Kruis

4 september 2016

Jaar C, 23e zondag door het jaar, 4 september 2016
Wijsheid 9, 13-18b, Filemon 9b-10.12-17 en Lucas 14, 25-33

Soms zijn Jezus’ uitspraken schokkend. Je familie haten, alles achterlaten, je leven opofferen om Hem te volgen… wie kan dat waarmaken? Niemand toch…? Maar wat bedoelt Hij dan? En dan zijn we precies bij wat Jezus beoogt: dat zij die Hem volgen nadenken over wat ze doen.

De talloze volgelingen in Jezus’ tijd zijn niet alleen christenen in wording, het zijn ook sensatiezoekers, fans die blindelings hun idool stalken, mensen die hopen er zelf beter mee te worden. Jezus shockeert bewust. “Hij keerde zich om,” schrijft Lucas. Hij draait zich om, stelt zich tegenover de meelopers op, als kijken zij in een spiegel. Ze zien hun meester, hun leraar, hun voorbeeld. En ze zien zichzelf en worden zo aan het denken gezet.

Paus Franciscus doet dat niet anders als hij wereldleiders de waarheid zegt, als hij zijn eigen personeel de mantel uitveegt bij wijze van kersttoespraak, als hij
armen, gevangenen, vluchtelingen centraal stelt en de zorg voor hen en voor de wereld als essentieel duidt. Wie het zien en horen, kunnen niet anders dan zichzelf afvragen waar zij zelf staan, wat zij doen of nalaten. Moeder Teresa zag in Jezus’ spiegel de nood van zovelen daklozen, zieken, stervenden, zwervers, hongerigen, leprozen. Ze besloot zich toe te wijden aan deze armsten der armen en ging naar Calcutta. Daarmee stelde zij een krachtig teken. Vandaag wordt ze heilig verklaard.

“Als iemand zijn kruis niet draagt en Mij volgt kan hij mijn leerling niet zijn.” zegt Jezus. Hem volgen is niet gemakkelijk en niet vrijblijvend. Gelukkig hoef je er niet heilig voor te zijn. Dat kruis dragen is trouwens doorgaans geen keuze. Het overkomt je. Ik denk aan mensen die samenleven met iemand die langdurig ziek is, of extra zorg en ondersteuning aan een kind of een ouder geven, of van wie hulp onmisbaar is als vriend of buur. Mantelzorg kan heel dankbaar en teder zijn, het kan ook heel zwaar en moeilijk zijn. Ik denk ook aan mensen, jongeren vaak, die worstelen met hun identiteit, zich onzeker afvragen wie ze zijn, wat ze kunnen en willen, twijfelen welke richting te gaan. Ik denk aan mensen van alle leeftijden die geconfronteerd worden met een ernstige ziekte en zich onzeker overgeleverd voelen aan de medische molen. Ik denk aan mensen – ouderen vooral, maar ook jongeren – die zich alleen of eenzaam voelen. Een van de Deurnese huisartsen stuurde mij een artikel met de titel: “Dokter, ik ben zo eenzaam”. Daarin wordt alarmerend gesteld dat bijna de helft van de ouderen in meer of mindere mate last heeft van hun alleen-zijn, een eenzaamheid die vaak ontstaat als gevolg van meer afhankelijk worden of aan huis gebonden zijn, of na het overlijden van een partner. Er is geen medicijn om eenzaamheid of isolement te doorbreken. Maar wat dan wel? Hoe kun je het kruis dragen dat je opgelegd krijgt?

De huisarts gaf aan dat je het woord ‘dokter’ ook door ‘pastoor’ kunt vervangen: “Pastoor, ik ben zo eenzaam”. Ontkerkelijking wordt inderdaad als een van de redenen gegeven van toenemende eenzaamheid. Mensen weten de kerk niet meer te vinden, terwijl wij, de parochie, in vieringen en activiteiten, in het persoonlijk contact met iemand van het pastorale team, of met lotgenoten, er nog steeds zijn en een bemiddelende rol kunnen spelen. Een dokter heeft geen pillen tegen eenzaamheid, ook wij hebben geen kant en klare oplossingen, maar het kan al een opluchting zijn je verhaal een keer te vertellen aan iemand die echt luistert, en dan in de spiegel van je geloof misschien iets van hoop terug te vinden. Augustinus schreef ooit: “Hoop heeft twee prachtige dochters; hun namen zijn woede en moed. Woede over hoe de zaken ervoor staan, en moed om te zien dat zij niet zo blijven.” (gelezen in Open Deur, 82e jaargang, nr. 9, september 2016). Woede mag je vertalen met erkennen dat je het anders wil, dat je niet in de put wilt blijven zitten. En moed met: actie ondernemen: de eerste stap zul je immers zelf moeten zetten. Dan zul je zien dat er altijd anderen zijn op wie je kunt bouwen.

kruis thijs manakker 3

In de tentoonstelling ‘Reflectie’ in de Deurnese St. Willibrorduskerk staat een smeedijzeren kunstwerk van Thijs van de Manakker. Het zijn mensfiguren die hij overal waar hij kwam tijdens smeeddemonstraties maakte. Samengevoegd vormen zij een raamwerk waarop een gietijzeren corpus is geplaatst. Als je erdoorheen kijkt, zie je het schilderij van de kruisiging van de hand van Hendrik Wiegersma. Voor mij is dat het beeld dat aangeeft wat Jezus bedoelt met: je kruis opnemen en mij volgen en zo zijn leerling zijn. Wat wij van Jezus kunnen leren is, dat we ons kruis niet alleen hoeven te dragen. al de mensfiguren zijn verbonden met elkaar. Ze hebben elkaar nodig om deel van het geheel te zijn. Zo hebben mensen andere mensen nodig om mee te praten, zich te spiegelen, over hun angst, onzekerheid, wanhoop, eenzaamheid te stappen. Jezus volgen is de ander bij de hand nemen, je eigen hand durven uitsteken. Het corpus dat Thijs tussen deze mensen plaatste, heeft geen houten kruis achter zich. Zo worden de uitgestrekte armen een uitnodigende omarming.

 

PJ