Hij komt, hij komt…

6 december 2020

2e zondag van de advent, 6 december 2020
Jesaja 40, 1-5.9-11 en Marcus 1, 1-8

“Laat het licht waar wij naar verlangen
nu in ons midden komen,
de morgenster,
de man uit de hemel en engel op aarde,
degene die we aanroepen
en die komt om ons te helpen.”

Het klinkt als een adventshymne, of als Jesaja en Johannes de Doper die de komst van de Heer aankondigen. Maar het is een Sinterklaaslied, het oudste zelfs dat er bestaat, geschreven in het jaar 440 door Proclus, een belangrijke kerkleider in Constantinopel, de eerste vermelding ook van de heilige Nikolaas van Myra die een eeuw eerder leefde. Proclus vervolgt met:

“Hij is een kostbare parel,
de waardevolle schat die in Myra woont,
wiens naam tot de hoofdstad Constantinopel reikt
en snel te hulp komt als onderdrukten om hulp roepen.”

Dat klinkt heel anders dan: “Hij komt, hij komt, die lieve, goede Sint…”, het liedje dat dezer dagen ongetwijfeld veel gezongen is. Maar de strekking is dezelfde. En al staat er in dit hedendaagse liedje: ‘wie stout is krijgt de roe’, Sint blijft toch de “beste vrind, de vrind van ieder kind”.

5 december vieren we Pakjesavond. Maar de verjaardag van de goedheiligman is 6 december. Grote heiligenfeesten beginnen volgens goede christelijke traditie altijd op de vooravond.

Over de tradities rond het Sinterklaasfeest wordt onderhand het hele jaar gediscussieerd. Piet is zo kleurig als er meningen over hem zijn. Al te vaak worden veranderingen in de traditie van het feest gekoppeld aan een teloorgang van onze cultuur en onze christelijke waarden. Ik waag dat te betwijfelen. Als er iets door de eeuwen en met de jaren is veranderd, dan is het wel ons Sinterklaasfeest. Tegelijk glanst door alle gebruiken heen – al is het soms verborgen – iets van het oude verhaal over de heilige Nicolaas, die met name in de orthodoxe kerk nog altijd als een van de grote heiligen wordt vereerd.

Onlangs verschenen er maar liefst drie boeken over de Sinterklaastraditie. Eén ervan springt er voor mij uit. Mattias Rouw, die al eerder een schitterend boek schreef over de woestijnvaders, presenteerde nu “Sint Nikolaas van Myra” (Uitgeverij Brandaan, Amersfoort, september 2020). Hij doet dit aan de hand van een eigentijdse ‘vita-icoon’ waarop de meest bijzondere verhalen uit zijn leven te lezen zijn als een stripverhaal.

Zo is er een afbeelding van de doop van Nikolaas als baby. Het verhaal vertelt dat hij na zijn doop maar liefst drie uur rechtop in het doopwater bleef staan. Of dat echt zo gebeurd is, is niet zo belangrijk. Het gaat om de boodschap van de verhaal: de luisteraars – wij dus – worden uitgenodigd om kinderen hoog te achten.

Op school, zo vertelt de legende, presteert Nikolaas goed. Alleen de vakken economie en politiek weigert hij te volgen. Als kind van rijke ouders werd hij door zijn vader al gewaarschuwd voor mensen die geld verdienen door afpersing en uitbuiting. En van de corrupte politici in zijn woonplaats moet hij helemaal niets hebben. Nikolaas wil zijn vaardigheden inzetten voor mooie en goede dingen. Hij wil mensen in nood helpen. En één van zijn eerste hulpacties gaat richting zijn buren. De arme buurman heeft geen geld voor bruidsschatten voor zijn drie dochters. Ze zijn veroordeeld tot prostitutie. Stiekem gooit Nikolaas ’s avonds laat drie keer een zakje met goudstukken door het open raam van de buren. Ons strooigoed met Sinterklaas gaat terug op dit verhaal. Ik herinner me nog hoe we vroeger naast een chocoladeletter ook een zakje met chocolademunten kregen, verpakt in goud- of zilverpapier. De boodschap van Nikolaas’ gebaar en onze surprises was en blijft: het gaat er niet om wie iets geeft, maar wat je voor een ander overhebt.

Nikolaas vindt zijn inspiratie ook in de bijbel. Op iconen staat hij afgebeeld met het evangelieboek. ‘Evangelie’ betekent: goed nieuws. Onze namen staan geschreven in dat boek van het leven, dat aanspoort tot aandacht en zorg voor elkaar.

De naastenliefde van Nikolaas blijft niet onopgemerkt als er een nieuwe bisschop gezocht wordt in Myra. Een van de bisschoppen die daarover moet beslissen krijgt een droom: de eerst volgende die de kerk binnenloopt zal de juiste kandidaat zijn. Het is Nikolaas. Zijn naam trouwens is afgeleid van het Grieks: Nikolaos (Νικόλαος). Nikè betekent ‘overwinning’ en laos ‘volk’. Hij groeit uit tot een overwinnaar voor het volk, een volksheld.

Als bisschop is hij niet alleen maar goedheiligman. Hij gaat de heidense tempels te lijf en sloopt ze persoonlijk. Mensen denken dat ze door offers te brengen voorspoed kunnen verkrijgen, maar Nikolaas vindt dat een vorm van onderdrukking. Je hoeft je niet te laten knechten door nepgoden, of bang te zijn voor hen.

Zo zijn er een heleboel verhalen over hoe Nikolaas mensen redt die in moeilijkheden zitten. Mattias Rouw vat de levensvisie van Nikolaas samen: sta op tegen onrecht, geef liefde aan de onderdrukten en nog meer aan je vijanden. Onrecht mag worden benoemd door daden van naastenliefde te laten spreken, niet vanuit een trotse betweterige houding, maar zoals Nikolaas zelf, een mens die toegeeft ook zelf fouten te maken, nederig en fanatiek vechtend voor de bescherming van de ander. Omring je met goede daden. Dat is het krachtigste medicijn tegen het kwaad.

Men zegt dat Nikolaas rond het jaar 340 is gestorven, maar hij blijft een levende legende, een adventsheilige in het spoor van Johannes de Doper en Jezus. Nikolaas leeft voort in de oude verhalen en in ons Sinterklaasfeest. Voor sommigen zelfs zo levendig, dat hij ook vandaag nog door duizenden gelovigen wordt aangeroepen om hulp. Velen ervaren werkelijk zijn bijstand.

Geloof het of niet!
Maar blijf zingen: Hij komt, Hij komt!

 

PJ
geïnspireerd door “Sint Nikolaas van Myra” (Mattias Rouw)