Het wordt weer lente

18 november 2018

Jaar B, 33e zondag door het jaar, 18 november 2018
Daniël 12, 1-3 en Marcus 13, 24-32

Een zonsverduistering, geen licht van de maan, vallende sterren, chaos en angst. Dat zijn beelden die ons van ons stuk brengen. Een aantal jaar geleden, toen er inderdaad een zonsverduistering was, was dat niet alleen fascinerend. Het gaf ook een onbehaaglijk gevoel. Midden op de dag zwegen alle vogels, er waren schaduwen die er normaal niet waren, het licht was raar, onbekend. Dat de zon verdween, had iets dreigends. Zo klinken elk jaar ook de lezingen aan de vooravond van de advent. Het is herfst, de avond van het jaar, de dagen korten, het is al vroeg donker. De nachten zijn koud.

Afgelopen donderdag mocht ik namens het pastoresteam op het symposium over eenzaamheid – een initiatief van Henk Driessen – iets zeggen over onze ervaringen rond eenzaamheid. Indrukwekkend waren de getuigenissen van twee ‘ervaringsdeskundigen’. Zij verstelden over de donkerste tijd van hun leven, hoe ze keihard met zichzelf en hun omgeving werden geconfronteerd, hoe zij zich niet begrepen voelden, en ook hoe zij gevochten hebben om er bovenop te komen. Eenzaamheid komt schrikbarend veel voor. Onder ouderen, en ook onder jongeren. Zelfs nog meer onder jongeren, dan onder ouderen. Dat is verontrustend. Kinderen, jongeren zouden zich beschermd, geborgen, veilig moeten voelen.

Er is geen kant en klare oplossing voor eenzaamheid. In de bijdrage die ik mocht uitspreken, en ook in die van anderen kwam naar voren dat een begin van een oplossing gevonden kan worden bij het onbevangen luisteren naar het verhaal van degene bij wie eenzaamheid door het lijf stormt en giert. Dan kan er misschien wat licht gloren in de duistere nacht. Probleem is dat mensen die eenzaam zijn, zich niet gemakkelijk laten kennen. Het is moeilijk om contact te krijgen. Dat ervaren wij als pastores ook. Het is misschien goed om nog eens te zeggen dat het altijd mogelijk is om een afspraak met een van de pastores te maken. Het is tegelijk ook aan ons de taak om alert te zijn en gesprek en contact waar nodig aan te bieden.

De lezingen van vandaag klinken erg donker en somber, maar er wordt in de stormen van ons leven vooral ook perspectief geboden, redding, licht, bloei. Ik vind het mooi dat ons, juist in de herfst en winter van het leven, een lentetafereel gepresenteerd wordt. De twijgen van de vijgenboom zullen zacht worden en weer uitbotten om in de zomer tot bloei te komen.

Het is niet mogelijk om de gure herfsttijd over te slaan. Je moet er doorheen, of je wilt of niet. Maar misschien kunnen die woorden van hoop de onmacht wat verminderen, eenzaamheid en verdriet wat verzachten. Al moet de winter nog komen, het wordt weer lente. In het duister brandt altijd licht.

 

PJ