Overweging: “Je suis Charlie”

11 januari 2015

Doop van de Heer, 11 januari 2015
Jesaja 55, 1-11, 1 Johannes 5, 1-9 en Marcus 1,7-11

“Je suis Charlie”, was de reactie van heel veel mensen op de aanslag afgelopen woensdag op de redactie van het satirische weekblad Charlie Hebdo in Parijs. Je suis Charlie: ik ben Charlie. Wie aan de krant komt, komt aan mij. De publieke verontwaardiging oversteeg die van alle aanslagen van de afgelopen tijd. Overal gingen mensen de straat om, om te laten weten dat zij geraakt zijn, ontdaan, boos. De aanslag raakt een gevoelige snaar in onze samenleving.

Waar we afgelopen jaar herdachten dat honderd jaar geleden de Eerste Wereldoorlog begon en nu dat zeventig jaar geleden de Tweede Wereldoorlog eindigde, voelen we heel goed aan hoe belangrijk het is om vrij te zijn. De vrijheid van meningsuiting is daar een belangrijke uiting van: dat je mag zeggen wat je wil, dat je een mening mag hebben en daarover kunt discussiëren. Dat die vrijheid wordt aangevallen raakt de essentie van een democratie. Cartoonisten verbeeldden het o.a. als een geweer gericht op potloden. Dat geeft aan hoe ongelijk en oneerlijk de strijd is.

Het is wel zo dat die potloden en dat wat zij tekenen heel scherp kunnen zijn. Zeker als het over religieuze zaken gaat, kan dat heel gevoelig liggen. Een tijd geleden gaf Frank Bosman een lezing naar aanleiding van zijn boek ‘God houdt wel van een geintje’. Hij liet voorbeelden zien van filmpjes die op een humoristische manier omgaan met religie. Bij sommige barst je meteen in lachen uit. Bij andere weet je het niet zeker. Bij weer andere voel je het schaamrood op je kaken of komt boosheid op. Satire kan heel pijnlijk zijn. Dat roept de vraag op: hoe ver gaat de vrijheid van meningsuiting? Hoe ver mag je gaan als schrijver, cartoonist, spreker, zeker als degene over wie je schrijft, tekent, spreekt zich niet kan verdedigen, geen dialoog kan aangaan? Het verschil tussen plagen en pesten is niet zo groot. Wanneer kwets je iemand? Waar ligt de grens? Er zijn zeker grenzen, maar die rechtvaardigen nooit terreur en moord.

In onze samenleving wereldwijd, maar ook dichtbij, lijken oneliners steeds vaker discussies lam te slaan. Er is steeds minder ruimte voor discussie en daarmee voor begrip voor andere standpunten. Wit is wit en zwart is zwart. De moderne communicatiemiddelen werken daaraan mee. Pas nog werd er geklaagd dat er in de Tweede Kamer zo weinig echt gedebatteerd wordt, terwijl dat juist de plek is om dat wel te doen. Er is meer aandacht voor het eigen gelijk dan het algemene belang. Dat werkt verharding in de hand.

Het is daarom belangrijk juist nu de verschillen niet uit te vergroten of groepen uit te sluiten. Het is essentieel op zoek te blijven naar de verbinding en de dialoog. Monseigneur Punt zei afgelopen week: “Want de zorgen over radicalisering binnen de Islam en terroristische uitingen daarvan zijn terecht. Het is daarom belangrijk dat de dialoog tussen de religies, en dan met name met onze moslimgemeenschappen, gaande blijft in een sfeer van goede wil en wederzijds respect, en met als doel om vrede en harmonie in de wereld te bevorderen.” Monseigneur De Korte voegde daar nog aan toe dat ons bescheidenheid past, omdat eeuwenlang ook christenen anderen hebben ‘veracht, gehaat en gedood’. “Voor zover ik kan zien, hebben wij deze heilloze weg pas vrij recent verlaten. Juist nu moeten wij in het onderling gesprek het geweld in ons beider geschiedenis eerlijk ter sprake durven brengen. Geweld in naam van God zouden wij gemeenschappelijk moeten afzweren. Wie het zwaard grijpt zal door het zwaard omkomen. Dat wij haat overwinnen door dienstbare liefde.”

Zou die stem die klinkt bij de doop van Jezus alleen voor hem bedoeld zijn? “Gij zijt mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in U heb Ik welbehagen.” Ik denk van niet. Het mag voor iedereen klinken, voor elk kind dat geboren wordt, opgroeit, mens mag worden. “Jij bent mijn kind, ik hou van jou”. Daar ontkiemt vrede en vrijheid.

PJ

 

Water

Water. We kunnen niet zonder. Niets kan groeien zonder water. Droogte doet alle gewas op aarde verschrompelen. Ook mensen hebben water nodig: je kunt weken zonder eten, maar slechts een paar dagen zonder water. Water spreekt mensen aan. Als je op vakantie het kolkende water van een waterval in de bergen ziet, ervaar je de kracht van water. Als we beelden van een overstroming of een tsunami zien, auto’s en huizen meenemend in hun onstuitbare vaart, dat realiseer je je dat water naast prachtig en fascinerend ook huiveringwekkend gewelddadig kan zijn.

Water boeit ook als het niet zo luidruchtig is; we ervaren rust bij de aanblik van onze rivieren, die al eeuwenlang het land doorsnijden. Een waterpoel herbergt een enorme verscheidenheid aan leven en heeft aantrekkingskracht op grotere dieren die er komen drinken en vogels die er komen baden. Water voelt aangenaam aan als het ‘s morgens de slaap verdrijft of ‘s avonds het zweet en de vermoeidheid van de dag van ons afspoelt. Het verkwikt en verfrist. Je knapt er van op en je wordt er een ander mens door. Het doet het oude vergeten en richt ons op wat er komen gaat.

Het oude vergeten…
Dat lijkt deze week een beeld, dat niet past bij de harde werkelijkheid van onze wereld. Onbeheerst geweld zagen we. Het misselijkmakende moment waarop een politieman – neergeschoten en liggend op het trottoir – zijn hand opheft, om genade lijkt te vragen en dan genadeloos wordt afgemaakt. Een team van redacteurs dat met machinegeweren wordt vermoord. Onschuldige mensen die in een supermarkt gegijzeld worden en – letterlijk – van het leven beroofd worden. Daar helpt geen reinigend water. Alle water van alle rivieren op aarde kunnen het bloed niet wegwissen. Maar, ook heel bijzonder: je zag op zoveel plaatsen in onze wereld mensen samen komen in een stil protest. Een opgeheven pen. Een appèl aan ieders recht op vrijheid, het universele recht van ieder mensenkind om zich te uiten, met woorden, met potlood en papier.

Deze week, aan tafel, vertelde Karel onder het eten iets, dat me tot nadenken stemde: Hier, in Nederland, maken we een wei af, met prikkeldraad of stroomdraad. We willen vermijden dat het vee wegloopt. In Australië, dat immens grote land waar je vijf uur in een vliegtuig nodig hebt om van oost naar west te komen, maken boeren op sommige plekken hun land juist NIET af. Het vee heeft een enorme vrijheid, zo lijkt het. Maar die dieren weten waar de bronnen zijn en zullen dus – uiteindelijk – altijd bij het water terugkomen. Een mooi beeld en tegelijk ook een beeld dat we naar ons toe mogen trekken.

Daar durf ik best een parallel naar mensen te trekken: bij mensen werkt het niet: inperken, in vakjes en in hokken stoppen, opsluiten, etiketteren, opdelen in zwart en wit, in wij en zij. De potloden van Charlie Hebdo waren uiterst scherp – soms onbeschoft en soms grievend. En na de terreurdaden staan populisten onmiddellijk op om te oordelen. Niet over de daders zelf, want daar kunnen we allemaal kort over zijn. Maar oordelend over alle moslims.

Monseigneur De Korte – de bisschop van Groningen – zei daarover deze week dat ons bescheidenheid past, omdat eeuwenlang ook christenen anderen hebben ‘veracht, gehaat en gedood’. Hij voegde daaraan toe “Voor zover ik kan zien, hebben wij deze heilloze weg pas vrij recent verlaten. Juist nu moeten wij in het onderling gesprek het geweld in ons beider geschiedenis eerlijk ter sprake durven brengen. Geweld in naam van God zouden wij gemeenschappelijk moeten afzweren.” Dat is een uitspraak met heel veel nuance, waarin uitgenodigd wordt tot dialoog.

Ieder mens heeft de vrijheid om keuzes te maken.
We kunnen goed doen en kwaad doen.
We kunnen kiezen voor waarheid en voor de grote leugens.
We kunnen kiezen voor geweld en we kunnen het geweld afzweren.
Als christenen worden we uitgenodigd om het goede te doen, elkaar te bemoedigen, dorstigen water te geven, naakten te kleden.

Jezus keert zich af van knellende wetjes en regeltjes van farizeeën om ruimte te scheppen en vrijheid te bieden. En die ruimte en vrijheid doet ons uiteindelijk belanden bij de bron. Bij die bron is iedereen welkom, iedereen mag er putten. Die éne alleszeggende verkeersregel die we meekrijgen voor onderweg… God beminnen en je naaste beminnen als jezelf. Paul Janssen eindigt vandaag zijn overweging met de volgende zinnen:

“Zou die stem die klinkt bij de doop van Jezus alleen voor hem bedoeld zijn? “Gij zijt mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in U heb Ik welbehagen.” Ik denk van niet. Het mag voor iedereen klinken, voor elk kind dat geboren wordt, opgroeit, mens mag worden. “Jij bent mijn kind, ik hou van jou”. Daar ontkiemt vrede en vrijheid.”

WKH