Ik

10 september 2017

Jaar A, 23e zondag door het jaar, 10 september 2017
Matteüs 18, 15-20

Pas was ik op bezoek bij vrienden. Hun dochtertje is dit schooljaar naar groep 3 gegaan. Ze liet haar leeservaringen van de eerste schoolweek zien. Mooi om te ervaren hoe een hele nieuwe wereld voor kinderen opengaat als ze de letters leren benoemen en er woorden en zinnen van gaan maken. Wellicht hebben sommigen van u nog het leesplankje gebruikt met ‘aap, noot, mies’. Toen ik in de eerste klas van de lagere school zat waren de eerste woorden die ik leerde: boom, roos, vis.

Tegenwoordig begint de methode ‘Veilig leren lezen’ met het woordje ‘ik’. Dat is opvallend. Het past wel bij de tijdgeest, waarbij het ik voorop staat en we het niet goed kunnen hebben dat we ook nog rekening moeten houden met anderen. Iemand vroeg: “Hoe komt het toch dat jongere generaties de kerk niet meer weten te vinden. De kerken raken steeds leger, terwijl veel mensen op zoek zijn naar zin, bezinning, rust. Dat die hier te vinden zijn, ontgaat hen.” Ik antwoordde wat gechargeerd: dat komt door die leesmethode, die het ‘ik’ centraal stelt. Het gaat om ik, niet om jij of wij. Hier in de kerk gaat het vooral om samen en delen. Dat zijn hele andere woorden. Het zijn twee hele verschillende levensvisies. Natuurlijk ligt de crisis in de kerk niet aan een leesmethode – het meisje dat mij haar leeswerkjes liet zien kan heerlijk eigenwijs zijn, maar is ook heel sociaal –, maar die crisis heeft wel te maken met een andere beleving van hoe met elkaar omgaan .

“Waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden”, houdt Jezus ons vandaag voor. ‘Ik’ is niet genoeg. Jezus’ aanwezigheid speelt zich altijd af in hoe mensen met elkaar omgaan. De band tussen mensen spiegelt onze band met God.

Onze relatie met God is niet vanzelfsprekend, onze relatie met elkaar ook niet. Het valt niet mee om in harmonie te leven met de mensen om je heen, in je familie of gezin, op je werk, op school, in je vriendenkring, in vereniging of parochie ook. Er zou een sfeer van openheid en vertrouwen moeten zijn waarin je alles tegen elkaar kunt zeggen. En waar er geluisterd wordt. Niet voor niets gebruikt Jezus in de korte evangelietekst van vandaag maar liefst vier keer het woord ‘luisteren’. Luisteren gaat uit van respect voor de ander, je openstellen voor de ander, je proberen in te leven in wat de ander beweegt. Wellicht is dat een sleutel – misschien wel de enige – om tot elkaar te komen.

Op de website “geloventhuis.nl” stond deze week een klein gedichtje over de orkaan Irma die zoveel verwoesting bracht op een deel van ons koninkrijk, het eiland Sint-Maarten, genoemd naar de heilige Martinus, Sint Maarten, die zijn soldatenmantel deelde met een bedelaar:

Als alles verwoest is, verslonden, bedolven
door woedende wind en door kolkende golven,
waar moeten zij starten met moed en vertrouwen
om huizen en harten weer op te bouwen?
Zij daar met zo weinig, wij hier met zovelen:
het is toch Sint-Maarten die ons leerde delen?

“Waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden.”
Het kleine meisje is trots dat zij het woordje ‘ik’ kent. Om met anderen om te kunnen gaan, moet je je bewust zijn van wie je zelf bent, hoe je leven mag ontvangen en wat je kunt geven en delen. Het begint bij ik, maar het gaat al gauw naar jij en wij, naar samen.

 

PJ