Ja

16 februari 2020

Jaar A, 6e zondag door het jaar, 16 februari 2020
Sirach 15, 15-20, 1 Korintiërs 2, 6-10 en Matteüs 5, 17-37

Ik heb moeite met de toon van de evangelietekst. Heeft Jezus een slechte dag wanneer hij zijn leerlingen zo toespreekt? Of horen we hier de schrijver van het evangelie, Matteüs, die zijn lezers eens ernstig wil toespreken? Of spreekt Jezus juist zijn grote bezorgdheid uit over hoe mensen met elkaar omgaan. Bij het afhakken van handen, het uitsteken van ogen en het vuur van de hel denk ik aan wetgevingen, die extremistische groepen hanteren en daar wil ik verre van blijven.

Wat mij lucht gaf, was het interview van Arjan Visser met Herman Finkers aan de hand van de Tien Geboden (Trouw 8 februari 2020). Ik hoor Finkers graag, omdat hij een diepe denker is en met een knipoog heerlijk kan relativeren.

Zo vertelt hij bij het eerste gebod dit:

“…Nou, ik ben absoluut geen fan van de Tien Geboden. Ja, wel als kapstok voor dit interview hoor, maar als leidraad voor het leven? Nee. Wat een deprimerend verhaal. Gij zult niet dit, gij zult niet dat, je moet zus of je moet zo… In de katholieke Tien Geboden zoals ik ze heb geleerd, luidt het eerste gebod: Gij zult geen afgoden vereren, maar Mij alleen aanbidden en boven alles beminnen. En als je de context erbij pakt en leest wat er [in Deuteronomium, hoofdstuk 5 vers 9] wordt gezegd over die afgoderij, dan schrik je je helemaal een hoedje: ‘… want Ik, Jahwe uw God, ben een jaloerse God, die de schuld van de vaders wreekt op hun kinderen tot in het derde en vierde geslacht van hen die Mij verwerpen’. Gezellig type, die Jahwe, niet echt iemand die je er tijdens het carnaval bij wil hebben! Gelukkig heeft Jezus die Tien Geboden uiteindelijk in één ontroerend mooie opdracht samengebracht: ‘dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb’. Kijk, nou praten we weer.”

Aldus Herman Finkers. Daar kan ik wat mee. Misschien kunnen we ook zo naar de tekst van vandaag kijken. Als ik de woorden van Jezus probeer te begrijpen, dan denk ik dat het gaat over de vraag: hoe leef ik? Je kunt berekenend leven of fanatiek, je kunt vooral aan jezelf denken zonder rekening te houden met anderen, je kunt je blindstaren op wetten en plichten – zoals die schriftgeleerden en Farizeeën waarmee Jezus steeds opnieuw in de clinch ligt –. Je kunt ook aandachtig leven, leven vanuit je hart, genieten van wat je tegemoet komt, proberen vol te houden als leed je overkomt, aandacht geven aan anderen en juist daarin voldoening vinden.

Elkaar liefhebben, zoals God ons liefheeft…
Uw ja moet ja zijn en uw nee moet nee zijn…
Het heeft wel met elkaar te maken.
Het gaat om vertrouwen geven en respect tonen.

Wie de media volgt weet dat er heel wat vertrouwen beschaamd wordt en dat respect vaak ver te zoeken is. Misschien daarom die felle woorden vandaag in het evangelie. De boodschap is helder:

Als je er plezier in hebt om anderen te kleineren of te pesten, stop ermee!
Als je doelbewust het vertrouwen van anderen beschaamt, stop ermee!
Als je je verrijkt ten koste van anderen, hou ermee op!
Als je opmerkingen maakt die mensen kwetsen, hou ermee op!
En zo kun je nog wel een hele lijst maken.

Het is misschien gemakkelijk gezegd, maar minstens de moeite waard om over na te denken, je te bezinnen. En je te laten raken door wat Herman Finkers de “ontroerend mooie opdracht” noemt: ‘dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb’. Volgens mij kun je daar alleen maar ‘ja’ tegen zeggen.

 

PJ