Overweging: Kaf of koren ?

14 december 2014

Jaar B, 3e zondag van de advent, 14 december 2014
Ruth 3 en Johannes 1, 6-8.19-28

De oogst is voorbij. Het kaf wordt van het koren gescheiden. Het graan gaat de schuren in. De velden zijn leeg. Er valt niets meer te halen. De armen – en onder hen Ruth en Noömi – zijn weer aangewezen op zichzelf en de honger breekt langzaam heel hun lichaam af, beheerst al hun gedachten. Maar Noömi berust niet in haar lot. Of misschien wel in haar eigen lot, maar niet in dat van Ruth.

Soms kun je dingen niet alleen. Soms heb je hulp nodig. Ernaar vragen valt niet mee. Dat voelt als een vernedering. Je trots, dat is het laatste dat je afgeeft. Mensen die ziek zijn stellen het zo lang mogelijk uit om thuiszorg in te schakelen. Mensen die weinig hebben te besteden zullen elke cent eerst omdraaien voordat een beroep wordt gedaan op een solidariteitsfonds. Waar mensen recht hebben op bijstand, wordt die vaak niet gevraagd. Want vragen doe je niet zomaar. Want er is altijd het risico dat iemand je afwijst als je hulp vraagt. Dat je ‘nee’ te horen krijgt. Je kwetsbaar opstellen, je leven in de handen van anderen leggen kan voelen als een afgang. Je schaamt je, ook al weet je dat dat eigenlijk niet nodig is. Maar er is een verschil tussen weten en voelen.

Ook Noömi vraagt niet zomaar hulp. Ook zij heeft haar trots, ondanks haar uiterst kwetsbare positie. Ze bedenkt een plan om met een omweg haar noodkreet toch te uiten. Ze stuurt Ruth naar de dorsvloer.

Ook Noömi vraagt niet zomaar hulp. Ook zij heeft haar trots, ondanks haar uiterst kwetsbare positie. Ze bedenkt een plan om met een omweg haar noodkreet toch te uiten. Ze stuurt Ruth naar de dorsvloer. De oogst is voorbij. Er wordt gedorst en gewand. De graankorrels worden uit de aren geslagen. Het kaf wordt van het koren gescheiden. Alleen het zuivere graan is geschikt om er meel van te malen. Als landeigenaar Boaz zich te ruste legt op een zacht kussen van gerst, legt Ruth zich neer aan zijn voeteneinde op de dorsvloer. Als koren of als kaf? Dat is afhankelijk van de reactie van de landeigenaar: wijst hij haar af of reikt hij haar de hand? Haar toekomst ligt in zijn hand.

Dat is de vraag die wij onszelf ook kunnen stellen: wijzen we mensen af of reiken we hen de hand. Het gaat om daden, om alertheid, om oog voor mensen die gedwongen zijn de aren te lezen op het veld, te bedelen om brood. Het gaat om een uitgestoken hand, een bemoedigend woord: ‘stap over je schaamte en onmacht heen’, ‘ik ben er voor jou’, een belofte: ‘ik doe wat ik kan’. Zo reageert Boaz op Ruth daar op de dorsvloer in Betlehem. De graankorrel zal vrucht dragen.

 

PJ