Overweging: Huilen

25 januari 2015

Jaar B, 3e zondag door het jaar, 25 januari 2015
Jona, 3, 1-5.10 en Marcus 1, 14-20

In Manilla vertelde een twaalfjarig meisje aan de paus over hoe het is om op straat op te groeien, zonder huis, zonder thuis. “Waarom laat God dit gebeuren?” vroeg ze en ze huilde. Paus Franciscus kwam van zijn zetel af en omarmde het meisje. Zichtbaar aangeslagen antwoordde hij: “Alleen als we in staat zijn om te huilen, zijn we in staat om in de buurt te komen van een antwoord op jouw vraag. De wereld moet leren te huilen om degenen die in nood verkeren.”

Als je huilt of een brok in je keel krijgt, ben je geraakt, geroerd. Dat gaat verder dan leed constateren. De beweging van Barmhartigheid maakte ooit deze drieslag: zien, bewogen worden, in beweging komen. Ik zie heel veel leed voorbijkomen op televisie. Maar wordt ik daardoor echt geraakt? Soms voel ik me eerder afgestompt bij de zoveelste natuurramp, de zoveelste aanslag. Ik merk dat ik niet alles kan en wil bevatten. Ik sluit me af, zap weg.

Terecht werd na de aanslagen in Parijs gewezen op de gruwelijkheden die Boko Haram in Nigeria pleegt: complete dorpen en steden die uitgemoord worden. Daarover zijn geen urenlange uitzendingen, daartegen wordt geen actie gevoerd, komen we niet in opstand. Waarom zijn we zo selectief. is Nigeria te ver weg? Hebben we daar zelf te weinig belang bij? Mag ons eigenbelang wel meespelen als het gaat om leed van mensen waar dan ook?

In de eerste lezing wordt het verhaal van Jona wel erg kort door de bocht en te mooi voorgesteld. Jona lijkt als profeet de grote held, maar uit de rest van het verhaal blijkt allereerst dat hij helemaal geen zin heeft om de onheilsprofeet uit te hangen. Hij loopt ervoor weg, met alle gevolgen van dien. En als dan de stad Nineve gespaard blijft, is hij boos, omdat hij voor niets gepreekt heeft. Wat zullen de mensen nu wel van hem zeggen? Zijn eigen belang gaat voor zijn bekommernis om de mensen.

Dat is anders bij Jezus. Als Johannes de Doper gevangen genomen is, wijkt hij uit naar Galilea. Maar dat houdt hem niet tegen om door te gaan met waar hij net mee is begonnen: het verkondigen van zijn boodschap. Marcus noemt dat een Blijde Boodschap. Bij het voorbereiden van de familievieringen van de komende maanden vroegen we ons af wat die Blijde Boodschap dan wel inhoudt. We kwamen tot de conclusie dat in alles wat Jezus doet en zegt doorstraalt dat God van mensen houdt. Bij de doop van Jezus klonk dat al in de stem die te horen was: “Jij bent mijn kind, ik hou van jou.” En ook in Jezus uitnodiging “Komt, volgt mij” klinkt dat door. Jij mag gezien worden. Jij mag er zijn. Jij mag meedoen. Jij mag een visser van mensen zijn: mensen die in nood zijn opvissen, mensen die zelf niet kunnen bij de hand nemen, mensen die verdriet hebben troosten.

Ik denk dat Ton van Oosterhout die Blijde Boodschap op een mooie manier heeft voorgeleefd: zeker in de manier waarop hij op het Rijtven als geestelijke verzorger met verstandelijk gehandicapten omging. Hij heeft daarover ooit samen met enkele collega’s een boek geschreven: “Mensen met een verhaal”. Aan de hand van enkele levensverhalen komen thema’s naar voren als ontworteling, bevestiging, houvast, basisvertrouwen. Dat zijn kernwaarden die het leven zinvol maken. Ook na zijn afscheid op het Rijtven bleef voor Ton die betrokkenheid op mensen en – als Franciscaan vanzelfsprekend ook op dieren – essentieel. Uit het asiel pikte hij een jonge boxer op, die al heel wat mee had gemaakt en zwaar verwaarloosd was. Hij durfde het aan om hem in huis te nemen. Hij noemde hem Anders. De hond was anders, maar mocht zijn zoals hij was: zichzelf. Op ziekenbezoek, in uitvaartgesprekken, als hij boodschappen deed voor een ander of chauffeur speelde na de zondagsviering was hij betrokken op de ander. Vorig jaar op de eerste zondag van de Veertigdagentijd zei hij dit in zijn overweging:

“Als je teruggeworpen wordt op jezelf, weet, dat er dan iets goddelijks kan opdoemen in mensen; een God die je ontmaskert van je valse grootheid en die je bijstaat in je kinderlijke kwetsbaarheid; een God die je stenen leert onderscheiden van brood, een God die je terugvoert naar die wereld waar het gaat om de dingen die echt belangrijk zijn in het leven. Noem die wereld “paradijs”, of “Land van Belofte”, maar laten we het vooral met ons meedragen in ons hart!”

En op het feest van Willibrord afgelopen november zei hij:

“Dat is het grootste geheim van ons samenkomen: dat we breken en delen, iets wat in onze wereld niet voor de hand ligt, maar wat onze oude aarde wel een nieuw gezicht zal geven. Daartoe zijn we geroepen en komen we samen, ten einde toe.”

Gods Blijde Boodschap:
van harte je laten raken door de mensen om je heen, dichtbij en veraf;
meehuilen met wie in nood verkeren;
je geroepen voelen om het leven met elkaar te delen
en in beweging te komen.
PJ