Kimono

29 september 2019

Jaar C, 26e zondag door het jaar, 29 september 2019
Amos 6, 1a.4-7, 1 Timoteüs 6,11-16 en Lucas 16, 19-31

Het thema van alle schilderijen in de zaal is de kimono, de vanouds kostbare Japanse mantel met wijde mouwen. Ik moest er meteen aan denken bij de eerste regel van het evangelie, over de rijke ‘ in purper en fijn linnen gekleed’. Maar de rijkdom die de kunstwerken uitstralen is van een andere orde. Meer die van het Trappistinnenklooster in Brialmont, net voorbij Luik in de buurt van Banneux. Als de zusters naar de kapel komen om hun getijdengebed te bidden, trekken zij een gebedsmantel aan: een ruim wit gewaad, met wijde, lange mouwen. Zo lang dat ze bijna tot de grond reiken. Het is vele maten te groot en hiervoor is bewust gekozen. Het gebed neemt hen mee in het gebed van zovelen over heel de wereld, neemt hen mee naar God, die elke menselijke maat overstijgt.

De museumzaal in het Noord-Brabants Museum heeft iets van een kapel, een tempel. De grote schilderijen zijn rondom symmetrisch opgehangen. Ze zijn allemaal verschillend, maar telkens is er die kimono, steeds anders en in andere kleuren uitgewerkt. De robuuste lijsten rond de schilderstukken spelen met het thema mee.

Ik had er behoefte aan om alleen in die zaal van het Noord-Brabants Museum te zijn, om stil alle indrukken op te zuigen, in te ademen. Maar bij de opening van een tentoonstelling is het altijd druk en dat moet ook. Ik was blij dat ik een uitnodiging ontvangen had. De opening van de expositie van Deurnenaar Hans van Hoek was een week eerder dan die van Vincent van Gogh. Mooi en bijzonder dat hun werken tegelijkertijd te zien zijn. Rob Schoonen, de inleider – en ook Hans zelf – legde een link naar die wereldberoemde kunstenaar met Brabantse wortels.

Niet dat hij zich met het werk van Van Gogh wil meten. Daar is hij denk ik te bescheiden voor. Maar wel zou je een parallel tussen hun manier van leven kunnen zien. Vincent van Gogh heeft enorm veel hulp ontvangen, met name van zijn broer Theo. Zonder die hulp had hij niet kunnen schilderen, was hij nog meer berooid dan hij al was ten onder gegaan. Hoewel de werken van Van Goch tegenwoordig miljoenen waard zijn, heeft hij er tijdens zijn leven bijna geen verkocht, wel soms als ruilmiddel gebruikt.

Ook Hans kan niet zonder mensen die hem ondersteunen. In zijn dankwoord zei hij: “In mijn studio kan ik alles (…) Maar buiten mijn studio kan ik niets. In die buitenwereld ben ik onthand en heb ik mensen om me heen nodig die dingen voor mij regelen. Gelukkig kan ik rekenen op goodwill van vrienden, kunstliefhebbers, sponsors en overheid.” (Nelly van Rijt, Weekblad voor Deurne, 19 september 2019) Ik vond het verrassend en ook ontroerend dat hij ons zo een inkijkje gaf in het toch broze kunstenaarsbestaan. Echt arm kun je hem niet noemen en zeker niet zo arm als Lazarus in het evangelie. Maar zijn productie is niet op winst gebaseerd. Het gaat hem om het werk zelf. Dat is tegelijk zijn rijkdom.

De kimono is voor Hans een beeld van het lichaam, aanvankelijk het gekruisigde lichaam, dat gaandeweg evolueert in het kosmische lichaam. “All is one” staat boven één schilderij: alles is één: het grote gebaar van de schepping, het ontroerende detail van een moeder met kind, het corpus van een gekruisigde, een vaas, een orchidee. Je wordt erdoor aangetrokken, net als door de prachtige kleuren.

Lopend door die zaal en denkend aan wat bij de opening werd gezegd, voel ik dat hier iets bijzonders gebeurt, net als in de kapel van het klooster in Brialmont. Misschien komen hier de woorden uit de tweede lezing van vandaag samen: gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding, zachtmoedigheid. Zij kunnen de kloof overbruggen tussen arm en rijk, leven en dood. Zij brengen mensen van allerlei slag bij elkaar en tot eenheid. All is one, alles is een, al één.

 

PJ