Kribbe en kruis

8 januari 2017

Openbaring van de Heer – Driekoningen, 8 januari 2017
Jesaja 60, 1-6, Efeze 3, 2-3a.5-6 en Matteüs 2,1-12

De prachtige beeldjes van de kerstgroep die Jacques van Dijk maakte voor de H. Geestkerk, staan dit jaar in de St. Willibrorduskerk opgesteld bovenop de kruiswegstaties. Aan de ene kant van de kerk trekken de herders met hun kudde op, aan de andere kant de koningen. Het doet mij denken aan vroeger, toen we thuis de drie koningen wat verder weg op de vensterbank in de kamer zetten en gaandeweg steeds dichter bij de kerststal lieten komen. Het verhaal van Kerstmis gaat over mensen die onderweg zijn.
De drie wijzen kijken vanaf statie 14 naar de overzijde waar Maria, Jozef en het kindje omringd worden door os en ezel en een enkel lammetje dat de weg al heeft gevonden.

De combinatie kerstgroep en kruisweg ligt niet voor de hand en toch ook weer wel. Het kerstverhaal is een opmaat naar Pasen. Het kribbehout vol leven spiegelt zich in het kruishout van de dood; het kindje in die voerbak zal zichzelf ‘levend brood’ noemen, voedsel ten leven, maar wel tot het uiterste gebroken en gedeeld.

Ook bij de kerstgroep in de St. Jozefkerk kom je niet om die relatie van Kerstmis en Pasen heen. Achter de stal staat de Piëta, de moeder met haar gestorven kind in doeken gewikkeld op de schoot. Boven de ingang hangt het grote kruisbeeld en links daarvan staat Sint Franciscus, terwijl hij Jezus van het kruis afhaalt en omarmt. Franciscus is degene die bijna 800 jaar geleden voor het eerst een kerstgroep samenstelde.

De weg van de drie koningen leidt langs Jeruzalem, de plaats waar Jezus zijn kruisweg ging. Het is niet voor niets dat daar de ster die zij volgden niet meer scheen. Dat ligt vooral natuurlijk aan koning Herodes, een naam die ook in het passieverhaal voorkomt, weliswaar een generatie later, maar uit dezelfde koningsfamilie en even slecht.

“Duisternis bedekt de aarde, het donker de volkeren, maar over u gaat de Heer op en zijn glorie is boven u verschenen,” hoort Jesaja in zijn visioen. Het duister rond kribbe en kruisweg zal verdwijnen in het licht van de kerstster, in het licht van Pasen ook.

De kruisweg vertelt niet alleen het verhaal van Jezus’ lijden en sterven. Het weerspiegelt ook het verhaal van elk menselijk lijden. De eenzaamheid die je door kunt maken, de ontmoeting met mensen die je kent of niet kent en die helpen of troosten, de worsteling met het kruis dat je krijgt opgelegd of je wilt of niet, het kruis van ziekte, onzekerheid, angst, pesterijen, het kruis van steeds meer moeten inleveren, naasten die van je vervreemden, relaties die stuklopen, de geheimen die je met je meedraagt als een zware last. Dat is de duisternis waarover Jesaja spreekt. Dat is ook de duisternis die verlicht zal worden. “Sla uw ogen op” klinkt het. Kop op! En zie het licht.

De verbinding tussen Kerstmis en Pasen wordt heel precies gelegd in de legende van de vierde koning. Die had ook de ster gezien, en was net als zijn collega-wijzen op weg gegaan. Onderweg had hij het zo druk met het helpen van mensen in nood, dat hij achterop raakte en uiteindelijk ook de ster uit het oog verloor. Pas vele jaren later heeft hij de nieuwe koning naar wie hij op zoek was gevonden: in Jeruzalem, waar Jezus het kruis droeg en zij elkaar aankeken.

 

PJ