waarin de z.g. definitieve oplossing van het Jodenvraagstuk werd vastgesteld. De helft van de aanwezigen op die beruchte conferentie was jurist. Het waren diezelfde juristen die tijdens het proces in Neurenberg na de oorlog verklaarden dat zij onschuldig waren aan de uitroeiing van de Joden omdat zij, naar hun zeggen, volgens de wet zouden hebben gehandeld.

Wetten dienen rechtvaardig en menselijk te zijn en van een hoog moreel gehalte, en dat waren de wetten die de Nazi’s in ons land van kracht verklaarden niet, evenmin als de vele daden die zij op grond van die wetten uitvoerden. Daarom kwamen er mensen in verzet, ondermijnden soms letterlijk het gezag, hielpen bij het onderduiken van Joden en mensen die gevaar liepen om door de Nazi’s gevangen te worden genomen.

Ook hier in Deurne werd verzet geboden. Ook in Meppel waar ik geboren ben, waar mijn ouders in het verzet zaten en mijn vader gevangen werd genomen, eerst in het concentratiekamp Amersfoort en daarna in Buchenwald. Hij heeft het overleefd. Hij nam uit Buchenwald deze Joodse gebedsdoek, deze taliet mee die hij zag liggen in een grote stapel kleren van mensen die door de Nazi’s waren omgebracht. Hij nam de taliet mee uit eerbied en om te voorkomen dat hij als een vod zou worden verbrand. Sinds de oorlog is hij altijd zorgvuldig opgeborgen geweest. Nu ziet hij voor het eerst weer het daglicht op deze plaats waar wordt herdacht.

De twee mannen uit het verzet in Deurne, waarvan de namen op een van de plaquettes staan vermeld, hebben de oorlog niet overleefd. Zij maakten weliswaar de bevrijding mee maar kwamen om in 1945 toen zij onze bevrijders hielpen bij de eindstrijd tegen de Nazi’s.

Wij mogen er op vertrouwen dat onze regeringen goede, menselijke en rechtvaardige wetten maken en die uitvoeren om een goed leven mogelijk te maken voor de inwoners van ons land en van onze rijksdelen. Zo mochten de mannen waarvan de namen vermeld staan op de bovenste plaquette er op vertrouwen dat zij voor een rechtvaardige zaak onder de wapens werden geroepen om in Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea rust en vrede te brengen. Zij lieten daarbij hun leven.

Zij waren loyaal aan onze regering waarvan zij mochten verwachten dat die regering bij haar beslissingen zich beriep op rechtvaardige en menselijke wetten. Over die wetten van die regering toen, wordt nu anders gedacht. Dat doet pijn bij de nabestaanden van deze mannen, dat doet pijn bij de oud-strijders.

Dat maant ons, en de regeringen die wij kiezen, om ervoor te zorgen dat onze wetgeving rechtvaardig en menselijk moet zijn en van een hoog moreel gehalte, dat iets anders is dan een moraal die bepaald wordt door de waan van de dag. Helaas moeten wij erkennen dat dat tot op heden niet altijd het geval is en dat bij de uitvoering van wetten door de overheid menselijkheid soms uit het oog wordt verloren.

Zo is deze herdenkingsplek door deze twee plaquettes meer geworden dan een herdenkingsplek. Het is ook een plek die ons, u, overheid, waarschuwt en maant om te streven naar rechtvaardigheid en menselijkheid en dat de overheid en wij er niet zijn als wij zeggen: “ wij zijn onschuldig, wij hebben het goed gedaan want wij hebben volgens de wet en de regels gehandeld”.

Wat zouden de laatste woorden van deze mannen zijn geweest, waarvan de namen op de plaquettes staan vermeld. Hebben zij om hun vriendin, hun vrouw of hun moeder geroepen? In het portaal onder de toren staat naast deze herdenkingsplek een beeldje van een vrouw die voor velen het symbool is van “de Moeder”, de moeder van barmhartigheid, de moeder van vrede. De moeder die onder haar mantel bescherming biedt aan allen die in nood zijn of waren, ook aan deze mannen wier namen op deze plaquettes staan vermeld. Zij heeft een naam die vele Nazi’s zeker hebben gekend: “Schutzmadonna”, de Madonna die beschermt. Ze staat vaak op een zuil op menig marktplein in Duitsland en in Lutheraanse en Katholieke kerken. Ze staat ook op een glas in loodraam in de kerk waar ik gedoopt ben, in Meppel. Onder haar beschermende mantel mensen die zijn gevlucht, onder haar voeten een stad met een toren die in brand staat, rook, vliegtuigen, bommen die vallen. Het is de toren van de St. Christoffelkathedraal in Roermond. De mensen uit Roermond die eind 1944 werden geëvacueerd vanwege oorlogsgeweld werden ook in Meppel ondergebracht. Zij schonken dat raam uit dankbaarheid aan de Meppeler bevolking. Ook hier in Neerkant, Helenaveen en Liessel moesten eind 1944 de mensen vluchten, ook hier werden boerderijen, huizen en kerken verwoest en kwamen velen om het leven.

Laten we hopen dat wij, onze kinderen en kleinkinderen gespaard blijven van oorlogsgeweld en onderdrukking. Dat geen mensen meer worden vervolgd en omgebracht omdat ze anders zijn, een ander geloof hebben zoals de man die ooit deze gebedsdoek heeft gedragen, omgebracht werd omdat hij jood was. Laten wij hopen dat er altijd mensen zullen zijn die met ons onze vrijheid en die van anderen willen verdedigen en vrede willen brengen, soms omdat zij daartoe worden geroepen, soms omdat zij handelen naar hun goede moraal en hun geweten, zoals deze mannen wier namen op de plaquettes staan vermeld en de vele anderen die wij vanavond herdenken.

Hans Flapper

Gebed

God, Ene, Eeuwige,

bevrijd ons
uit het prikkeldraad
van aarzeling en angst

bevrijd ons
uit de boeien
van quasi-veilige beslotenheid
van eigen gelijk en zelfgerichtheid.

bevrijd ons
uit de ketenen
van verstikkend hokjesdenken
racisme en discriminatie

en maak ons vrij
om wie anders lijken
maar in alles ons gelijkwaardig zijn
toe te laten in ons hart,

maak ons vrij
om het leven
met elkaar te delen.
Amen.

PJ