In de schoot van mijn moeder geweven

27 december 2020

Kerstmis 2020
Johannes 1, 1-5, Jesaja 9, 1-3. 5-6 en Lucas 2, 1-14

Het kostte mij dit jaar meer moeite om in de stemming van Kerstmis te komen dan andere jaren. En ik hoor om me heen dat meer mensen dit zo ervaren. “Zullen we Kerstmis maar overslaan,” zei iemand. Misschien zou je wel het hele jaar willen overslaan, vergeten, niet meer over praten. Iemand vertelde hoe zij het steeds moeilijker vindt om te bidden. Waarom doet God ons deze crisis aan? Of waarom helpt hij ons niet? Het blijft in haar rondmalen. En ik kon haar er niet van overtuigen dat het niets met een straf van God te maken heeft en dat wij zelf met zijn allen verantwoordelijk zijn voor een oplossing.

Het raakt me dat de situatie zoveel mensen van hun stuk brengt, eenzaamheid vergroot, zorgen doet toenemen. Veel mensen zijn noodgedwongen verstoken van hun contacten, uitjes, ontspanning, elkaar ontmoeten. Ondernemers boren al hun creativiteit aan om het hoofd boven water te houden. Anderen zitten thuis te wachten tot ze weer aan het werk mogen. In de ziekenhuizen en verpleeghuizen lopen de medewerkers zichzelf voorbij om de zorg te kunnen zo goed en zo kwaad als het kan op te vangen, soms met tranen in de ogen. Online lesgeven is een goede noodoplossing, maar het kan niet de aandacht op school vervangen. Dat geldt ook voor onze kerken. We zijn blij met onze livestream via kerkdienstgemist.nl, en we horen terug dat veel kijkers de uitzendingen waarderen, maar het kan het samen vieren in de kerk niet vervangen. Juist met de kerstdagen voel ik dat maar al te goed.

Een verloren jaar? Snel afsluiten, gauw vergeten, niet eens uitknallen? Vuurwerk mag al niet, maar vergeten en verloren gaat mij toch te ver. Het was en is moeilijk, loodzwaar soms – dat voelt iedereen, ik ook –, maar om dan maar geen Kerstmis te vieren, dat doet in mijn ogen geen recht aan het de waarde en de zin van het feest. En we zouden vooral ook onszelf daarmee tekortdoen. En dan heb ik het niet over de klatergouden opsmuk van zoveel mogelijk kitscherige lichtjes of de gemaakte gezelligheid van het oude ‘normaal’. Ik geef niet veel om romantische kerstfilms of eigentijdse kerstliedjes met een holle inhoud, ik droom niet van een “White Christmas”. Kerstmis is meer dan dat. Veel meer.

Kerstmis begint bij dat oude Bijbelse verhaal dat in twee versies wordt verteld: de evangelist Lucas beschrijft in geuren en kleuren hoe een man en een vrouw op last van de overheid op weg gaan. Er is voor hen geen plaats. Ergens achteraf wordt hun kindje geboren in onmenselijke omstandigheden. Niemand slaat er acht op, alleen wat herders uit de buurt zien het gebeuren. De evangelist Johannes vat het kernachtig en beschouwend samen: “Het licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis nam het niet aan.”

“Het licht schijnt in de duisternis”. Juist in het donker, waar nauwelijks een lichtpuntje meer te zien is, juist in moedeloosheid, eenzaamheid, wanhoop, onzekerheid, daar begint en gebeurt Kerstmis.

De grote kerstgroep in de St. Willibrorduskerk Deurne heeft dit jaar een tapijt van Pieter Wiegersma als ondergrond. Een ode aan deze veelzijdige kunstenaar vanwege zijn honderdste geboortedag afgelopen juli. Tijdens de zomermaanden was het wandkleed in de kerk te zien: Maria met haar kind. Een mooie en ingetogen afbeelding, maar mij fascineerde vooral de achterkant het weefsel. Daar zie je hoe de verschillende draden en kleuren van schering en inslag door elkaar heen lopen en aan elkaar geknoopt zijn. Het ziet er wat chaotisch uit. Ook ligt er een twintig meter lange witte strook stof door de kerstgroep, met daarop borduurwerkjes, proeflappen, een verwijzing naar het Tapijt van Deurne, dat in mei komend jaar gepresenteerd wordt in het kader van 1300 jaar Deurne. De paramentengroep heeft drie jaar geborduurd aan een doorsnee van de geschiedenis van ons dorp. En het kindje ligt op de restjes van draden in alle kleuren, die door enorm veel mensen geschonken zijn. Het kerstverhaal als borduur- of weefwerk, waar de rafels vanaf hangen.

Filosoof en theoloog Welmoed Vlieger schreef onlangs in Trouw (3 november 2020) over “twee manieren om naar de werkelijkheid te kijken. De ene is: de werkelijkheid zien als een wereld met dingen waar je iets mee kunt doen. De andere is: de werkelijkheid verstaan als gave en opgave.” Ze zegt dan dat het haar niet meevalt bij alles wat er gebeurt in de wereld om de werkelijkheid als gave te zien. Ze gebruikt het beeld van een borduurwerk (in een voorbeeld van neuroloog Viktor Frankl): “Een borduurwerk ziet er aan de achterkant rafelig uit, maar aan de voorkant is er een mooi beeld. Wij zijn maar kleine en beperkte mensen, en overzien het geheel niet. Maar dat betekent niet dat we met lege handen staan.”

En zij vervolgt dan met: “Wat we wel kunnen, is opstaan tegen de numerieke naamloosheid van de massa en oog krijgen voor de concrete mens en zijn bestaan – de mens als enkeling. […] Dat zie je in het evangelie. Christus ging niet in op vragen over het leed in het algemeen, maar lenigde het concreet en zegt dan bovendien: Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Dat is me nogal een antwoord. Daarmee lichtte namelijk wel degelijk iets van het borduurwerk op, en niet zomaar iets. Liefde is toch wat de werkelijkheid uiteindelijk draagt, met aan ons de opdracht om die, inderdaad als gave, door te vertalen in onze omgang met natuur en mensen. Niet als een stem van het massaal anonieme, maar als deze concrete mens die ik ben.” Aldus Vlieger.

De achterkant van een wandkleed of van een borduurwerk… daarop lijkt onze wereld op dit moment. We zoeken naar structuur, naar de basis waaraan we ons kunnen vastklampen, de rafels kunnen vastknopen. We verlangen naar de andere kant van het tapijt, de mooie afbeelding, de zon, nieuw perspectief, licht in ons leven. Kerstmis borduurt hierop voort: staar je niet blind op – en verzuip niet in – de grote gebeurtenissen van deze tijd. Zoek in de rafelranden van je leven naar die kleine momenten, lichtpuntjes van leven, waarin het kleed even opgetild wordt en de afbeelding oplicht. En deel het met elkaar. Word zelf dat licht en beschijn jezelf en de mensen om je heen.

Stef bos schreef hierover voor deze Advents- en Kersttijd een bemoedigend lied. Ik wil een fragment van de tekst graag met u delen.

(…)
“De tijd staat op een kruispunt,
niemand weet waarheen.
De schoonheid is soms ver te zoeken,
de dromer staat alleen.
(…)
Je kunt verdrinken in cynisme,
alsof het toch niets uit kan halen.
Maar in de verte schijnt een ster
die de richting kan bepalen.
(…)
En Hij geeft licht, geeft licht,
voor een uitweg uit het donker,
voor wat er vaak niet is.

Dus geef licht, geef licht.
Geef alles wat je hebt,
geef de liefde een gezicht.”

Zalig Kerstmis !

 

PJ