Hoodie

10 maart 2019

Jaar C, 1e zondag van de veertigdagentijd, 10 maart 2019
Deuteronomium 26, 4-10, Romeinen 10, 8-13 en Lucas 4, 1-13

Hij stond ooit op de voorkant van een glossy. Sommigen denken dat hij een hoodie aanhad, zo’n lekkere warme trui met een muts eraan vast. Maar je zag de kap van zijn pij. Op zijn 65e is hij ingetreden bij de Trappisten in Berkel Enschot.

Al jong wilde hij het klooster in, maar zijn moeder vond dat hij eerst maar eens iets voor de samenleving moest doen. Dat heeft hij gedaan. Hij is priester geworden. Hij was een mensenmens, altijd betrokken bij iedereen. De goedheid zelve en soms meer dan dat. Hij is van een generatie priesters die de mens centraal stellen en in hun leven, hun geluk en geploeter, iets goddelijks herkennen, Gods nabijheid ervaren.

Ik mocht hem opvolgen als pastoor in Goirle. Daar was hij 25 jaar geweest, tot hij met pensioen kon en zich vrij voelde van de belofte aan zijn moeder. Nu leefde hij alweer meer dan 22 jaar als monnik. In de vroege ochtend van Aswoensdag is hij overleden. Waar wij aan het begin van de Veertigdagentijd staan, is voor hem Pasen al werkelijkheid geworden.

Met zijn laatste en mijn eerste parochiebestuur kwam ik elk jaar in het voorjaar nog een keer bij hem. We zagen zijn gezondheid langzaam achteruit gaan. Afgelopen najaar vertrouwden we het niet zo. Half november hebben we hem een keer extra bezocht. Hij was blij verrast dat we er waren. Achteraf goed dat we toen nog gegaan zijn.

Waarom ik u dit vertel? Omdat het me bezig hield de afgelopen week – en nog. Maar ook vanwege de authentieke reactie van zijn moeder, die hem adviseerde eerst maar iets van de wereld te zien, voordat hij het klooster in ging. Dat is een heel nuchter, reëel advies van een ongetwijfeld zeer vrome vrouw – vier van haar zonen werden priester -. Niet zweven, niet in de wolken leven, niet teveel dromen van een zevende hemel, maar met twee benen op de grond staan, aandacht hebben voor je medemensen, er voor hen zijn, met hen mee leven en mee lijden.

Dat is precies de ervaring die Jezus daar in de woestijn – aan het begin van zijn openbare leven krijgt. Hoe mooi de duivel het allemaal ook voorstelt, Jezus laat zich niet verleiden om op zijn aanbod in te gaan. Zijn weg is niet die van toveren, maar van delen, niet die van macht maar van barmhartigheid, niet die van leven als een God, maar in de mens het goddelijke zien.

Zo is de monnik met de hoodie ook in het klooster altijd jong gebleven. Hij verschool zich niet achter de pij met de kap. Hij hield alle verjaardagen, vreugdevolle en verdrietige momenten van heel veel mensen bij, door hun een kaart te sturen met altijd een mooi, zorgvuldig geformuleerd persoonlijk woordje. Prachtig dat de abt hem de ruimte heeft gegeven om op die manier pastor te blijven.

Albert Pirenne – zo heet die monnik – koos bij zijn intrede in het klooster de naam broeder Christian, naar aanleiding van de moord in dat jaar (1996) op pater Christian de Chergé en zeven medebroeders, trappisten in Algerije. Over hen is de film ‘Des hommes et des Dieux’ gemaakt. We zullen die in de Goede Week laten zien in het Parochiecentrum. Die paters maakten geen onderscheid tussen mensen. Ze gingen op een natuurlijke en vanzelfsprekende manier om met iedereen, ook de moslims. Door de onrust in het land werden ze gedwongen om partij te kiezen, of om weg te gaan. Maar ze gingen niet op die verleiding in. Ze bleven vasthouden aan hun boodschap van verzoening.
Aan het begin van de veertigdagentijd worden wij uitgenodigd de muts van onze hoodie af te zetten en rond te kijken, onze ik-gerichtheid los te laten en om te zien naar en aandacht te hebben voor al wat en al wie leeft.

 

PJ