Het lied van allen samen

4 oktober 2020

Jaar A, 27e zondag door het jaar, 4 oktober 2020
Jesaja 5, 1-7, Filippenzen 4, 6-9 en Matteüs 21, 33-43

Geen vrolijk evangelieverhaal, deze zondag. En de komende zondagen volgen er meer. De herfst is ook in het lectionarium terug te vinden. Niet verwonderlijk, want het kerkelijk jaar volgt de seizoenen. Over twee maanden begint alweer de advent. Somberte past bij de herfst, maar je moet uitkijken dat je er niet in blijft vastzitten. De wereld geeft alle reden om somber te zijn.

Wat dat betreft is het evangelieverhaal een spiegel van ons leven en de wereld om ons heen. We maken ons zorgen over de verspreiding van het coronavirus, of juist over de maatregelen om dat virus te bestrijden. Iemand die de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt zei: “Toen wist je wie de vijand was, hoe die eruitzag, maar nu weet je het niet, het is zo ongrijpbaar, als een sluipmoordenaar.” En als je iets van het debat tussen Donald Trump en Joe Biden hebt gezien, dan knijp je je tenen samen. Dat gaat dan over de leiding van een van de grootste en invloedrijkste landen van de wereld. Ondertussen blijven de vluchtelingen op Moria en andere plekken speelbal van politieke besluiteloosheid; lukt het maar niet om de klimaatdoelen te realiseren of is er te weinig aandacht voor; en staan mensen op allerlei gebieden steeds meer tegenover elkaar. “Verbaas je niet, verwonder je slechts”, zei iemand.

Waar het eigen gelijk bepalend wordt, verwildert de wijngaard, om met het beeld van de eerste lezing en het evangelie te spreken. Tears for Fears (en later Gary Jules) zong ooit het droevige en naargeestige lied “Mad world”, over uitgebluste mensen die in cirkels rondrennen in onze rare, gekke wereld.

Ja, het is een gekke wereld. Maar ik wil niet blijven steken in pessimisme. Ik wil mijn leven niet laten bepalen door onzekerheid, me niet neerleggen bij de verharding van standpunten. Paus Franciscus had enkele troostende woorden. Hij zei:

“Rivieren drinken hun eigen water niet,
bomen eten hun eigen vruchten niet;
de zon schijnt niet op zichzelf
en bloemen geuren niet voor zichzelf.
Leven voor anderen is een natuurwet.
Wij zijn geboren om elkaar te helpen.
Ongeacht hoe moeilijk het soms is…
Leven is goed als je gelukkig bent;
maar veel beter als
anderen gelukkig zijn omwille van jou.”

Vandaag op de herdenkingsdag van de heilige Franciscus verschijnt de nieuwste encycliek van de paus met als titel: “Allen broeders”. Hij zei hier al over: “Door de pandemie leren we allemaal dat niemand het alleen redt. We hebben de kwetsbaarheid aan den lijve ondervonden, die ons kenmerkt en ons samenbrengt. We hebben beter begrepen dat elke persoonlijke keuze het leven van anderen treft. We zijn door de gebeurtenissen gedwongen om onze wederzijdse verbondenheid, ons broederzijn in een gemeenschappelijk huis, onder ogen te zien.”

Alleen samen kunnen we uit de crisis komen, alleen samen kunnen we het leven op aarde draaglijk maken voor iedereen, “een betere wereld bouwen, vol hoop voor toekomstige generaties, een beschaving van liefde.” Aldus de paus.

Zo wil ik het lied van Jesaja in de eerste lezing meezingen.

“Ik wil zingen voor mijn vriend,
zingen het lied van mijn vriend en zijn wijngaard…”

Hoe het lied verder gaat,
hangt van ons samen af.
Voorbij al onze verbazing en verwondering
schrijven wij zelf het volgende couplet.

 

PJ