Ik ben omdat wij zijn

21 oktober 2018

Jaar B, 29e zondag door het jaar, 21 oktober 2018
Jesaja 53, 10-11, Hebreeën 4, 14-16 en Marcus 10, 35-45

Afgelopen week ben ik met vier collega’s op retraite geweest. Even er tussenuit; zoals elk jaar naar de gastvrije Trappistinnen van Brialmont, bij Tilff, voorbij Luik. Twee keer per dag komen we dan samen in ‘La rotonde’, een deftige achthoekige kamer die nog herinnert aan de oorspronkelijke functie van het gebouw: een kasteeltje. Doorgaans bereidt ieder een inleiding voor rond een thema. Dit jaar waren de meesten van ons te druk met onze bezigheden om dit goed te kunnen voorbereiden. Daarom besloten we om samen een boek te lezen, elke dag enkele hoofdstukken en daarover van gedachten te wisselen. Het boek “Waarom ik christen ben” van Timothy Radcliffe bleek een schot in de roos. Radcliffe is Dominicaan en was magister-generaal van deze kloosterorde. Hij schrijft op een compacte maar wel toegankelijke manier en probeert met beide benen op de grond het christenzijn betekenis te geven in een steeds veranderende cultuur.

Hij haalt ook het verhaal aan dat we vandaag hoorden in het evangelie. Over de twee leerlingen van Jezus, Jakobus en Johannes, die de belangrijkste plaats willen innemen naast Jezus, aan zijn rechter- en aan zijn linkerhand in zijn glorierijk. Radcliffe schrijft (hoofdstuk 7): “Ze willen niet gewoon zijn, niet ‘huis-tuin-en-keuken-apostelen’. Maar Jezus antwoord: ‘Wie er rechts of links van mij zal zitten, kan ik niet bepalen, die plaatsen behoren toe aan hen voor wie ze zijn bestemd.’ En inderdaad, als hij in heerlijkheid opgeheven is aan het kruis, zijn het twee ‘ordinaire’ dieven, wiens namen we niet eens kennen, die de ereplaatsen krijgen.” links en rechts van het kruis.

Dit evangeliefragment noemt Radcliffe in het hoofdstuk over nederigheid. Dat is een beladen woord. We hebben er de associatie bij van kleinerend, neerbuigend, waardeloos. Maar zo werkt de schrijver het niet uit. Gods koninkrijk – zijn glorie, in de woorden van het evangelie – is de eenheid van alle mensen in Christus. Het christelijke verlangen zou dan ook moeten uitgaan naar een thuis waarin niemand uitgesloten wordt. Wij zijn allemaal burgers, leden van het Rijk Gods. We zouden ons dan ook moeten bevrijden van egocentrisme. Het gaat niet om ‘ik’ maar om ‘wij’. : Ik ben omdat wij zijn” is de prikkelende titel van het hoofdstuk. Nederigheid als typische christelijke deugd is dan: het centrum van het podium opgeven, aan anderen overlaten. Het is accepteren dat je een rol speelt in het verhaal samen met anderen, en niet noodzakelijkerwijs altijd de hoofdrol.” “Nederigheid is tevreden zijn als je soms een kleinere rol speelt, een figurantenrol. Zoals zo vaak: deugd gaat over leven in de echte wereld, waarin we niet altijd sterren zijn.” Dat is het verschil dat christenen kunnen maken. “Nederigheid is een gepast respect voor jezelf hebben.” “Dank zij nederigheid rust ik in mezelf, tevreden met wie ik ben. Het is bevrijding van rivaliteit, van de drang om mezelf aan anderen af te meten. De kerk zou dan een gemeenschap moeten zijn waarin je het genoegen ontdekt van gewoon zijn, van bij elkaar horen.

Die mooie gedachten zetten ons aan het denken en hopelijk u ook. Radcliffe vertelt er nog een aardige anekdote over: er was eens iemand die een brief schreef naar een beroemde rebbe (een Joodse leraar), dat hij diep ongelukkig was. “Hij schreef: ‘Ik zou geholpen willen worden door de rebbe. Ik sta iedere ochtend verdrietig en bezorgd op. Ik kan me niet concentreren. Ik vind het moeilijk om te bidden. Ik houd me aan de geboden, maar ik vind geen geestelijke bevrediging. Ik ga naar de synagoge maar ik voel me alleen. Ik begin me af te vragen waar het leven goed voor is. Ik heb hulp nodig.’ De rebbe stuurde de brief gewoon terug. Maar hij had ieder eerste woord van de zin onderstreept; steeds ‘Ik’. Dit is het ongeluk van het eenzame, westerse zelf.”
De kerk zou een gemeenschap moeten zijn waarin de schoonheid van het gewone wordt onthuld, want in onze God, wiens centrum overal is en wiens omtrek nergens, hoeft niemand zich aan de kant te voelen staan.