In lichterlaaie

25 december 2016

Kerstmis, 25 december 2016
Exodus 3,1-4,17 en Lucas 2, 1-14

Op het eerst gezicht hebben de twee verhalen niets met elkaar te maken: het kerstverhaal en het verhaal van Mozes en de brandende doornstruik. Het ligt niet voor de hand om ze bij elkaar te brengen, maar toch wil ik dat deze kerst doen, – zoals ik al zo’n vijfentwintig jaar in het voetspoor van plebaan Van de Camp in de Bossche Sint Jan, en daarna in Goirle en nu hier in Deurne bijbelse en streekgebonden verhalen met het kerstverhaal verbindt.

Nader bezien blijken er verrassend veel overeenkomsten: Mozes is als herder de schapen van zijn schoonvader Jetro aan het hoeden, als hij een doornstruik – een braamstruik wordt wel gezegd – in lichterlaaie zag staan. Maar het vuur verteert de struik niet. En dan verschijnt hem een engel. Dat is precies het kerstverhaal: herders die opeens licht zien – “omstraald worden door de glorie van de Heer” – en een engel ontmoeten.

Hoe die engel eruit ziet, vertellen beide verhalen niet. Bij Mozes is het God die spreekt, in Betlehem blijft het niet bij één engel. Een ‘hemelse heerschare’, een menigte, heel veel engelen dus ondersteunen de boodschap.

Engelen zijn boodschappers van God. Zij brengen nieuws. Uiteindelijk is het de bedoeling dat zij met hun licht, de ontvanger van de boodschap in vuur en vlam, in lichterlaaie zet. Wat er gebeurt, wat er gezegd wordt is niet zomaar iets.  In de kerstgroep in de St. Willibrorduskerk ligt het kindje Jezus dan ook onder de brandende doornstruik. Hij is niet de engel. Hij is de boodschap zelf, het goede nieuws. Hij wordt redder genoemd, vredebrenger.

Met die vrede lijkt het in de wereld niet zo best gesteld. Er is veel onvrede, er is angst en onzekerheid, er zijn zorgen. Wat staat ons te wachten? In wat voor wereld moeten onze kinderen opgroeien?

Onze bisschop, mgr. De Korte, wijst er in zijn kerstboodschap op dat het beeld dat de media schetsen van de wereld vaak beperkt is. “Wie naar het Journaal kijkt, kan na afloop de indruk krijgen dat onze wereld een grote puinhoop vormt, maar dat is natuurlijk niet waar. Er gaat veel meer goed dan fout in onze wereld.” Hij stelt: “Meer in het algemeen kan men zeggen dat het goede fluistert en het kwade schreeuwt. Wat dat betreft citeer ik graag paus Franciscus: één vallende boom maakt meer lawaai dan een heel bos dat groeit.”

Maar ook hij geeft toe dat mensen terecht bezorgd en onzeker zijn door een opeenstapeling van problemen: Zo noemt de bisschop de versnelde globalisering van de laatste, die steeds duidelijker winnaars en verliezers laat zien en waardoor de bestaanszekerheid van steeds meer landgenoten onder druk staat. Hij wijst op de versplintering van ons politieke landschap, waardoor de slagkracht van een regering na de verkiezingen van volgend jaar beperkt dreigt te worden. Hij noemt de alsmaar toenemende vervuiling van het milieu en de verandering van het klimaat. “Veel onbehagen wordt ook opgeroepen door een vaag gevoel van onveiligheid, met name door de aanslagen door terroristen. Zij pogen met hun zinloze geweld tegen burgers onze samenleving te destabiliseren en spelen zo onfrisse krachten in onze eigen samenleving in de kaart.” En dan is er nog de levensbeschouwelijke crisis. Door de ontkerkelijking van de laatste decennia en het feit dat steeds minder mensen de christelijke waarden als grondslag van het leven ervaren, hebben veel tijdgenoten geen vast fundament meer. In een tijd van snelle veranderingen hebben zij nauwelijks de mogelijkheid om terug te vallen op een stabiel Godsvertrouwen.

Al die zorgen en problemen prikken pijnlijk als scherpe stekels aan de doornstruik van ons bestaan. Sommigen vragen zich zelfs af of het nog wel zin heeft om kerstmis te vieren. Ik vind van wel, en u ook, want anders was u niet naar de kerk gekomen. Zorgen kunnen je verlammen en je in je schulp doen kruipen, maar ze kunnen ons ook mobiliseren, door ze als uitdagingen te zien waarvoor oplossingen gezocht moeten worden.

Dat laatste doen we al als we huizen, straten, kerstbomen versieren met lichtjes: we zeggen daarmee nee tegen het duister. Dat doen we als we elkaar opzoeken, kaarten sturen, cadeaus geven, samen feestelijk eten: we zeggen daarmee ja tegen elkaar. Gezelligheid en geborgenheid zijn belangrijk. Maar mag het misschien nog iets verder gaan? Willem Barnard, theoloog en dichter, schreef eens, enigszins somber: ”Onze kerstbomen midden in de nacht hebben veel te weinig van een brandend braambos en helemaal niets van een lopend vuur.”

Misschien voelen we ons als Mozes in het verhaal van de brandende doornstruik, die zich geen raad weet met de opdracht die God hem geeft. Hij ziet het niet zitten om in zijn eentje tegen alle onrecht in opstand te komen. Hij voelt zich niet bekwaam genoeg, te verlegen. Er slaat nog geen vonk van het vuur uit de struik op hem over. Pas als hij de garantie krijgt dat hij het niet alleen hoeft te doen èn als God zijn naam bekend maakt, geeft hij toe. Gods naam is: “Ik ben” – ik ben er voor jou, ik ben er voor alle mensen, ik ben er altijd. In het kerstverhaal van de evangelist Lucas horen de herders de engelen zingen: “vrede onder de mensen in wie hij welbehagen heeft”. Matteüs noemt het pasgeboren kind: Emmanuel: God met ons. Het goddelijk kind, in het donker geboren en toch oplichtend als een laaiend vuur, spreekt ons aan: ik ben er voor jou. Ik hou van je. Ik zal mijn leven met jou delen in al je zorgen, tot in je stervensangst en dood toe. Jezus is zelf het licht dat ons donker minder duister maakt. Met kerstmis, en ook daarna.

Ik gun u en alle mensen op de wereld iets van die ervaring van Mozes bij de brandende doornstruik, van de herders in het veld die een groot licht zien en vol raken van dat licht, in vuur en vlam, in lichterlaaie. Ik gun u en alle mensen een engel die u in deze verwarrende tijden bemoedigt om net als Mozes en de herders niet bang te zijn en in beweging te komen als een lopend vuur, “elkaar vast te houden en in verbondenheid met elkaar te leven; om samen te bouwen in vertrouwen en onze verantwoordelijkheid te nemen voor de opbouw van onze geloofsgemeenschap en samenleving.”

En voor wie dat allemaal nog niet kan zien, las ik een mooie kerstwens die iemand mij stuurde: “Wij kunnen de engelen niet zien, maar het is genoeg dat zij ons zien !”

Zalig Kerstmis !

 

PJ