Liefde

19 februari 2017

Jaar A, 7e zondag door het jaar, 19 februari 2017
Leviticus 19, 1-2.17-18, 1 Korintiërs 3, 16-23 en Matteüs 5, 38-48

De witte en de zwarte zwaan. De regisseur van het balletgezelschap wil de beide hoofdrollen door dezelfde vrouw laten dansen. Onlangs zag ik weer eens de film “The black swan”, een indringend verhaal over jaloezie, intriges, moordende concurrentie, psychologische krachtmeting in de voorbereidingen op het Zwanenmeer van Tsjaikovski. Nina wordt uitverkoren. Dat zij de routines van de witte zwaan tot in de perfectie beheerst, daar twijfelt niemand aan. Maar of ze ook agressief, onbesuisd en hitsig genoeg kan zijn om de boosaardige zwarte zwaan te vertolken, dat vraagt de regisseur zich hardop af. Haar tegenspeelster Lily kan dat veel beter. Zo draaien Nina en Lily om elkaar heen.

De film verbeeldt de eeuwige strijd tussen liefde en haat, tussen kunst en chaos, ontroering en verdriet, passie en passie.

In het doosje van de film vond ik een artikel uit Trouw met de titel “De harde waarheid over liefde.” Het is een interview met Stine Jensen die in 2011 een pessimistisch boek schreef, niet vóór, maar tegen de liefde. “Het broekpak van Olivia Newton John” heet het. Zij zegt daarover:

“De pessimistische visie is dat wanneer de liefde begint, die formidabel is. Dan presenteren we ons betere ik, dan voeren we een prachtig theater op. We zijn op ons mooist, op ons grappigst, op ons slimst (…). Dit ideaal kan daarna alleen maar instorten. (…) Als de liefde begint, dan begint de romantische leugen; als de liefde eindigt, hebben we de waarheid te pakken, zou de pessimist zeggen. Maar zo somber is het natuurlijk niet. Wij klampen ons niet voor niets vast aan die romantische leugen. Dat doen we omdat we de liefde – soms, even – weer bevestigd zien. Dat ene moment dat het leven openbreekt, en dat je voelt: ‘ja, dit is het – daar doe je het voor. Misschien,” zegt ze, “zijn het einde en het begin van de liefde even ‘waar’. En misschien is daarom de vraag belangrijker wat daar tussen in allemaal gebeurt.”

En even verderop zegt ze nog:

“De leugen zit ‘m in het plaatje en in het lijstje. Alsof je een plaatje kunt uitzoeken dat bij je past. En alsof je in de liefde een lijstje met eisen kunt maken. Natuurlijk kun je aangeven wat jij te bieden hebt en daar iemand bij zoeken. Maar in het echte leven houd je van iemand ondanks, en niet dankzij, het lijstje. De kern van echte liefde is veeleer dat jij de ander aanvult of iets geeft – niet dat je iemand zoekt die jou aanvult.” (Trouw, 12 februari 2011)

De ander aanvullen en iets geven… Dat doet Jezus tot het uiterste toe. Hij is helemaal gericht op de ander, Hij geeft zijn liefde, Hij geeft zichzelf. Die ultieme liefde biedt geen weerstand aan onrecht, geeft alles weg, kent geen vijanden. “Bemin uw naaste als uzelf”, klinkt in het oude testament als het gebod, de richtingwijzer van de liefde.

De liefde die Jezus bedoelt is niet de kunstmatige roze wolk van Valentijnsdag. Het is de alsmaar doorgaande dans tussen de witte zwaan en de zwarte zwaan.

 

PJ