Kerstactie voor Senanga

18 december 2016
De helft van de collecte in de kerstvieringen is dit jaar bestemd voor de Stichting Zambridge Senanga. In de weekenden 10/11 en 17/18 december 2016 vertelden Bertus en Jeanne van Etten over dit project:

 

Beste medeparochianen,

Mijn vrouw Jeanne en ik, zijn erg blij dat de parochie dit jaar de kerstactie voor Senanga wil organiseren.

Kerstmis begon als een feest van vrede. Een pasgeboren kind, herders en engelen, wijzen met geschenken. Maar snel daarna is het jonge gezin op de vlucht en worden er kinderen uit Bethlehem vermoord. Ook nu is vrede ver te zoeken. Godsdienst fanaten vermoorden zogenaamde ongelovigen. Grootmogendheden menen dat ze steden mogen bombarderen. Vluchtelingen verdrinken in de Middellandse zee. Een regeringsleider beveelt de politie om mensen dood te schieten. Er worden aanslagen gepleegd, ook in Europa. Veel mensen kloppen op de deur van Europa. Sommige landen doen hun deur op slot. Andere landen nemen veel mensen op, maar krijgen kritiek van hun eigen inwoners. De situatie verhardt, ook in ons land.

In het licht van kerstmis willen wij u vandaag een vredesverhaal laten horen. De kerstactie gaat voor Senanga, een klein dorpje in Zambia, gelegen aan de Zambezi rivier. De rivier is hier 60 tot 100 meter breed. Rustig vaart men in uitgeholde boomstammen over het water. Er is geen motorboot te bekennen. ’s Avonds kleurt de hemel rood boven de andere oever. In Senanga lijkt vrede dichtbij.

Wij waren in 2001 en 2002 in Senanga. Daar woonden onze dochter Jacobijn en haar man Hugo. Zij werkten voor de Stichting Nederlandse Vrijwilligers. We gingen toen bij hen op bezoek. Vorig jaar gingen we terug. Ik zal u vertellen waarom.

Op 12 januari 2002 beviel Namasiku Samba in het ziekenhuis van Senanga van een tweeling, twee jongens. Ze was zeven maanden zwanger en ondervoed. Zij stierf vier dagen later. Het eerstgeboren jongentje stierf na een week. De andere baby, (een jongentje van 1500 gram) kwam bij onze dochter. Dit baby’tje werd ons eerste kleinkind Bas. Hij woont nu veertien jaar in Nederland. Met hem, zijn jongere broer Timo en zijn ouders zijn we vorig jaar naar Senanga teruggegaan. We wilden onze kleinzonen het geboortedorp van Bas laten zien.

 

Toen we arriveerden op het erf van opa Tabo was het er druk. Opa was overleden en een paar dagen eerder begraven. Vanwege de begrafenis was er nog veel familie aanwezig. Opa Tabo had beloofd dat we op zijn erf konden kamperen. Zijn belofte was voor de familie voldoende om ons gastvrij te ontvangen. Mannen gingen aan de slag om een gat in de grond te graven. Met een rieten mat werd dit gat voor ons een toilet.

Op het erf is ook Mutinta, een meisje van achttien jaar. We zagen Mutinta met haar moeder en zusje al in 2001. Nu zit Mutinta in de laatste klas van de middelbare school. Dat is bijzonder, Mutinta is namelijk wees geworden en voor wezen vallen veel deuren in het slot. Mutinta is opgenomen in de familie van haar opa en oma. Nu zorgt zij voor de vele kinderen. Dagelijks staat ze als eerste op, ze kookt Nzima, maispap, veegt het zand, vult de tonnen met water en doet de was. Maar in haar keuken geen koelkast, geen gasfornuis, geen waterkraan, geen wasmachine, zelfs geen tafel, stoel of kast. Koken gaat op het open vuur. Kleren worden in de rivier gewassen. Ondanks haar moeilijke positie als wees wil Mutinta onderwijzeres worden en dat zal haar lukken.

Dan is daar Purity. Zij was in 2002 de verzorgster voor onze kleinzoon. Op haar rug, maakte Bas kennis met de wereld. Purity was een ervaren moeder. In het begin kreeg Bas acht keer per dag een kleine hoeveelheid flesvoeding. Babyvoeding kon je in de supermarkt kopen op 100 kilometer van Senanga, let wel 100 Afrikaanse kilometers. Nu in 2015 is Purity trots dat Bas uitgegroeid is tot een stevige kerel.

Vorig jaar heeft Bas zijn Afrikaanse familie ontmoet. Zij wonen niet in Senanga. Een tante, een blinde oom, een halfzusje van Bas met haar baby hebben drie dagen gelopen om Bas te zien. Bas ontmoet ook zijn overgrootvader. Hij voelt dat hij welkom is, maar hij is ook een beetje een vreemdeling. “Ik ben Nederlander” zegt hij.

Met Roos Kalaluca en anderen heeft Jacobijn in 2001 meegewerkt aan de tot stand koming van een school voor weeskinderen. Als je geen schooluniform kunt betalen, dan kun je niet naar een gewone school. De wezen school vraagt gelukkig niet om een uniform. De school begon in 2001 met een schoolbord tegen een boom en leerlingen zittend in de schaduw. De onderwijzers waren vrijwilligers. De kinderen kregen elke dag een maaltijd. Toen waren er zo’n 50 leerlingen, in 2015 zijn het er 600. Er is nu een stenen gebouwtje en een waterpomp (maar die is stuk). Nu krijgen de onderwijzers een salaris, maar voor alle andere dingen moet de school zelf zorgen, ook voor het herstel van de kapotte pomp. Nog steeds zorgen vrijwilligers elke dag voor een maaltijd voor alle leerlingen.

Roos maakt zich zorgen over de kapotte pomp. De pomp is het enige watertappunt voor 600 kinderen en voor de kookgroep. In september begint de lente, dan kan de temperatuur al oplopen tot 35 graden. Roos heeft ook zorgen over schoolmeubilair en leermiddelen. Ze zou graag naaimachines hebben, timmergereedschap en spullen om aan auto’s te kunnen sleutelen. Nu (advent 2016) is het probleem met de pomp opgelost, maar de wensen voor school en leermiddelen zijn er nog. Daarvoor vraagt de Zambridge stichting uw steun. De Zambridge stichting bestaat uit enkele Nederlanders die ooit in Senanga gewoond en gewerkt hebben. De leden van de stichting zijn allemaal vrijwilligers. Zij reageren op voorstellen van hun mensen uit Senanga. Voor deze stichting gaat dit jaar de kerstactie van onze parochie.

Het ontbreken aan wereldvrede lossen wij niet op. Wel kunnen we met onze financiële steun een klein beetje hulp geven aan de gemeenschap van Senanga, waar Jeannes en ik zoveel zorgzaamheid, gastvrijheid, betrokkenheid en inzet hebben gezien en waar wij vrede hebben ervaren

 

Bertus en Jeanne van Etten